Met open armen

Click here to read this story in English.

Backstabbing 2
Bron: tumblr.com

Ik ben geen slecht mens. Wie te horen krijgt wat er zich heeft afgespeeld bij de familie Welkom denkt daar vaak anders over, maar was dan ook nooit zelf getuige van de feiten. Ik gebruik het woord ‘feiten’ hier heel bewust, want dat is wat ze zijn. Wie pas achteraf van een indirecte bron verneemt wat er zogenaamd heeft plaatsgevonden, krijgt onvermijdelijk een subjectief verslag voorgeschoteld, aangetast door de bevooroordeelde verteller die al dan niet bewust essentiële informatie achterhoudt of juist leugenachtige onzin toevoegt. Daarom is het belangrijk dat u een waarheidsgetrouw verslag te lezen krijgt van de feiten dat niet besmet is met de vulgariteit van de journalistieke opinie, die de nationale pers, en tegelijkertijd ook mijn naam, al wekenlang besmeurt. Ik beloof u dat ik als ooggetuige van de feiten de volledige waarheid zal vertellen en niets anders dan de waarheid. Mijn versie van het verhaal is veruit de betrouwbaarste, aangezien de enige andere twee getuigen kinderen zijn wier geest ontzettend kneedbaar is en onmogelijk kan vatten dat moraliteit, gegeven de juiste omstandigheden, bijzonder relatief en contradictorisch kan zijn. Ik nodig u dan ook van harte uit om deze objectieve, ongefilterde vertelling van de gebeurtenissen ten huize Welkom te lezen met een open geest, kritisch waar nodig, maar ook bereid om een ander standpunt in te nemen dan het uwe, of dan hetgeen wat u door de pers en de publieke opinie al zo lang door de strot wordt geramd. Alleen zo kunt u begrijpen wat er heeft plaatsgevonden, hoe alles is verlopen, en vooral waarom de feiten zo zijn moeten gebeuren.

Al van jongs af aan had ik het gevoel dat ik een belangrijkere rol te vervullen had in deze wereld dan die van een alledaagse stadsjongen die elke dag braaf ging werken en zo net genoeg brood op de plank bracht zodat zijn vrouw en kinderen niet zouden verhongeren. Nee, ik was nooit een kuddedier en deed dan ook altijd exact het omgekeerde van wat de maatschappij van mij verwachtte. Toen ik volwassen werd, ging ik dan ook niet meteen op zoek naar een baan, noch ging ik een vrouw zoeken met wie ik voor de rest van mijn leven zou wegrotten in een veel te klein huis en een kind zou baren dat me de eerste levensjaren zou treiteren met geschreeuw, gekwijl en een vreemd gekleurde stoelgang, en me de jaren erna zou vervelen met zinloze verhalen over tekenfilmpersonages en zijn op twee na favoriete dinosaurussoort. Nee, zo’n waardeloos leven was niet voor mij weggelegd. Ik had een groter doel. Ik had echt iets te betekenen in deze wereld. Wat dat grotere doel precies was wist ik niet, maar ik had het wel. En ik had ook nog alle tijd om het uit te zoeken toen ik op mijn achttiende het ouderlijk huis verliet en het platteland afzwierf op zoek naar mijn plaats in de wereld. Zelfstandig leven zonder luxe en financiële middelen was wel uitdagender dan ik eerst had gedacht. Met noten en bosvruchten alleen kwam ik lang niet aan de nodige hoeveelheid calorieën per dag en als ik op mijn tocht dan eens een eetgelegenheid tegenkwam, waren de uitbaters meestal niet enthousiast om een zwerver als ik restjes aan te bieden, hoe uitgehongerd ik er ook mocht bij lopen. Het duurde dus niet lang vooraleer mijn energie aanzienlijk was afgenomen en ik alleen maar bijzonder moeizaam kon voortstrompelen. Ik gaf echter niet op. Ik moest en zou mijn doel in het leven vinden, en dat lag zeker niet in mijn thuisstad. Een bepaalde avond ging ik bijna volledig uitgemergeld aan de rand van een bos neerliggen op het gras. Aan de overkant van de straat stond een huis met boven de voordeur een bordje waarop de naam ‘Nieuweland’ was geschilderd. De naam van dat huis moest gewoon een teken zijn dat ik op het juiste spoor zat. Nieuw land staat namelijk gelijk aan hoop, een rooskleurige toekomst vol nieuwe mogelijkheden. Er leek echter niemand thuis te zijn. Rillend van de kou en uitgeput viel ik daar in slaap, recht tegenover huis Nieuweland. Was ik de woning een dag later tegengekomen, dan had ik de volgende ochtend waarschijnlijk niet meer gehaald. Maar zo was het niet gelopen. Ik was er nog net op tijd geraakt om aan de hongerdood te ontsnappen toen de bewoners van huis Nieuweland, de familie Welkom, mij de volgende ochtend bezorgd in huis namen. Het kon gewoon geen toeval zijn. Dat was voor mij het bewijs dat ik mijn levensdoel daar zou vinden. Ik stapte gewillig mee de woning binnen onder de armen van de heer en de vrouw des huizes. Toen zij een ambulance wilden bellen, hield ik hen tegen en legde hun uit waarom ik er zo belabberd bij liep. Ik vertelde hun over mijn zoektocht naar mijn levensdoel en dat ik dat in hun huis zou moeten vinden. Zij luisterden geboeid en boden me meteen een bed aan. Ik mocht van hen blijven zolang ik nodig had. Gastvrij waren ze dus wel, maar dat maakte hen ook ongelooflijk naïef. Zeker als je je bedenkt dat ze nog twee kinderen hadden. Wie haalt er nu zomaar een wildvreemde in huis zonder eerst diens achtergrond na te gaan, zeker met twee kwetsbare kinderen in de buurt? Hun naïviteit duidde vast op een laag IQ. Maar wat mevrouw Welkom ontbrak aan intelligentie, had ze dan weer in overvloed aan schoonheid: haar lichtgrijze ogen contrasteerden mooi met haar donkere haren, haar volle lippen deden vermoeden dat ze een geweldige zoener was en haar voluptueuze lichaam nodigde elke gezonde man zo uit om het van alle kanten goed vast te grijpen. Haar man kon zijn lage IQ dan weer ogenschijnlijk compenseren met zijn spierkracht en zijn talent als jager. Als geen ander wist hij wilde dieren in het bos tegenover het huis te besluipen en ze neer te schieten als ze het niet verwachtten. Dat hij soms een vrouwtje doodde dat vlak naast haar jong stond, kon hem maar weinig schelen. Ook als een schot niet fataal was, gaf hij niet veel om het welzijn van zijn doelwit. Zo nam hij meestal rustig zijn tijd om een geraakt dier dat lag te kermen van de pijn te benaderen en daarna de keel over te snijden. Het beest moest dan langer lijden dan als hij het zo snel mogelijk zou doodschieten, maar door  een extra schot zouden de andere dieren in de buurt nog verder wegvluchten, wat minder buit betekende. Meneer Welkom mocht dus wel fysiek bevoorrecht zijn, maar door zijn intellectuele onbekwaamheid was zijn morele bewustzijn op zijn minst gebrekkig te noemen. Wie even naïef is als de Welkoms, zou kunnen stellen dat de heer des huizes wel degelijk intelligent was, aangezien hij steeds perfect wist hoe hij zijn prooi moest benaderen. Wie echter verder nadenkt, beseft dat die schijnbare sluwheid maar iets heel primitiefs is, iets wilds dat elk wezen ontwikkelt als het te ver verwijderd is van de beschaafde wereld. Ook de dierenkoppen die in huis Nieuweland als trofeeën op de muren hingen gaven blijk van weinig moreel besef. De Welkoms zagen de jacht niet alleen als een bron van voedsel, maar ook als een hobby. Ze waren trots op het aantal dieren dat ze bijna dagelijks van het leven beroofden en hingen lichaamsdelen van hun prooien op als pronkstukken. Het had iets verwerpelijks, iets barbaars. Het was me vanaf dag één al duidelijk dat de familie Welkom anders was. Inferieur zelfs. Maar zolang ik mijn levensdoel niet had gevonden, moest ik in huis Nieuweland blijven. Meneer en mevrouw Welkom begonnen me uiteindelijk als deel van het gezin te beschouwen en leerden me hoe ik zelfstandig kon overleven zodat ik niet meer in dezelfde toestand zou verkeren als de dag dat ze me aantroffen voor hun huis. Meneer Welkom leerde me jagen en van mevrouw Welkom kreeg ik gratis kooklessen, waarbij ze me onder andere ook aanleerde welke wilde paddenstoelen eetbaar waren en welke niet. Hij toonde me hoe ik dingen moest repareren in het huis, zij wees mij de weg in het dagelijkse huishouden. Hij liet me zien hoe ik welke planten moest kweken in de moestuin, zij legde me uit hoe ik kleerscheuren dicht moest naaien. Nu ja, ze leerden me toch altijd een slordige basistechniek aan, die ik na verloop van tijd altijd wist te perfectioneren. Na een paar maanden had ik geleerd hoe ik helemaal voor mezelf moest zorgen. Mijn zoektocht naar mijn levensdoel bleef echter vruchteloos. Tot hun twee kinderen me onbewust tot inzicht deden komen. Aangezien ik het niet zo voor kinderen heb, vermeed ik die twee half volgroeide wezentjes zo veel mogelijk. Het contact met hen werd uiteindelijk echter onvermijdelijk frequenter, en na verloop van tijd werden ze allebei ernstig ziek. Blijkbaar hadden ze een bacterie van mij overgenomen waarvan ik me zelf niet bewust was dat ik ze had. Ze hadden dagenlang doodziek in hun bed gelegen, terwijl de ziekte voor mij hoogstens aanvoelde als een milde griepaanval. Ze overleefden de aandoening uiteindelijk wel, maar ik vroeg me wel af waarom die bacterie zo’n aanzienlijke invloed had op die kinderen en in veel mindere mate op mij. En toen kreeg ik een openbaring. De ziekte was een waarschuwing. De bacterie had maar een gering effect op mij omdat ik superieur was. Door mijn intellectuele capaciteiten had ik een verfijndere manier van leven ontwikkeld dan de familie Welkom en was ik gezonder, sterker en weerbaarder. De kinderen leefden zoals hun ouders en waren daardoor zwakker, zowel intellectueel als fysiek. Het was mijn taak om daar verandering in te brengen. Ik moest anderen verheffen naar mijn niveau zodat ze een beter leven zouden leiden, mijn levenswijze zouden verspreiden en zo zouden meebouwen aan een betere wereld. Dat was mijn doel, en ik moest er zo snel mogelijk’ werk van maken. Ik wist dat het voor meneer en mevrouw Welkom al te laat was: ze weigerden om mijn betere manier van leven over te nemen en deden alles gewoon verder op hun eigen, inefficiënte manier. De kinderen kopieerden dat gedrag dan ook, want dat is nu eenmaal wat kinderen doen. Als ik wilde dat ze mij zouden nadoen, moest ik hen permanent weghouden van hun ouders. De kinderen zouden later wel begrijpen waarom dat nodig was. Hun ouders waren een slechte invloed die moest worden uitgeschakeld. Ze waren het zelfs niet waard om in huis Nieuweland te wonen. Het was zo’n mooie woning die zij aan de binnenkant doodleuk vulden met kadavers en een smakeloze inrichting. Hun gebrek aan intelligentie uitte zich dus ook overduidelijk in hun ondoordachte interieur. Ze verdienden het niet om in zo’n prachtig huis te wonen als ze het potentieel ervan toch niet maximaal konden benutten. Ik kon dat wel. Ik verdiende het wel om daar te wonen. Ik ben aan de hongerdood ontsnapt, heb mezelf erbovenop geholpen en ben er zelfs sterker uitgekomen. Wat hadden zij ooit bereikt in hun leven? Huis Nieuweland behoorde mij toe, en de Welkoms stonden mij in de weg. Ze lieten me dus geen andere keuze dan ze uit de weg te ruimen. Toen ik de laatste keer met meneer Welkom was gaan jagen en we een haas hadden doodgeschoten, opende ik mijn armen om hem een knuffel te geven. Tijdens onze omhelzing nam ik zijn mes uit zijn broekzak en plantte het in zijn rug, tussen zijn ribben. Toen ik thuiskwam zonder haar echtgenoot, zei ik tegen mevrouw Welkom dat hij nog even een hert achterna was gegaan dat hij per se wilde vangen en dat hij had gezegd dat wij al aan het avondeten mochten beginnen. Ik stelde voor om helemaal alleen de soep te maken, die ik in het geniep maakte op basis van alle giftige paddenstoelen die ik op mijn terugweg uit het bos kon vinden. Uiteraard gaf ik alleen een kom aan mevrouw Welkom, die hem gretig leegat. Een tijdje later ging ze slapjes liggen op de sofa en sloot voor altijd haar ogen. Tegen de kinderen zei ik dat ze gewoon in slaap was gevallen. Ondertussen haalde ik alle lelijke dierenhuiden en jachttrofeeën uit het huis en verving alles door een interieur dat blijk gaf van intellect en beschaving. De voorgevel gaf ik een frisse witte verflaag en het bordje met Nieuweland erop draaide ik om, en ik schilderde op de achterkant de nieuwe naam van de woning: het Witte Huis.

U ziet dus dat de feiten zich helemaal anders hebben afgespeeld dan de pers u wil wijsmaken. Ja, ik heb twee mensen gedood, maar het was niet zinloos of zonder reden. Ik heb dat gedaan omdat het mijn morele plicht was. Ik draag de zware verantwoordelijkheid om anderen een beter leven te laten leiden en zo ook een betere wereld te creëren. Dat is mijn roeping. Ik heb er zelf niet voor gekozen, maar ik zal er alles aan doen om mijn rol in de nieuwe wereld te vervullen, ook als dat mensenlevens vereist. Dat is nu eenmaal mijn voorbestemming.

Advertisements

One thought on “Met open armen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s