Het geweten van een moordenaar – hoofdstuk 8 (ontknoping)

Vorig hoofdstuk

Hoofdstuk 8 – Wanhoop doet moorden

Thomas sliep nu al enkele nachten in het hotel dat zich een paar straten van zijn penthouse bevond. Na de hevige confrontatie met Elias had hij geen fatsoenlijk gesprek meer gevoerd met zijn echtgenoot – voor zolang Elias nog zijn echtgenoot zou blijven, tenminste. Thomas had al verschillende berichten gestuurd waarin hij vroeg om over alles eens rustig te praten, maar die berichten bleven telkens onbeantwoord. Zoals wel vaker schoof Thomas de schuld van al zijn miserie af op iemand anders. Als die Denise zich niet zo had gemoeid, dan was dit nooit gebeurd, dacht hij. Ze had die hele toestand van haar ex-man Vandenberghe gewoon achter zich moeten laten. Het was verdomme al bijna veertien jaar geleden! Zonder haar zouden Thomas en Elias nu geen problemen hebben en kon iedereen gewoon rustig verder met zijn leven. Maar nee, dat mens moest weer per se oude koeien uit de gracht halen! Thomas had de afgelopen dagen en nachten lang zitten piekeren terwijl zulke gedachten door zijn hoofd spookten. Dat eindeloze gepieker had geresulteerd in een aanzienlijk slaaptekort, dat Thomas eindelijk probeerde in te halen met een middagdutje. Zijn slaap werd echter vrij snel verstoord toen enkele druppels op zijn gezicht neervielen. Met kleine oogjes wreef Thomas de druppels van zijn gelaat en merkte daarna op dat ze een rode kleur hadden. Geschrokken keek hij op en zag boven zich een bebloede arm zonder hand. Met zijn ogen volgde Thomas de arm en zag een romp doorboord op de plaatsen waar de nieren zouden moeten zitten. Angstig liet Thomas vervolgens zijn blik naar boven glijden en zag het griezelige, lijkbleke gezicht van zijn biologische moeder boven zich.
‘Christa?’ schreeuwde Thomas het uit. Hij wilde achteruitspringen, iets halen om zich te verdedigen of haar aan te vallen, maar hij kon geen vin verroeren. Machteloos, woedend en doodsbang tegelijkertijd keek hij de persoon aan die zowat zijn hele leven had verwoest.
‘W-waarom ben jij hier?’ stamelde Thomas opgejaagd, ‘Hoe k-kan jij hier zelfs zijn? Ik heb je met mijn eigen handen v-vermoord!’
‘Dacht je nu echt dat je ooit van mij zou afraken?’ antwoordde Christa met een venijnige glimlach, ‘Ik zal altijd in je leven blijven, jongen. Ik ben tenslotte je moeder.’
‘Jij bent nooit een moeder voor mij geweest!’ sprak Thomas haar hevig tegen, ‘Jij bent de oorzaak van al mijn ellende! Door jou heb ik mijn hele jeugd lang nooit liefde gekend!’
Christa sloeg krachtig met haar handpalm in het gezicht van Thomas.
‘Zet niet zo’n toon op tegen je moeder! Weet jij wel wat jij mij allemaal hebt aangedaan? Jij hebt mij mijn man afgepakt! Zonder jou zou Claude zichzelf niet hebben opgehangen! Al van voor je geboorte heb je niks anders gedaan dan de levens verwoesten van de mensen rondom je! Eerst dat van je vader, dan dat van mij, dan dat van elk slachtoffer van wie jij het leven hebt ontnomen en onlangs ook nog eens dat van je eigen man!’
‘Durf Elias hier niet bij te betrekken, kutwijf!’ schreeuwde Thomas dreigend.
‘Oei, ligt de waarheid wat gevoelig?’ pruilde Christa sarcastisch, ‘Je kunt me nochtans moeilijk ongelijk geven. Die jongen zijn leven is nu helemaal naar de kloten, omdat de man waarvan hij dacht dat hij hem al die tijd kon vertrouwen een dikke, manipulatieve leugenaar blijkt te zijn! En daar moest hij dan nog eens achter komen toen hij juist van een depressie aan het herstellen was. Ik geef hem nog een week voor hij zichzelf van kant maakt en Alexander in een weeshuis opgroeit.’
‘Zwijg, godverdomme! Mijn gezin gaat jou geen reet aan! En Elias weet wel beter dan dat. Hij zou nooit zoiets stoms doen.’
‘Hij heeft het toch al eens geprobeerd? Hij was zijn leven al beu toen hij zich nog van geen kwaad bewust was, dus waarom zou hij zichzelf deze keer niks aandoen nu jij zijn hele leven hebt verpest?’
Thomas wilde dat hij niet als verlamd bleef liggen en Christa kon vastgrijpen om haar tong met zijn blote handen uit haar bek te rukken. Maar zijn lichaam werkte tegen hem en stond hem niet toe om ook maar één spier te verroeren. Onbeweeglijk keek Thomas zijn biologische moeder aan, die duidelijk genoot van zijn angst en woede.
‘Denise mag vandaag naar huis, heb ik gehoord,’ zei Christa, ‘Toch laf wat je die arme vrouw hebt aangedaan. Ze heeft nog nooit een vlieg kwaad gedaan en toch vond je ’t nodig om haar het ziekenhuis in te wurgen.’
‘Ze wist te veel,’ verdedigde Thomas zichzelf, ‘En wie ben jij eigenlijk om mij te zeggen wat moreel oké is? Was ik dan niet onschuldig toen jij mij zowat mijn hele jeugd misbruikte? Van wie zou ik het trouwens hebben? Ik heb niet bepaald een goed voorbeeld gehad.’
Christa rolde ironisch met haar ogen.
‘Wanneer ga jij eens verantwoordelijkheid nemen voor je eigen daden in plaats van altijd iemand anders de schuld te geven? Niet mijn handen zaten rond de hals van Denise, maar die van jou. Jij hebt die keuze gemaakt. Jij en niemand anders.’
‘Het zou niet zo ver zijn gekomen als zij niet zo verdomd nieuwsgierig was geweest,’ bleef Thomas zijn daden rechtvaardigen.
‘Och, hou toch op! Misschien moet je zelf eens voelen wat je haar hebt aangedaan. Dan zal het misschien wel tot je doordringen hoe zwaar je in de fout bent gegaan!’
Voor Thomas kon reageren greep Christa met haar resterende hand naar zijn keel en kneep die met volle macht dicht. Hoe hard Thomas zich ook probeerde te verzetten, hij kon zijn lichaam er niet toe brengen om in opstand te komen. Machteloos keek hij naar zijn reflectie in de ogen van zijn biologische moeder en zag hoe zielig hij eruitzag. Paniekerig probeerde Thomas naar adem te happen, maar elke keer hij dat deed, werd zijn keel nog harder toegenepen. Terwijl de gemene grijns van Christa groter werd, voelde Thomas dat hij het bewustzijn aan het verliezen was. Toen hij bijna helemaal buiten westen was, werd er hevig op de deur gebonkt.

Thomas Maes schrok hijgend wakker in een bad van zweet. Hij keek haastig en verward om zich heen en zag dat zijn hotelkamer verlaten was. In foetushouding ging hij op bed liggen terwijl hij probeerde te begrijpen waarom hij weer nachtmerries had. De laatste keer dat hij nog over Christa had gedroomd was al maanden geleden en dat was omdat hij haar nog maar pas had vermoord. Volgens Roxanne was het niet ongewoon dat trauma’s weer opdoken als je geconfronteerd werd met de oorzaak ervan, dus Thomas kon de boze dromen toen nog wel ergens begrijpen. Maar nu was het al zo lang geleden. Dus waarom juist nu? Zeker nu Christa al maanden dood was en zij dus onmogelijk nog een bedreiging vormde voor hem. Het sloeg gewoon nergens op. Zou hij überhaupt ooit volledig van dat mens afraken? Want als zij hem nu nog kon treiteren, waarom zou dat dan ooit veranderen? Thomas’ gedachtegang van zelfmedelijden werd onderbroken door hetzelfde gebonk dat hij in zijn nachtmerrie hoorde. Shit, dat geklop was dus wel echt. Thomas wist echter al wie er aan de andere kant van de deur stond. Zijn vermoeden werd bevestigd toen hij de deur opende en dezelfde jongeman zag staan die hij had ingeschakeld om de puinhoop van Charlotte op te ruimen nadat ze haar manager had gedood.
‘Jesse, kom binnen,’ begroette Thomas de jongeman.
‘Gast, ik heb hier zeker vijf minuten staan kloppen. Weet je wel hoe verdacht dat overkomt?’
‘Ook een goeiemiddag. Heb je meegenomen wat ik je heb gevraagd?’
Jesse sloot de gordijnen voor hij zijn koffer op het bed legde en de inhoud ervan liet zien. In de koffer lagen vier kleine kleefexplosieven en een afstandsbediening.
‘Het is vrij simpel,’ legde Jesse meteen uit, ‘je hoeft de bommen alleen maar ergens op te plakken en op de blauwe knop te drukken om ze te laten afgaan. De schade zal heel beperkt zijn, maar om te vermijden dat je geraakt wordt door glas- of metaalsplinters kun je maar beter buiten een straal van 25 meter blijven.’
Thomas knikte.
‘En mensen zullen toch echt geloven dat een kortsluiting de schade heeft veroorzaakt, hè?’ wilde hij zeker weten.
‘Ja hoor,’ bevestigde Jesse, ‘sjoemel op het juiste moment met de zekeringskast en niemand zal nog denken dat het om moord ging.’
‘Oké, perfect. Bedankt Jesse, zoals altijd.’
‘Je weet nog welke prijs we hebben afgesproken?’
Thomas rolde glimlachend met zijn ogen na de directe reactie van Jesse. Hij nam een balpen en een cheque uit zijn nachtkastje en schreef er een aanzienlijk bedrag op, dat Jesse met genoegen aannam.
‘Altijd fijn om met jou zaken te doen, Thomas. Ik laat mezelf wel buiten.’
Toen Jesse de deur uit was, nam Thomas zijn laptop en begon aan de tweede fase van zijn plan. Hij had geluk dat Elias het wachtwoord van zijn Facebookprofiel in de tussentijd nog niet had veranderd en meldde zich aan met het profiel van zijn man. Thomas doorzocht kort de chatberichten tot hij de persoon gevonden had naar wie hij op zoek was en er een berichtje naar stuurde: ‘Hey Denise! Alles nog altijd oké met je? Zou je ’t toevallig leuk vinden om eens bij ons langs te komen om te vieren dat je eindelijk uit het ziekenhuis mag?’ Daarna liet Thomas de computer even aan de kant liggen en wachtte op een antwoord.

In het ziekenhuis stond Denise voor de spiegel van haar badkamer terwijl ze de verwondingen op haar hals bestudeerde. Ze zagen er al een stuk minder lelijk uit dan een paar dagen geleden, maar of ze ooit volledig zouden verdwijnen betwijfelde ze. En dan verwees ze daarmee nog alleen naar de fysieke littekens en niet naar de mentale. Het was nog maar de vraag of ze ooit weer zonder angst op die parkeerplaats kon stappen, en Thomas ooit nog normaal in de ogen kon kijken. Het sloeg echt nergens op dat hij er iets mee te maken zou hebben, maar zijn geschreeuw was zo identiek aan dat van haar belager dat Denise de mogelijkheid gewoon niet kon uitsluiten. Dan waren er natuurlijk ook nog de boeken van Thomas waarin de moorden telkens zo precies en realistisch waren beschreven … Zouden zijn verhalen dan toch niet zomaar het product zijn van een creatieve geest? Maar waarom zou Thomas haar dan juist willen vermoorden? En waarom pas na al die jaren dat ze elkaar kenden? De enige oorzaak die Denise kon bedenken was haar bezoek aan Charlotte Delvaux en Michael De Rijke. Michaels bekentenis van de dood op Vandenberghe was natuurlijk heel gevoelige informatie, maar Denise had hem nog zo verzekerd dat ze het allemaal achter zich zou laten en niet naar de politie zou stappen. Ze was zelfs opgelucht om te weten dat haar ex-man haar niets meer kon aandoen. En hoe paste Thomas dan in het plaatje? Voor zover Denise wist kende hij Charlotte en Michael helemaal niet. Als Thomas echt een moordenaar was, kon hij natuurlijk ook af en toe tegen betaling iemand uitschakelen in opdracht van iemand anders. En het was niet zo dat een succesvol voetbalster en een topmodel het geld niet hadden om een huurmoordenaar te betalen. Of het moest zijn dat Thomas zelf betrokken was. Denise herinnerde zich dat Thomas in het Sint-Lucas les had gevolgd, dezelfde school waar haar ex doceerde. Was Thomas medeplichtig? Dat zou wel verklaren waarom hij haar zou aanvallen net na de bekentenis van Michael. Misschien was Denise ook wel verblind door haar tunnelvisie en was ze gewoon in het wilde weg naar verbanden aan het zoeken die er niet waren. Maar wat als ze wel gelijk had? Dan waren Elias en Alexander natuurlijk ook in gevaar. Denise besloot om op de school van haar ex-man naar bewijs te zoeken dat zowel Michael De Rijke als Thomas Maes in het Sint-Lucas naar school gingen in het jaar van de verdwijning van Vandenberghe. Als dat niet het geval was, kon ze voor eens en voor altijd uitsluiten dat Thomas een moordenaar was. Denise wikkelde een zijden sjaal om haar hals om de verwondingen te verbergen en maakte zich klaar om het ziekenhuis eindelijk te verlaten. Toen ze haar gsm van haar nachtkastje nam, zag ze dat ze een Facebookbericht had gekregen van Elias waarin hij haar uitnodigde om haar ontslag uit het ziekenhuis bij hem thuis te vieren. Denise aarzelde even. Als Thomas echt gevaarlijk was, moest Elias dat natuurlijk weten. Maar wanneer zou ze daarvan zeker genoeg zijn? Ze besloot om hem pas te waarschuwen als ze bewijs had gevonden op die school. In conflict met zichzelf antwoordde Denise op de uitnodiging dat ze er vanavond zou zijn. Daarna nam ze haar koffer en verliet eindelijk het ziekenhuis.

In de apotheek staarde Elias doelloos voor zich uit met een van zijn zelf ingevulde voorschriften in de hand. Niet zo lang na de schokkende bekentenis van Thomas had hij de pillen en de voorschriften die hij die dag nog had weggesmeten uit de vuilnisbak gehaald om er toch iets van troost in te kunnen vinden. Nu zijn laatste doosje pillen leeg was, moest hij wel een nieuwe dosis gaan kopen, tegen de ontroerende smeekbedes van Denise in. Wat zij dacht kon Elias eigenlijk ook even niet meer schelen. Na de confrontatie met Thomas voelde Elias zich gewoon zo blind en naïef. Die klootzak had hem gewoon al die jaren voorgelogen, hem gebruikt als een pion in zijn zieke spel. De pillen waren het enige wat Elias nog een beetje overeind hield. Hij had ze gewoon nodig. Wat kon Denise daar nu tegen hebben? Het was trouwens door die pillen dat hij de kracht had gevonden om voor de eerste keer sinds de bekentenis van Thomas zijn woning te verlaten om naar de apotheek te gaan. Ze waren helemaal niet gevaarlijk, ze deden Elias zich juist goed voelen. En was dat niet wat de samenleving van depressieve mensen verwachtte, dat ze zich ondanks hun ellende toch schijnbaar positief opstelden voor de buitenwereld omdat hun ongeluk anderen slecht uitkwam? Wel, een valse glimlach opzetten ging voor Elias net iets gemakkelijker dankzij zijn medicatie, dus zou hij ze blijven slikken zolang het nodig was.
‘Meneer, kan ik u helpen?’ vroeg de apotheker van achter de toonbank.
Lichtjes verward en zonder een woord te zeggen stapte Elias naar voren, waarna hij het doktersbriefje afgaf. De apotheker bezorgde hem het juiste medicijn en Elias gaf hem onmiddellijk het te betalen bedrag. Nog voor Elias kon weggaan, schoof de apotheker hem een flyer van het Rode Kruis onder zijn neus.
‘70% van de bevolking heeft ooit bloed nodig, maar slechts 3% geeft effectief bloed. Misschien kunt u uw steentje bijdragen om dat laatste cijfer wat op te drijven?’
Elias bleef secondenlang naar de flyer staren. De laatste keer dat hem werd gevraagd om bloed te geven moest hij de oproep afwijzen gewoon omdat hij met een man getrouwd was. Nu moest hij het afwijzen omdat Thomas hem hoogstwaarschijnlijk seropositief had gemaakt. Zwijgend en zonder oogcontact te maken keerde hij de apotheker de rug toe en liep vechtend tegen zijn tranen de apotheek uit. Aan de uitgang werd hij aangesproken door een onbekende man die zijn handen als een kom gevouwen naar hem uitreikte.
‘Kunt u een beetje kleingeld missen, meneer?’ vroeg de man met een meelijwekkende blik.
Elias herkende de bedelaar en antwoordde ongeïnteresseerd: ‘Sorry meneer, maar ik heb nu geen tijd,’ en wandelde door.
De bedelaar hield hem echter tegen en sprak verontwaardigd: ‘Maak mij maar niet wijs dat u geen geld heeft, meneer. Ik weet dat u in die chique buurt woont! Doe dus alstublieft niet zo egoïstisch en help een arme ziel als ik.’
Zichtbaar geërgerd draaide Elias zich om en bracht zijn gezicht intimiderend dicht naar dat van de bedelaar, die op zijn beurt een paar stappen naar achteren nam.
‘Egoïstisch?’ vroeg Elias beledigd, ‘Ik heb jou al vaak genoeg zowat de helft van mijn portefeuille gegeven, maar dat zal jij je waarschijnlijk niet meer herinneren.’
Elias bleef langzaamaan naar de man toe stappen, waardoor de twee heren op de straat belandden.
‘Niet alleen aan jou trouwens, maar ook aan al die andere bedriegers die samen met jou zo’n netwerk vormen dat nietsvermoedende voorbijgangers oplicht. Dat jij je niet schaamt!’
De bedelaar bleef stil om te voorkomen dat de situatie uit de hand liep. Elias stond uiteindelijk stil toen hij en de andere man in het midden van de straat stonden.
‘Maar dat is waarschijnlijk hoe het altijd gaat bij mensen, niet?’ vervolgde Elias zijn tirade, ‘Je denkt dat je ze kunt vertrouwen, dus je geeft ze alles wat je hebt. Totdat ze je godverdomme een mes in de rug steken en je beseft dat je al die tijd een naïeve kloot bent geweest die zich de hele tijd heeft laten voorliegen door de persoon waaraan je al je vertrouwen hebt geschonken!’
De bedelaar wist niet hoe hij moest reageren op de woedende woorden van Elias en bleef hem gewoon verward aanstaren, hopend dat hij snel zou kalmeren. Links van de twee mannen kwam een auto aangereden, die vlak voor hen halt hield en claxonneerde opdat ze aan de kant zouden gaan. Elias was dat echter niet van plan.
‘Wat?’ schreeuwde hij? ‘Wat ga je doen? Mij omverrijden? Doe het dan!’ Om de chauffeur te provoceren stampte Elias met volle kracht op de motorkap van de auto en schreeuwde verder: ‘Doe het dan, godverdomme! Rij mij gewoon omver! Doe het!’ Het geschreeuw van Elias maakte al snel plaats voor gejammer en tranen. ‘Rij gewoon, alstublieft! Doe het! Ik smeek u!’ Verslagen liet Elias zich door zijn knieën zakken terwijl voorbijgangers hem verstomd aanstaarden.

*****

Na de verbouwingen was het Sint-Lucascollege nog nauwelijks herkenbaar. Denise had er zelf ook al meer dan tien jaar geen voet binnengezet. Waarom zou ze ook? De enige reden die ze ooit had om daar binnen te gaan was al bijna veertien jaar dood. Met rubberen handschoenen aan en een emmer en dweil in de hand zocht ze de gangen van het gebouw af op zoek naar het leerlingensecretariaat. Maar het enige wat ze tegenkwam waren klaslokalen waar leraren en leerlingen het onbekende gezicht van Denise met een nieuwsgierige – soms zelfs ietwat achterdochtige – blik bestudeerden.
‘Tiens, ik wist niet dat ze nieuw poetspersoneel hadden aangenomen?’
Denise draaide haar hoofd lichtjes nerveus in de richting van de onbekende stem en glimlachte vriendelijk toen ze een andere poetsvrouw voor zich zag staan.
‘Hallo,’ zei Denise met een Nederlands accent terwijl ze haar hand uitreikte, ‘ik ben Vanya. Ik ben nieuw hier.’
‘Ja, dat had ik wel al gehoopt,’ antwoordde de andere poetsvrouw terwijl ze ‘Vanya’ de hand schudde, ‘Anders zou mijn geheugen wel heel snel zijn achteruitgegaan. Zoek je iets? Ik zie je hier al de hele tijd doelloos rondlopen.’
‘Nou ja, eigenlijk wel. Er zou op het secretariaat heel wat koffie zijn gemorst, maar ik weet niet goed hoe ik daar nou juist kom.’
‘Kunnen die dat nu zelf niet opruimen? ’t Is niet dat die mensen van ’t secretariaat ooit iets te doen hebben, of zo. Enfin, als je gewoon hier op het einde van de gang de trap neemt naar de tweede verdieping en daarna de tweede deur neemt aan je linkerkant, ben je er.’
‘Oké, hartstikke bedankt!’
Denise volgde de instructies van haar behulpzame niet-collega en kwam aan bij het secretariaat. Zoals verwacht zaten daar heel wat mensen te werken – correctie: koffie te drinken en te kletsen – dus moest Denise hen allemaal weg zien te krijgen. Ze keek even rond en trof het brandalarm aan waar ze naar op zoek was. Voor de zekerheid controleerde ze nog even of er geen camera’s in de buurt waren. Toen dat niet het geval bleek te zijn, activeerde ze onopgemerkt het alarm en ging zich daarna snel in de wc’s verstoppen. Door het helse alarm heen hoorde ze deuren openzwaaien, evenals onrustig gebabbel van leerlingen en leraren. Zodra ze geen andere mensen meer hoorde, ging Denise de toiletten buiten en glipte het leerlingensecretariaat binnen. Daar zocht ze een pc die nog niet vergrendeld was en ging op zoek naar het leerlingenbestand van het jaar 2005. Ze tikte de naam van Thomas Maes in, maar vond geen overeenkomst. Dat was al een hele opluchting voor Denise, maar om volledig zeker te zijn dat ze wel in de juiste lijst aan het kijken was tikte ze ook de naam van Michael De Rijke in. Dat gaf wel een match. Michael zat toen in zijn laatste jaar Wetenschappen samen met zijn drie andere klasgenoten Charlotte Delvaux, Roxanne Peeters en … Thomas De Keizer. Natuurlijk! Maes was helemaal niet de geboortenaam van Thomas, hoe kon Denise dat nu vergeten? De Keizer was de naam van Thomas’ biologische moeder en van zijn oom, dus hoogstwaarschijnlijk ook Thomas’ oorspronkelijke familienaam. Denise werd lijkbleek. Als Michael iets met de dood van Vandenberghe te maken had, dan was de kans niet uitgesloten dat zijn klasgenoten ook schuldig waren. Thomas moest erachter zijn gekomen dat Denise met Michael had gesproken over de verdwijning van haar ex-man. Ofwel doordat Michael dat hem zelf had verteld, ofwel doordat Thomas er op een andere manier achter was gekomen. Hoe dan ook, Denise moest Elias zo snel mogelijk waarschuwen. Ze had dan misschien nog geen harde bewijzen, ze mocht het risico niet lopen dat Thomas zijn man en zijn zoon iets aan zou doen. Ze haastte zich het gebouw uit op weg naar haar auto en probeerde Elias op te bellen, maar kreeg geen antwoord. Gefrustreerd stuurde ze hem via alle mogelijke communicatiekanalen een bericht dat ze op weg was naar het penthouse met een belangrijke mededeling. Denise stapte vlug haar auto in en vlamde naar de woning van Elias.

Op de ondergrondse parkeerplaats van zijn flatgebouw piekerde Elias over de scène die hij eerder die dag op straat had gemaakt. Waarom moest hij zichzelf toen zo nodig aanstellen? Nu zagen al die omstanders hem waarschijnlijk als een hysterische dramaqueen die kickte op de aandacht en verontwaardiging van andere mensen. Elias schaamde zich diep. Over het algemeen was hij iemand die graag de controle had over alles wat rondom hem gebeurde, en al zeker over de dingen die hijzelf zei en deed. Zijn emoties had hij dan ook doorgaans mooi in bedwang. Akkoord, zijn euforische en lichtjes agressieve gedrag toen hij ontslag nam was misschien wat minder gecontroleerd, maar toen koos hij er zelf voor om voor één keer alle remmen los te gooien. Tijdens dat voorval met die bedelaar waren het zijn emoties die de bovenhand namen en niet Elias zelf. Dat vond hij ook een van zijn grootste frustraties aan zijn depressie: hij kon zijn emoties niet meer onder bedwang houden. Niet Elias zelf, niet de mensen rondom hem en al evenmin de gebeurtenissen die hem overkwamen konden hem in een goede of slechte gemoedstoestand plaatsen. Het was alsof zijn emoties een eigen wil hadden gekregen en volledig zelf zijn humeur bepaalden, ongeacht van alle factoren die een mentaal gezond persoon in een zekere gemoedstoestand konden brengen. Opvallend was natuurlijk ook dat de emotie vreugde veel minder aanwezig was dan verdriet, woede en angst. Het leek zelfs alsof die emotie gewoon volledig verdwenen was. Ook al wist Elias tijdens zijn depressie nog wel hoe het voelde om gelukkig te zijn, toch lukte het hem maar niet om gelukkig te worden. Het was alsof hij vergeten was hoe hij blij moest zijn. Hij had meermaals heel hard geprobeerd om het geluk weer op te zoeken, maar telkens zonder resultaat. En daardoor voelde hij zich altijd maar ongelukkiger en wanhopiger. Dat Elias opnieuw de controle over zijn emoties leek te zijn verloren betekende misschien wel dat hij een terugval kreeg van zijn depressie. Veel kon hem dat echter niet schelen. Wat had het namelijk nog voor zin? Zowat zijn hele leven werd een paar dagen geleden volledig omgegooid en nu wist hij niet meer hoe hij verder moest. Dus misschien was het gewoon gemakkelijker als hij niet meer verder hoefde te gaan. Elias nam het doosje met pillen van de apotheek en stapte met een leeg gevoel de auto uit. Met een lome wandel liep hij de trappen op en hield op de eerste verdieping even halt toen hij Thomas opmerkte die defectpapieren op de liftdeuren plakte. Omdat Elias niet wilde dat Thomas hem ook zou zien, zette die eerste zijn tocht naar boven snel weer verder. Het kon hem toch maar weinig schelen wat Thomas van plan was. Toen Thomas zijn laatste blad had opgeplakt, liet hij de lift naar de begane grond komen. Hij had op elke etage bladen opgehangen met de mededeling dat de lift tijdelijk buiten gebruik was, opdat er geen collaterale schade zou zijn bij de uitvoering van zijn moordplan. Alleen de gelijkvloerse verdieping en de hoogste verdieping waren voorlopig nog niet voorzien van een defectpapier, omdat Denise natuurlijk niet mocht denken dat de lift kapot was. De ondergrondse verdieping zou ze toch niet meteen durven te nemen na die mislukte moordpoging van een week geleden, dus had Thomas daar wel al een papier gehangen. Over Elias hoefde hij zich ook geen zorgen te maken, want door zijn liftenfobie zou hij ook nooit ongewild een slachtoffer kunnen worden. Alles moest deze keer vlekkeloos verlopen. Als Thomas nu weer zou falen, zou Denise er binnen de kortste keren achter komen dat het inderdaad Thomas was die het op haar gemunt had. Dan kon hij het al helemaal vergeten. Maar het plan was tot in de puntjes uitgewerkt. Thomas had met verschillende accounts online klachten ingediend over de zogezegd labiele lift, waarna hij het systeem had laten hacken om alle klachten snel als opgelost aan te duiden. Zo zou de conciërge nooit op de hoogte zijn van de meldingen en was er toch bewijs dat er iets scheelde aan de lift. Die klachten in combinatie met een spijtige kortsluiting en niemand zou er nog aan twijfelen dat de dood van Denise om een betreurenswaardig ongeluk ging. Thomas moest wel voortmaken, wist hij. Denise had Elias namelijk een bericht gestuurd dat ze hem snel wilde spreken. Toen de lift eindelijk aangekomen was op de begane grond, opende Thomas vanop de eerste verdieping de liftdeuren met de sleutel die hij van de conciërge gestolen had. Met de lift net één verdieping lager, nam Thomas de vier kleefbommen die Jesse hem die ochtend had bezorgd en sprong bovenop de liftkooi. Hij maakte aan elke liftkabel vlug zo’n kleefbom vast en keerde daarna terug naar de eerste verdieping. Vervolgens sloot hij de liftdeuren, nam zijn spullen en ging op de begane grond in de conciërgekamer zitten. Daar hield hij de camerabeelden in het oog en wachtte de aankomst van Denise af.

Elias staarde voor zich uit aan de keukentafel met zijn nieuwe doos pillen voor zich. Hij besefte ineens dat hij een paar minuten geleden op de plaats stond waar zijn beste vriendin bijna vermoord was door zijn eigen man. Elias vroeg zich af in hoeverre zijn huwelijk één grote leugen was. Thomas had hem verdomme de hele tijd voor de gek gehouden op de ergst mogelijke manier. Had Thomas eigenlijk ooit echt van Elias gehouden? Wist die smeerlap wel wat liefde was? En had hij er ooit over gefantaseerd om Elias of Alexander te vermoorden? Elias was onlangs wel meer waanzinnige dingen te weten gekomen, dus hij zou er niet echt van schrikken als hij bevestiging zou krijgen voor die laatste gedachte. Wat als het geweer van Thomas wel geladen was toen Elias hem met de waarheid confronteerde? Wat als Elias hem effectief door het hoofd had geschoten? Zou alles dan beter zijn nu? Het zou in ieder geval een stuk veiliger zijn geworden in de buurt, maar dan had Elias wel zijn echtgenoot gedood. Och, wat had het ook voor zin om te piekeren over wat-alsscenario’s? De realiteit is nu zoals ze is: volledig naar de kloten. Elias nam een paar pillen uit het doosje en spoelde ze met een slok water door zijn keelgat. Elias voelde niets meer. Behalve pijn. Pijn door het verraad van Thomas, pijn door het leed dat Thomas Denise had aangedaan, pijn doordat Elias zo ver geraakt was in zijn herstel en nu weer helemaal vanaf nul moest beginnen. Of zelfs ver onder nul. Tijdens zijn eerste depressie was het net Thomas die hem erbovenop hielp. Hij was degene die Elias een touw toewierp waarmee die laatste op zijn eigen tempo de diepe put uit kon klimmen. Maar net toen Elias bijna de oppervlakte had bereikt, knipte Thomas het touw door en begroef Elias onder een dikke laag aarde zodat er geen uitweg meer leek te zijn uit de duisternis en eenzaamheid. Elias slikte nog een paar pillen en staarde naar het doosje. Hij besefte ineens dat hij wel degelijk de controle had over wat hij voelde. Hij kon de pijn wél doen stoppen. Haastig vulde hij zijn handpalm met een tiental pillen en slikte die allemaal tegelijkertijd door. Vlak daarna nam hij nog een handvol, die hij eveneens in een paar seconden doorslikte. Zo ging hij door tot de bodem van het doosje pillen duidelijk zichtbaar werd. Dadelijk zou hij geen pijn meer voelen. Dan zouden al zijn zorgen en al zijn leed aan hun einde komen. Eindelijk. Elias sloot zijn ogen en ademde rustig in en uit. Het zou zijn alsof hij gewoon in slaap viel, maar dan zonder de volgende ochtend weer wakker te worden met een nieuw pak zorgen aan zijn hoofd. Gewoon eeuwige rust. Net toen Elias zich volledig liet wegzakken, hoorde hij achter zich een hoge stem.
‘Dada.’
Met kleine oogjes draaide Elias zich om en zag hoe Alexander zijn papa lachend aankeek. Godverdomme, dacht Elias. Wat voor een vader laat zijn kind zomaar achter? Met een immens schuldgevoel spurtte Elias naar de badkamer, boog voorover aan de wastafel en stopte zijn wijsvinger zo diep mogelijk in zijn keelgat. Hoewel hij vaak moest kokhalzen, lukte het hem niet om de pillen uit te braken.
‘Komaan,’ fluisterde Elias wanhopig.
Hij voelde de kracht in zijn lichaam afnemen en begon te duizelen. Tussen de zwarte vlekken door zag hij zijn tandenborstel liggen, die hij meteen tegen de achterkant van zijn keel duwde. Niet veel later lagen de ingeslikte pillen in de wasbak en nam het draaierige gevoel langzaamaan af. Uiteindelijk liet Elias zich verslagen op de badkamervloer vallen en barstte in tranen uit.

*****

‘Daniël, we weten dat jij absoluut geen voorstander bent van deze bijeenkomsten, maar we zouden dit niet doen als het niet nodig was,’ probeerde Michael zijn oud-leraar te kalmeren die zichtbaar geërgerd was om iedereen weer op dezelfde plaats te zien.
‘Maar waarom moet dat dan altijd bij jullie thuis?’ vroeg Daniël, ‘Denk je nu echt dat dat bij niemand verdacht zal overkomen?’
‘We hebben geen directe buren en niemand geraakt ooit onopgemerkt over die grote poort om ons te bespioneren. We zitten hier veilig,’ stelde Charlotte hem gerust, ‘Er is trouwens niemand anders die zijn huis aanbiedt als ontmoetingsplek. Doen we de volgende vergadering anders bij jou?’
‘Laten we nu maar gewoon hopen dat het niet tot een volgende vergadering hoeft te komen,’ mopperde Daniël.
‘Waarom zijn we hier eigenlijk?’ vroeg Roxanne vanuit de fauteuil die waarschijnlijk meer had gekost dan alle meubels in haar hele woonkamer samen.
‘Jullie hebben waarschijnlijk allemaal al gelezen dat Denise Vermeersch niet zo lang geleden is aangevallen,’ leidde Michael de reden voor de bijeenkomst in.
Roxanne en Daniël bevestigden knikkend Michaels vermoeden.
‘Dat was net één dag nadat ze mij hier is komen opzoeken en ik haar duidelijk heb gemaakt dat haar ex Vandenberghe dood was,’ ging Michael verder, ‘Dat lijkt ons net iets te toevallig.’
‘Volgens ons heeft Thomas er iets mee te maken,’ ontdeed Charlotte de uitleg van alle ambiguïteit.
Daniël hield gespannen zijn mond dicht. Hij wist natuurlijk dat Thomas inderdaad degene was die Denise had willen vermoorden, hij had er zelf nog een hevige discussie met hem over gehad. Maar dat kon hij nu niet zomaar bekennen wilde hij het vertrouwen van de anderen behouden.
Roxanne was daarentegen wel snel om te reageren: ‘Ik heb Thomas als patiënt gehad. Hij vermoordt alleen mensen die het volgens hem verdienen: pedofielen, verkrachters, mishandelaars … Iemand als Denise zou hij nooit iets aandoen. Ze is zijn huishoudster en bovendien ook nog de meter van zijn zoon. Nee, ik geloof echt niet dat Thomas er voor iets tussen zit.’
‘Wie dan wel, Roxanne?’ vroeg Michael, ‘Wie anders dan Thomas heeft er belang bij dat Denise sterft en ook nog het gebrek aan een geweten om zoiets effectief te doen?’
‘Ja, dat week ik niet,’ antwoordde Roxanne, ‘Misschien had die vrouw in het verleden wel vijanden gemaakt, dat kan toch?’
‘Dat zou ik nog geloven als die aanval niet direct na haar bezoek aan ons was gebeurd,’ hield Charlotte vol.
‘Maar Thomas wist toch niet eens dat Denise ooit de vrouw was van Vandenberghe?’ argumenteerde Roxanne op haar beurt.
‘Je zei zelf dat Denise de huishoudster was van Thomas. Dan is de kans heel groot dat ze iets heeft laten vallen over onze ontmoeting. Laten we ook niet vergeten dat ze vlak onder het flatgebouw van Thomas is aangevallen. Dat kan toch allemaal geen toeval zijn, Roxanne?’
Roxanne moest toegeven dat de verbanden inderdaad te sterk waren om als toevallig door te gaan. Ze moest dan ook onder ogen zien dat Thomas een nóg groter gevaar voor de maatschappij vormde dan hij al was.
‘Zeg, waarom ben jij eigenlijk zo stil?’ vroeg Charlotte aan Daniël.
Daniël zuchtte. Ach, wat had het nog voor zin om te zwijgen? Ze zouden er vanzelf toch achter komen.
Daniël nam even adem en zei: ‘Jullie hebben gelijk. Thomas heeft ontdekt dat Denise het wist van Michael en heeft geprobeerd om haar van kant te maken.’
‘En hoe weet jij dat zo zeker?’ vroeg Roxanne met een wantrouwige blik.
‘Ik was erbij toen hij zijn plan uitwerkte,’ biechtte Daniël op.
Roxanne, Charlotte en Michael keken hun oud-leraar verstomd aan.
‘En je hebt hem niet gestopt?’ zei Michael verwijtend.
‘Hoe had ik dat dan moeten doen?’ reageerde Daniël op zijn beurt, ‘Dreigen met strafstudie? Als Thomas ergens zijn zinnen op heeft gezet dan doet hij er alles aan om zijn doel te bereiken. Je kunt hem gewoon niet overtuigen om ergens niet mee door te gaan.’
‘Of jij hebt gewoon expres je best niet gedaan om hem te overtuigen,’ beschuldigde Roxanne hem, ‘Als Denise was uitgeschakeld was ons geheim natuurlijk veilig. Het kwam jou dus wel goed uit dat Thomas haar wou vermoorden.’
‘Kunnen we even niet doen alsof ik hier het monster ben en ons weer focussen op Thomas? Hij is tenslotte nog altijd het grote gevaar!’
‘Denk maar niet dat dit gesprek hiermee is afgerond,’ reageerde Michael streng, ‘Maar je hebt wel gelijk. Als die klootzak nu ook onschuldige mensen vermoordt, is hij een nog groter gevaar dan gedacht. We moeten hem echt stoppen en ik vrees dat dat maar op één manier zal gaan.’
In de woonkamer heerste een korte stilte die Roxanne uiteindelijk doorbrak.
‘We moeten onszelf aangeven,’ verduidelijkte ze het punt van Michael.
Daar waren Charlotte en Daniël allebei zeker niet van gediend. Als ze zichzelf zouden aangeven, zouden hun andere geheimen namelijk ook aan het licht komen, wat niet alleen zware gevolgen zou hebben voor de ernst van hun straf maar ook voor hun relatie met de mensen in hun directe omgeving. Het geheim van Charlotte was de doodslag op haar manager Giuseppe waar Michael niets van afwist, en tot Daniëls geheime misdaden behoorden de dood van Ruben op het bekeringskamp en het lichaam van Giuseppe dat hij samen met Thomas in de rivier had gedumpt.
‘Er moet toch een andere manier zijn,’ smeekte Charlotte, ‘Ik kan echt niet naar de gevangenis gaan. Dat overleef ik niet!’
‘Onszelf aangeven is zowat het slechtste idee ooit!’ deelde Daniël het standpunt van Charlotte, ‘Over een jaar verjaren de feiten. Dan kan Thomas ons niks meer maken en kunnen we zonder zorgen ons leven weer oppakken.’
‘Denk je dat die eikel dat zelf ook niet weet?’ weerlegde Michael het argument van Daniël, ‘Zodra de feiten verjaard zijn en Thomas inziet dat wij geen deel willen uitmaken van zijn zieke moordenaarssquad, zal hij ons ook uit de weg willen ruimen.’
Daniël wist even niet meer wat te zeggen en het bleef een poos stil in de kamer.
‘Kijk, ik wil ook niet naar de gevangenis,’ legde Michael uit, ‘Als heel die affaire met Vandenberghe uitkomt, zal dat enorme gevolgen hebben op ons leven: onze carrières zijn sowieso geruïneerd, banden met familie en vrienden zullen nooit meer dezelfde zijn – als ze nog zullen bestaan – en dan moeten we nog zien te overleven achter de tralies. Maar ik heb toch liever dat dan dat ik wakker word in de kelder van Thomas Maes met mijn afgehakte vingers in mijn bakkes.’
‘Jij hebt wel gemakkelijk spreken,’ antwoordde Daniël, ‘Jij was nog minderjarig tijdens dat hele gedoe met Vandenberghe. Jou gaan ze helemaal niet in de bak smijten.’
‘Misschien niet,’ reageerde Michael, ‘Maar misschien oordeelt de rechter wel dat ik toch oud genoeg was om te weten wat ik deed en krijg ik toch een celstraf. Het zou niet de eerste keer zijn dat zoiets gebeurt. Vergeet trouwens niet dat wij met vier zijn en hij alleen. Samen kunnen we de beste advocaten inschakelen om onze straf zo licht mogelijk te maken.’
‘Thomas zijn manipulatieve karakter zal in ons voordeel spelen,’ voegde Roxanne toe, ‘We kunnen de rechter ervan overtuigen dat we ons door hem lieten meeslepen.’
‘Maar Vandenberghe was een ongeluk,’ argumenteerde Charlotte, ‘Niemand wou hem dood maar toch is het gebeurd en daar hebben we allemaal schuld aan.’
‘Thomas toch net iets meer dan wij,’ sprak Roxanne haar tegen.
Charlotte, Daniël en Michael vroegen Roxanne met onbegrijpende ogen om nadere uitleg. Die uitleg gaf ze hun uiteindelijk ook.
‘Ik heb dit nooit eerder aan jullie gezegd, maar toen we het lijk van Vandenberghe hebben verbrand in dat bos heeft Thomas me iets bekend.’
Roxanne aarzelde even voor ze verderging: ‘Voordat ik die pure alcohol in de koffie van Vandenberghe wou gieten vroeg ik hem nog uitdrukkelijk of het veilig was. Hij zei toen dat methanol veilig was, maar tijdens de verbranding vertelde hij mij dat hij wist dat het eigenlijk giftig was en dat hij Vandenberghe ermee wilde doden. Het was misschien niet de methanol zelf maar de hartaanval die volgde waaraan Vandenberghe uiteindelijk is bezweken, maar de intentie om hem te doden was er wel.’
Roxanne werd verbaasd en ongelovig aangekeken door haar toehoorders.
‘Godmiljaar, welke zieke onthullingen ga ik hier vanavond nog allemaal te horen krijgen?’ sprak Michael met grote ogen, ‘En waarom vertel je dit nu pas?’
‘Had het een verschil gemaakt als je dat eerder wist?’ vroeg Roxanne, ‘Het punt is dat we die informatie tegen hem kunnen gebruiken in de rechtbank. We gaan er echt beter uitkomen dan je zou denken.’
Roxanne en Michael keken Daniël en Charlotte aan, die niet veel meer nodig hadden om over de streep te worden getrokken.
‘Jullie weten dat we geen andere keus hebben, toch?’ vroeg Roxanne.
Met een gelijktijdige zucht gaven Charlotte en Daniël te kennen dat ze de twee anderen gelijk gaven.
‘Oké, om latere ruzies te vermijden wil ik hier nog even duidelijk over stemmen,‘ sprak Michael, ‘We nemen pas een beslissing als iedereen dezelfde mening deelt, akkoord?’
Roxanne, Charlotte en Daniël beantwoordden Michaels vraag met geknik, waarna Michael de stemming startte.
‘Goed, iedereen die vindt dat we onszelf moeten aangeven steekt nu zijn hand op.’
Michael en Roxanne waren zoals verwacht de eersten om hun hand in de lucht te steken en na enige aarzeling volgde ook Charlotte. Met alle ogen op Daniël gericht blies hij even diep uit om zijn tegenzin duidelijk te maken en hief daarna ook zijn hand op.
‘Oké dan,’ nam Roxanne het initiatief, ‘Hoe langer we wachten, hoe groter het risico. We gaan nu naar de politie.’

Thomas Maes zat nu al bijna een uur te staren naar oninteressante camerabeelden. Af en toe was er wat beweging in de gangen van de hogere verdiepingen, maar echt spectaculair was dat niet. Beweging in de hal op de begane grond was wat Thomas wilde zien, en in het bijzonder beweging van een 55-jarige huishoudster genaamd Denise. Ze had Elias nog gestuurd dat ze er vroeger zou zijn dan afgesproken, dus waar bleef ze dan? Thomas keek nog eens tussen de ontvangen Facebookberichten van Elias maar vond geen nieuwe berichten van Denise terug. Waar kon dat mens nu toch zijn? Net toen Thomas bijna helemaal zijn geduld had verloren, zag hij zijn prooi de hal binnengaan. Eindelijk, dacht Thomas. Hij bestudeerde vluchtig wat Denise aanhad om haar te kunnen herkennen voor het geval haar gezicht niet duidelijk in beeld zou komen op de camera van de bovenste etage. Wat het meest opviel was haar donkerblauwe mantel met kap die zowat alles bedekte. Daaronder droeg ze zwarte platte schoenen. Meer kledij kon Thomas niet zien in de paar seconden dat ze door de hal liep en op de lift wachtte die al meteen op de juiste etage stond. Maar hoeveel mensen waren er ook met zo’n mantel? Thomas zou haar wel kunnen herkennen. Daar hoefde hij zich geen zorgen over te maken, wist hij. Trouwens, alleen Denise zou van de bovenste verdieping de lift naar beneden kunnen nemen, want Elias was als de dood voor liften. Nadat Denise de lift was ingestapt en de deuren sloten, nam Thomas nog een defectpapier en plakte het op de lift. Zo, nu waren alle verdiepingen behalve de bovenste voorzien van zo’n defectwaarschuwing. Op de bovenste etage stond alleen het penthouse van Thomas en Elias, dus was er geen kans op collaterale schade. Snel ging Thomas weer in het conciërgehok zitten en zag op de camerabeelden nog net hoe Denise het penthouse binnentrad. Hij ging alvast aan de zekeringskast staan om dadelijk op het juiste moment de stroom te doen uitvallen en het zo op een accident te laten lijken. Nu was het gewoon nog wachten tot ze weer naar buiten kwam en de lift instapte. Dan zou Thomas de bommen kunnen laten afgaan, waardoor de liftkabels zouden breken en de kooi van de bovenste verdieping helemaal naar beneden zou vallen. Dan was er geen Denise meer, dus ook geen gevaar dat de waarheid zou uitkomen. Met Elias zou het uiteindelijk ook weer goedkomen. Hij zou namelijk iemand nodig hebben om het verlies van Denise te kunnen verwerken. Het vertrouwen van Elias terugwinnen was zeker geen vanzelfsprekende opdracht, maar Thomas had er niet al te veel moeite mee om te geloven dat alles weer in orde zou komen. Thomas durfde zelfs te wedden dat hij zijn man ervan zou kunnen overtuigen dat zijn misdaden gerechtvaardigd en vooral nodig waren. Zodra Elias dat zou inzien, zou het allemaal een stuk simpeler worden: Thomas zou niets meer achter de rug van zijn man moeten doen en ook geen geheimen meer moeten meedragen. Minutenlang zat Thomas op die manier te fantaseren over zijn utopische toekomst met Elias. Hij was zo diep verzonken in zijn gedachten dat hij op de camerabeelden bijna de donkerblauwe mantel gemist had die alweer de lift instapte. Thomas nam even diep adem en zodra de liftdeuren dicht waren, schakelde hij de stroom uit, waarna hij niet veel later op de blauwe knop van zijn afstandsbediening drukte. Zoals verwacht was de explosie zelf vanaf zo’n afstand niet hoorbaar, dus wachtte Thomas nog even stil af. Toen hij na slechts enkele seconden een immense en plotse knal hoorde afkomstig van de verdieping onder hem, wist hij dat de liftkooi geland was. Thomas glimlachte. Het was hem gelukt. Denise was dood. Nu moest hij gewoon nog voor zijn alibi zorgen om te garanderen dat er geen sprake zou zijn van opgezet spel, of dat hij toch tenminste geen verdachte zou zijn. Dat alibi zou Elias hem kunnen bezorgen. Thomas nam een koffer die hij vanuit zijn hotelkamer had meegenomen en rende ermee de trappen op naar de bovenste verdieping. Hoe sneller hij boven aankwam, hoe geloofwaardiger zijn alibi zou worden. Toen Thomas uitgeput boven aankwam, klopte hij op de deur van zijn woning.
‘Elias!’ riep Thomas, ‘Ik ben het. Ik kom je koffer terugbrengen. Die heb jij mij meegegeven toen … Je weet wel.’
Geen antwoord. Thomas klopte nog eens op de deur en probeerde opnieuw.
‘Schat, doe alsjeblieft open. Ik wil gewoon die koffer terugbrengen, dat is alles. En misschien ook eens praten.’
Nog altijd geen woord van Elias. Met een zucht graaide Thomas in zijn broekzak en haalde er zijn sleutel uit. Voorzichtig opende hij de deur.
‘Elias, ik kom nu naar binnen. Ik wil je echt geen kwaad doen, vertrouw me nu maar.’
Thomas stapte het penthouse binnen en sdoorzocht elke kamer op zoek naar zijn echtgenoot, maar vond geen spoor van leven. Niet in de woonkamer, niet in de badkamer, niet in de slaapkamer. Nergens. Ook de wieg van Alexander was helemaal leeg. Bezorgd nam Thomas zijn gsm om Elias op te bellen, toen zijn blik plots viel op een handgeschreven brief op de keukentafel. Thomas merkte meteen dat het Elias’ handschrift was en begon de brief te lezen.

Thomas

Ik kan zo echt niet meer verder. Alle vooruitgang die ik de laatste maanden heb geboekt en al het harde werk dat ik daarvoor nodig had, heb jij me in een paar seconden ontnomen. Jij was altijd degene voor wie ik bleef vechten. Jij was het waard om al die shit te doorstaan. Of dat dacht ik toch. Je bleek gewoon al die tijd een hypocriete leugenaar te zijn. Je hield me voor de gek en ik was te blind om dat te beseffen. Je hebt me niet alleen op de ergst mogelijke manier verraden, maar je bent ook nog eens een gevaar gebleken voor Alexander en mij. Je zegt misschien wel dat je alles wat je doet bedoeld is om ons te beschermen, maar jij bent juist degene van wie wij beschermd moeten worden. Ik wil niet heel mijn leven in angst doorbrengen, dus je krijgt mij en Alexander nooit meer te zien.

Denise hoeft straks trouwens ook niet meer bang te zijn. Ze kwam hier daarnet binnen om me voor jou te waarschuwen. Ze weet het, Thomas. Ze weet alles. Toen ze hier haar verhaal kwam doen, begreep ik opeens waarom je die bladen papier eerder vandaag op de liften plakte. Ja, ik heb je wel gezien. Het was weer zo’n plan om Denise kapot te maken, of niet? Ik snap nog altijd niet waarom je haar iets zou willen aandoen. Ze weet te veel, heb je al gezegd. Maar ze heeft nooit iemand kwaad gedaan, dat weet jij ook. Laat haar dan toch met rust. Ik vertrouw er niet op dat je haar niets meer zal aandoen puur omdat ik het je vraag. Ik heb haar dan ook sterk aangeraden om naar de politie te stappen. En neen, ze is niet in de lift gestapt zoals jij gepland had. Ik heb haar bevolen om de trap te nemen.

En nu zit ik hier, mijn laatste woorden aan jou neer te pennen in deze brief. Waarom neem ik zelfs nog de moeite om woorden aan jou vuil te maken? Misschien omdat ik niet weet wat ik anders moet doen. Misschien om je te doen inzien hoe verkeerd jouw wandaden zijn. Misschien wel omdat ik je ondanks alles nog graag zie. Wellicht al die redenen tegelijkertijd. Hoe dan ook, ik kan niet bij je terug als ik me niet opnieuw wil laten manipuleren. En Alexander verdient geen vader die hem alleen maar zal traumatiseren. Hij ligt hier nu te slapen, met zijn hoofdje rustend op mijn schouder. Zijn ademhaling is al heel sterk gedaald. Ik heb mijn pillen in zijn eten gemengd zodat hij niet meer hoeft te ontwaken om te worden blootgesteld aan alle miserie in deze wereld, waar jij deel van uitmaakt. Ik ben er niet trots op, maar ik weet dat het nodig is. Zo voelt hij straks ook geen pijn. Als ik het laatste woord van deze brief namelijk heb opgeschreven, trek ik Denises jas aan – ik heb haar bevolen om die hier te laten – verstop ik Alexander erin en ga ik iets doen wat me hiervoor altijd al onmogelijk leek. Als je al zo ver bent in deze brief en ik nog altijd niet terug ben, betekent dat dat het mij gelukt is. Ik ben de lift ingestapt, Thomas. Proficiat, je hebt net de twee enige mensen gedood van wie je ooit echt hebt gehouden. Laat dit je ogen openen zodat je uiteindelijk een beter leven kunt leiden.

Vaarwel

Elias

Met de brief nog in zijn handen staarde Thomas bevend voor zich uit. Nee, dit kon niet. Hij had hen niet gedood. Dat kon echt niet. Het mocht gewoon niet. In paniek vluchtte Thomas de deur uit en spurtte de trappen naar beneden op weg naar de ondergrondse parkeerplaats, waar de liftkooi geland was. Misschien hadden zijn man en zijn zoon het wel overleefd. Of misschien was Elias gewoon aan het bluffen en was hij die lift helemaal niet binnengegaan. Wie was die figuur in die blauwe mantel dan? Mogelijk gewoon Thomas’ verbeelding. Het kon toch zijn dat hij zo ongeduldig was om Denise te zien dat zijn fantasie hem deed geloven dat hij haar echt had gezien? Toch? Als Thomas momenteel rationeel kon nadenken, zou hij zelf ook wel weten dat die theorie totaal van de put gerukt was en dat hij wel degelijk het leven van Elias en Alexander eigenhandig had beëindigd. Maar de wanhoop gaf hem ironisch genoeg hoop. Valse hoop weliswaar, maar het was iets. Thomas besefte zelf niet met wat voor een snelheid hij de trap afdaalde. Op nog geen minuut was hij al halfweg. Hij was zo gefocust op zijn doel dat hij zich ook geen rekenschap gaf van zijn omgeving. Daardoor had hij de stemmen en stappen ook niet gehoord van de gewapende politieagenten die de trap opliepen. Zodra zij Thomas in het vizier hadden, bevolen ze hem om halt te houden. Hij zat echter nog zo diep in zijn eigen wereld dat hij gewoon door bleef spurten. Toen hij maar een paar seconden later tegen de agenten opbotste, slaagden zij er zonder al te veel moeite in om Thomas op de vloer te duwen en in de boeien te slaan. Terwijl een van de agenten hem op zijn rechten wees, kon Thomas keer op keer maar één naam uitbrengen: ‘Elias.’

[Einde boek 1]

Advertisements

One thought on “Het geweten van een moordenaar – hoofdstuk 8 (ontknoping)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s