Het geweten van een moordenaar – hoofdstuk 6

Vorig hoofdstuk

Hoofdstuk 6 – Kwaad bloed

’s Ochtends heerste er een onaangename stilte ten huize Maes terwijl iedereen zat te piekeren over wat hij de dag ervoor had gehoord of gezien. Bij Elias spookte het voorstel van Roxanne over de pillen door zijn hoofd.  Als hij ze niet allemaal aan haar afgaf en zich niet beperkte tot de dosissen die zij hem oplegde, zou zijn psychologe naar Elias’ huisdokter stappen. Dan zou zijn dokter te weten komen dat haar patiënt buitensporig veel verslavende pillen nam die hij aankocht met haar gestolen doktersvoorschriften. Aan alle wettelijke consequenties die zouden volgen had Elias absoluut geen behoefte. Hij kende Roxanne ondertussen ook wel al. Hij wist daardoor dat zij als therapeute werkelijk alleen maar deed wat volgens haar de vooruitgang van haar patiënten bevorderde. Ermee dreigen om Elias in moeilijkheden te brengen bij de autoriteiten moest dus wel een gegronde reden hebben. Waren die pillen dan echt zo slecht voor hem? Zelf geloofde hij dat hij het nog allemaal in de hand had, maar misschien was het inderdaad toch wel eens tijd om langzaam af te bouwen. Het tempo waarop hij dat zou doen kon hij echter zelf wel bepalen. Daarom bewaarde hij nog een paar voorschriften in zijn portefeuille, en de rest zou hij volgende week uit zijn privélade halen om ze daarna te overhandigen aan Roxanne. Roxanne mocht dan wel de professional zijn, niemand kon Elias en zijn grenzen beter inschatten dan hijzelf. Althans, dat was toch zijn visie.
Met een veegborstel in de hand brak ook Denise haar kop over het ongewone gesprek dat ze de dag voordien had gevoerd. Het gebeurt namelijk niet elke dag dat je erachter kwam dat de man van wie je vreesde dat hij terug in je leven zou komen om je opnieuw in elkaar te slaan en te kleineren, dood bleek te zijn. Al dertien jaar lang, dan nog wel. Denise besefte dat ze een enorm risico had genomen door naar het huis van Michael te gaan en hem te vragen om te bekennen, maar ze had hem ook al heel duidelijk gemaakt dat ze niet uit was op wraak. Ze wilde dat verschrikkelijke hoofdstuk uit haar traumatische horrorverhaal gewoon kunnen afsluiten. Die boodschap was volgens haar ook overgekomen, anders zou ze nu waarschijnlijk niet meer geleefd hebben. Niet dat haar leven nog tientallen jaren zou duren. Er was namelijk nog haar medische toestand. Ja, die uitslag van het ziekenhuis was ook nog zoiets waarover te piekeren viel. Denise wist natuurlijk wel dat die ziekte vroeg of laat haar tol zou eisen en ze had dan ook al geprobeerd om zich erop voor te bereiden, maar kun je dat wel? Kun je je echt voorbereiden op het moment dat je een tikkende tijdbom wordt? Een tijdbom waarvan je onmogelijk kunt inschatten wanneer ze voor de laatste keer zal tikken? Een tijdbom die door haar impact niet alleen Denise zelf, maar ook de mensen van wie ze het meest hield emotioneel zou verwoesten? Ze wist al niet hoe ze aan de mensen rondom haar moest zeggen wat er scheelde, laat staan dat ze wist hoe ze er zelf mee moest omgaan. Dan was er ook nog die peperdure behandeling die niet gedekt werd door haar verzekering … Al die zorgen aan haar hoofd maakten de huishoudster nog zieker dan ze al was. Konden haar problemen maar als de zon verdwijnen. Als het aan Thomas lag zou dat ook gebeuren, inclusief haar volledige bestaan. Liggend in de zetel met zijn laptop op zijn schoot worstelde hij met zowat zijn meest complexe morele dilemma ooit: moest hij Denise vermoorden of niet? Nog nooit had hij zoveel moeite gehad om het lot van iemand anders te bepalen. Maar hij had geen keus. Denise was de weduwe van Vandenberghe; dat kon gewoon geen toeval zijn. Ze was waarschijnlijk al sinds zijn plotse verdwijning van dertien jaar geleden op zoek naar antwoorden en was uiteindelijk bij Thomas terechtgekomen. Dat hij nog geen politie over de vloer had gekregen bewees dat Denise nog niets zeker wist en gewoon een vermoeden had. Nu ze echter ook nog eens bij Charlotte en Michael thuis was geweest, kon het niet anders dan dat ze alles bijna ontrafeld had. Hoe ze daarin geslaagd was wist Thomas niet, maar hij wist dat hij snel moest handelen. Anders zou het heel verkeerd kunnen aflopen. Op zijn computer had hij een lijst gemaakt met alle voor- en nadelen van de eventuele moord op Denise. Die lijst las als volgt:

Contra:
– Denise is geen slecht persoon;
– Zij en Elias hebben een heel sterke band. Haar dood zou hem emotioneel ruïneren;
– Ik weet niet hoeveel ze al weet. Misschien kan ik haar alsnog op het verkeerde spoor brengen;
– Ze is de meter van Alexander.

Pro:
– Als Denise uit de weg geruimd is, zal de wereld niet te weten komen dat ik een moordenaar ben en voorkom ik dat mijn hele leven met Elias en Alexander definitief verleden tijd wordt.

Thomas slaakte een diepe zucht. Had hij echt nog een tweede proargument nodig? De gedachte dat hij Denise nog kon misleiden was wel heel optimistisch en Elias zou er zeker van afzien als ze overleed, maar daar zou hij zich uiteindelijk wel over zetten. Het was trouwens ook niet zo dat Alexander het niet zou overleven zonder meter. En van dat hele gedoe rond het peter- en meterschap was Thomas toch geen fan: veel te christelijk en te traditioneel. Daarom had hij voor zijn zoon ook geen peter of een tweede meter gekozen. Dan bleef alleen nog het belangrijkste tegenargument over: Denise was geen slecht mens. Al van in het begin had Thomas zich voorgenomen om alleen mensen kwaad te doen die het verdienden. Hij zou enkel degenen vermoorden die door het falende gerechtssysteem een schandalig lichte straf kregen voor hun daden. Zijn biologische moeder was een van die mensen en na dat bespottelijke celstrafje dat ze gekregen had, had Thomas gezworen dat hij geen enkele zware crimineel als Christa ervan zou laten afkomen met een gevangenisstraf. Hij zou datgene doen waarvoor de overheid te laf was om het uit te voeren. Dat was zijn plicht. Alleen was Denise voor zover Thomas wist niet zo’n persoon. Natuurlijk had hij ondertussen al heel wat opzoekwerk verricht, maar had behalve illegaal druggebruik na de verdwijning van Vandenberghe niets gevonden. Ze was helemaal niet kwaadaardig; ze was een slachtoffer. Ze verdiende het duidelijk niet om al aan het einde van haar leven te komen, maar Thomas kon gewoon niet anders. Na lang piekeren zette hij zijn belangrijkste principes en zijn geweten opzij, stond op en maakte Elias en Denise wijs dat hij even naar het park ging om daar inspiratie op te doen voor zijn volgende boek. Zogezegd om zijn computertas te gaan halen stapte hij de slaapkamer binnen en ging gehurkt voor het ventilatieroostertje zitten vlak naast de kleerkast. Dat roostertje vees hij vervolgens los en tastte naar boven om een verdovingsmiddel en een spuit los te maken. Die stopte hij in zijn rugzak, samen met zwarte kledij en een bivakmuts die hij uit een verborgen ruimte in zijn kleerkast haalde. Met zijn gevulde rugzak verliet de seriemoordenaar de slaapkamer, kuste zijn echtgenoot gedag, knikte lachend naar zijn huishoudster en stapte ten slotte door de deur van het penthouse. Toen Thomas langs het deurgat verdwenen was, stapte Denise aarzelend naar Elias die aan de keukentafel de krant aan het lezen was. Ze wist dat wat ze hem nu ging vragen vrij delicaat was, maar haar verzekering dekte de kosten van haar behandeling niet. Als ze de maand nog wilde doorkomen zonder moeizaam de eindjes aan elkaar te knopen, moest ze die vraag wel stellen.
‘Elias,’ sprak ze haar werkgever die spontaan opkeek aan, ‘je weet dat dit niet van mijn gewoonte is en ik zal er ook voor zorgen dat het bij deze ene keer blijft …’
Elias keek zijn huishoudster vragend aan terwijl ze verderging.
‘Maar zou het eventueel mogelijk zijn om al een deel van mijn loon over te schrijven?’
Elias wierp Denise een nog nieuwsgierigere blik en uitte oprechte bezorgdheid.
‘Wat is er, Denise? Zit je in financiële moeilijkheden?’
‘Voor heel even maar,’ loog de huishoudster die zelf heel goed wist dat die behandeling voor de rest van haar leven nodig zou zijn, ‘Als ik gewoon de komende weken wat extra geld heb, komt het wel goed.’
‘En hoeveel heb je dan nodig?’ vroeg Elias.
‘De helft, ongeveer …’ aarzelde Denise.
Als reactie op dat antwoord trok Elias zijn wenkbrauwen hoog op.
‘Denise, je wordt toch niet gechanteerd of zo, hè?’
‘Nee, tuurlijk niet,’ verzekerde de huishoudster, ‘Ik heb gewoon even een paar persoonlijke problemen, maar die gaan wel over. Als het te veel is, moet je het maar zeggen, hè. Ik wil natuurlijk niet dat jij of Thomas door mij in moeilijkheden komen.’
‘Wat zeg jij nu, Denise? Ik zal het bedrag direct overschrijven.’
Terwijl Elias naar zijn computer stapte en tegelijkertijd zijn betaalkaart uit zijn portemonnee haalde, vielen er een vijftal doktersvoorschriften uit.
‘Shit,’ riep Elias uit met onderdrukte stem.
‘Da’s niet erg, ik raap ze wel op,’ bood Denise aan, wat natuurlijk niet naar de zin was van Elias.
Nog voor hij haar kon stoppen, had Denise al zo’n doktersvoorschrift vast en keek vreemd op toen ze begreep wat ze in haar handen had.
‘Waarom heb jij oningevulde doktersvoorschriften in je portemonnee zitten?’ vroeg Denise moederlijk.
Ugh, hier gaan we weer, dacht Elias in zichzelf.
‘Denise, ik heb echt geen zin in een preek. Geef die nu maar gewoon terug.’
Toen Elias zijn hand uitreikte om de voorschriften af te pakken van zijn huishoudster, zwaaide Denise haar hand van hem weg zodat hij er niet aan kon.
‘Dit is een ernstig misdrijf, dat besef je toch? Je kunt niet zomaar zelf voorschriften gaan invullen. Waarom heb je die zelfs nodig?’
‘Denise, je weet dat ik je graag zie, maar nu moet je toch echt doen wat ik zeg voordat ik me kwaad maak. Geef die terug!’ beval Elias streng.
Na een paar seconden nadenken had Denise opeens door waarvoor die gestolen doktersvoorschriften dienden.
‘Je gebruikt die voor die pillen, hè? Ik vond al dat je die zo lang nam. Elias, besef je wel hoe gevaarlijk dat is? Als je al doktersvoorschriften moet stelen, wil dat waarschijnlijk zeggen dat je dokter je verboden heeft om die pillen nog te nemen. Daar is een reden voor.’
‘Ik heb toch gezegd dat ik geen preek wil? Mijn psychologe heeft dat al vaak genoeg gedaan. Geef die papieren nu terug of je kunt naar je geld fluiten!’
‘Ik zeg je dit nu niet als je huishoudster, maar als je goede vriendin, Elias,’ hield Denise vol, ‘Je moet echt naar je psychologe en je dokter luisteren. Ik heb zelf ook met een verslaving geworsteld, dus ik weet hoe moeilijk het is om het al te aanvaarden, en dus zeker om ervan af te raken. Laat mij je nu gewoon helpen. Ik zou niet willen dat er jou iets overkomt.’
Elias bleef even stil. Denise had hem al zoveel verteld over haar leven, maar over een verslaving had ze nog nooit een woord gerept. Niet dat dat nu wel relevant was, want Elias was helemaal niet verslaafd … toch?
‘Geef me nu gewoon die voorschriften terug, dan vergeten we wat er net is gebeurd en kan ik het geld overschrijven, oké?’ probeerde Elias kalm te bemiddelen.
Op het moment dat Denise haar onenigheid wilde uitdrukken, kreeg ze weer zo’n hevige hoestaanval. Elias vond het zorgwekkend ongezond klinken en schoot haar verbaal te hulp.
‘Denise, gaat het wel?’
Antwoorden kon zijn goede vriendin niet. Ze bleef maar agressief kuchen, tot ze opnieuw bloed ophoestte. Dat laatste bleef natuurlijk niet onopgemerkt. Met grote ogen bekeek Elias de rode handen van Denise en reageerde gechoqueerd.
‘Verdomme, Denise!’ riep hij bezorgd uit, ‘Ga je me nu eindelijk eens vertellen wat er met je scheelt? Je loopt hier nu al weken misselijk en duizelig rond en nu dit! Wat is er?’
Denise besefte zelf ook wel dat het geen zin had om het nu nog te verzwijgen. Zodra ze weer kalm kon ademhalen gingen Elias en Denise beiden aan de keukentafel zitten, waarna Denise eindelijk bekende wat haar mankeerde.

*****

Ondertussen zat Charlotte in de douche terwijl ze probeerde haar misdaad van de voorgaande dag te rechtvaardigen zoals Thomas haar bevolen had. Ze moest geloven dat Giuseppe een slecht man was, dat hij verdiende wat hem overkomen was. Of beter gezegd: wat Charlotte hem had aangedaan. Nu ze erover nadacht was haar manager inderdaad niet de hartelijkste persoon die er was: hij had altijd onbegripvol gereageerd als Charlotte door overmacht een shoot moest afzeggen, hij had nooit gevraagd hoe het met haar ging, en dan was er nog de tactloze manier waarop hij haar had laten weten dat ze moest afvallen. Maar was dat wel reden genoeg om je verantwoordelijkheid voor iemands dood goed te praten? Charlotte wist dat dat niet zo was, maar zo denken maakte het verwerkingsproces op de een of andere manier wel draagbaarder. Ach, waar was ze nu toch ook weer mee bezig? Een doodslag rechtvaardigen, echt waar? Het was alsof Thomas haar geweten had aangetast en dat was natuurlijk exact wat die moordlustige, manipulatieve klootzak wilde. Charlotte moest onder ogen zien wat ze werkelijk was: een doodslagpleegster. Door die gedachte werden haar ogen spontaan rood en vloeiden de tranen er sneller uit dan het water uit de douchekop. Charlotte zat graag in de douche, want als ze daarin huilde hoefde ze zich geen zorgen te maken over haar mascara die uitliep.
‘Schat, waar heb je die nieuwe luiers gelegd?’
Toen Michael de badkamer binnenkwam, zette Charlotte snel alle duistere gedachten uit haar hoofd en kuchte even om van de krop in haar keel af te raken.
‘Die liggen normaal gezien in dat kastje daar,’ antwoordde de geblondeerde brunette terwijl ze vanuit de douche naar het handdoekenkastje onder de wastafel wees.
‘Bedankt,’ antwoordde Michael op zijn beurt, ‘Ben je bijna klaar? Ze kunnen hier elk moment zijn.’
Charlotte liet haar vriend weten dat ze dadelijk uit de douche zou komen, waarna die laatste de badkamer verliet. Met rode ogen stapte ze de douche uit, verplaatste zich naar de badkamerspiegel, veegde de waterdamp ervan af en vervloekte de vrouw die ze aan de andere kant van de spiegel zag staan. Ze veroordeelde haar gedachtegang van daarnet, de leugens die ze haar vriend constant vertelde sinds gisteren, maar ook haar lichaam. Het model wierp haar ogen van haar kaaklijn die er ooit strak uitzag, naar haar buik die niet meer zo plat was als vroeger. Had ze zich dan misschien toch niet wat te veel laten gaan tijdens haar zwangerschap? Wat als ze nooit meer van die bijgekomen kilo’s af kon raken? Zouden mensen haar nog wel aantrekkelijk vinden?
‘Schat, kom je nog? Ze zijn allebei al een tijdje onderweg,’ onderbrak Michael vanuit de keuken voor de tweede keer de duistere gedachten van zijn vriendin.
‘Ik kom, Michael! Geduld!’
Haastig stelde Charlotte een outfit samen, trok hem aan en wikkelde haar haren in een handdoek. Daarna stapte ze eindelijk de badkamer uit en zag Michael hun zoon Kenji in zijn wieg stoppen.
‘Ah, dat werd ook eens tijd. Ik begon al te denken dat je de weg naar de woonkamer vergeten was,’ plaagde Michael zijn vriendin.
Charlotte lachte flauwtjes.
‘Is dit wel een goed idee?’ veranderde ze van onderwerp, ‘Volgens mij gaan we gewoon onnodig paniek zaaien.’
‘We waren het er toch over eens dat we dit met hen moesten bespreken? We kunnen dit niet zomaar voor onszelf houden; ’t is veel te belangrijk. We hebben ze trouwens al uitgenodigd, dus nu van plan veranderen lijkt me geen goed idee.’
Charlotte gaf met hoofdgeknik toe dat Michael gelijk had. Ze wilde gewoon dat al dat drama nu eindelijk eens voorbij was. Waarom kon haar leven niet gewoon simpel zijn? Als kind leefde ze al in armoede, onzeker over haar toekomst, en nu ze eindelijk succesvol en voorspoedig was, kon ze nog niet op haar gemak van het leven genieten. Nee, in plaats daarvan was ze verantwoordelijk voor de dood van haar oud-leraar én die van haar manager, de man aan wie ze haar succes voor een heel groot deel te danken had. Charlotte verdiende al die ellende niet. Hoe meer ze er dan ook over nadacht, hoe belachelijker ze het concept van karma vond. Charlotte had in haar leven nooit een vlieg kwaad gedaan. Ze had zelfs nooit iemand gepest. Op haar middelbare school had ze vaak genoeg gezien hoe vele andere populaire tieners inspeelden op de onzekerheden van hun slachtoffers en hen zo emotioneel konden breken, maar Charlotte had zoiets nooit gedaan. Daar was ze ook gewoon niet slim genoeg voor. Hoe dan ook, ze vond zichzelf geen slecht persoon en kon zich dus evenmin voorstellen dat een hogere macht beslist had dat zij alle miserie van de wereld verdiende. Charlottes gedachtegang werd onderbroken door de deurbel. Laat het drama maar beginnen, dacht ze bij zichzelf toen Michael naar de voordeur stapte en zijzelf wat te drinken ging halen voor haar gasten.
‘Wat was er nu zo dringend?’ viel Roxanne Peeters met de deur in huis toen Michael via de intercom luisterde of het wel degelijk een van de uitgenodigden was die aan zijn poort stond.
‘Is Daniël daar toevallig ook al?’ ontweek Michael haar vraag.
‘Ik heb hem aan de hoek van de straat zien parkeren toen ik hier aankwam. Hij kan hier elk moment zijn.’
‘Zou je ’t erg vinden om dan nog even te wachten? Het zou gewoon gemakkelijker zijn om jullie allebei tegelijkertijd binnen te laten en het nieuws mee te delen.’
Roxanne trok onbegrijpend haar wenkbrauwen op en antwoordde dat het haar eigenlijk niet zoveel uitmaakte. Michael wilde vooral tijd winnen door haar te laten wachten. Hij had namelijk nog altijd geen gepaste manier gevonden om Roxanne en Daniël op de hoogte te brengen. Misschien moest hij er maar geen doekjes om winden en hun de situatie zonder verbloemingen uitleggen. Toen ook Daniël aan de poort was aangekomen, liet Michael zijn twee gasten met een druk op de intercom binnen en liet de voordeur voor hen openstaan. Eenmaal ze het huis waren binnengekomen, nodigde Charlotte hen uit om te gaan zitten en bood hun een drankje aan.
‘Maak je maar geen zorgen, Roxanne. Er zit geen alcohol in,’ verzekerde Charlotte haar gaste terwijl ze haar een glas frisdrank aanbood. Charlotte wilde een uitspatting zoals op het vorige diner liever vermijden.
Dus evenveel alcohol als jij hersencellen hebt, dacht Roxanne in zichzelf terwijl ze de frisdrank aannam met een schijnbaar vriendelijke glimlach.
‘Kunnen jullie ons nu gewoon zeggen waarom we hier zijn?’ vroeg Daniël De Coninck vrij ongeduldig, ‘Jullie beseffen toch wel dat als de verkeerde personen ons hier zouden zien, dat verdacht kan overkomen? We hebben jaren geleden afgesproken dat we niet opvallend veel met elkaar zouden omgaan. Op zo’n korte tijd een tweede reünie houden kan de verkeerde mensen achterdochtig maken.’
Daniël verwees natuurlijk naar Denise, de ex-vrouw van Vandenberghe die hij de voorgaande dag het huis van Charlotte en Michael had zien buitenstappen. Hoe ze precies bij hen was terechtgekomen, was hem nog een raadsel, maar het was hem wel duidelijk dat ze op een spoor zat en al te veel wist. De wetenschap dat Thomas het zou afhandelen gaf hem een dubbelgevoel. Enerzijds zou het hun natuurlijk allemaal goed uitkomen dat de ex van de man wiens dood zij op hun geweten hebben uit de weg wordt geruimd, maar anderzijds zou een onschuldige vrouw wel van het leven worden beroofd omdat ze de waarheid over haar overleden echtgenoot wilde achterhalen. Daniël maakte zichzelf wijs dat hij Thomas toch onmogelijk kon stoppen. Die gedachte maakte het hem gemakkelijker om met zijn geweten om te gaan.
‘Het is eigenlijk daarom dat we jullie hebben uitgenodigd,’ antwoordde Michael, ‘We hebben hier gisteren bezoek gekregen van Vandenberghe zijn ex-vrouw.’
De gasten zetten allebei grote ogen op. Roxanne was oprecht verbaasd, Daniël uiteraard niet.
Michael vervolgde zijn uitleg: ‘Blijkbaar heeft ze een gesprek gehoord tussen Daniël en mij en is ze er zo achter gekomen dat wij iets te maken hebben met de verdwijning van Vandenberghe. Ze heeft mij opgespoord en is me komen vertellen dat ze door hem mishandeld werd. Ze wou dat hoofdstuk uit haar leven gewoon kunnen afsluiten door er zeker van te zijn dat hij geen bedreiging meer vormde voor haar.’
‘Wat heb je haar gezegd?’ wilde Daniël weten.
‘Ik heb niet gezegd dat we hem gedood hebben,’ antwoordde Michael.
‘Dat vroeg ik niet,’ reageerde Daniël op zijn strenge lerarentoon, ‘Ik vroeg je wat je wél gezegd hebt.’
‘Ik heb haar gerustgesteld en verzekerd dat Vandenberghe geen bedreiging meer vormt.’
Daniël fronste pijnlijk met gesloten ogen en bromde: ‘Dat is toch praktisch hetzelfde als toegeven dat je hem gedood hebt? Waar zat je toch met je kop?’
Nadat Roxanne had laten bezinken wat ze net te weten was gekomen, probeerde ze te bemiddelen.
‘Oké, laten we even kalm blijven. Hoeveel weet ze precies? Weet ze dat wij er allemaal bij betrokken zijn?’
‘Behalve dat Daniël en ik erover gesproken hebben weet ze niks en kan ze ook niks bewijzen,’ verzekerde Michael, ‘Ik zeg het, ze wou gewoon weten of ze veilig was. Je had haar hier moeten zien, Daniël. Ze was mentaal gebroken en doodsbang. Ik kon het niet meer aanzien. Ze heeft me verzekerd dat ze niet naar de politie zal stappen.’
‘We wouden jullie gewoon om raad vragen,’ vulde Charlotte aan, ‘Ik bedoel, Thomas is ook medeplichtig, maar onvoorspelbaar. Als hij erachter komt, zal hij haar misschien iets willen aandoen. Maar als hij het niet via ons te weten komt en de nodige context niet kent, zal hij haar zeker iets aandoen. Dus, moeten we het laten voor wat het is en hem niet op de hoogte brengen in de hoop dat hij er nooit achter komt, of laten we het hem weten en riskeren we dat hij haar gaat opzoeken?’
Daniël en Roxanne keken elkaar kort aan, waarna Roxanne meteen haar mening verkondigde.
‘Thomas is te labiel. Als hij erachter komt zullen we zijn reactie onmogelijk kunnen inschatten. Volgens mij moeten we die vrouw gewoon op haar woord geloven en geen actie ondernemen. De politie staat hier nog altijd niet, dus dat is een goed teken.’
Daniel knikte.
‘We kunnen het inderdaad beter niet aan Thomas zeggen. We laten het gewoon achter ons.’
Daniëls reden om Thomas in onwetendheid te laten was wel heel anders dan die van Roxanne. Terwijl Roxanne wilde vermijden dat Thomas impulsief zou reageren en Denise iets zou aandoen, wist Daniël maar al te goed dat Thomas op het punt stond om Denise uit te schakelen. Het zou dus niets uitmaken om hem morgen op de hoogte te brengen. Zomaar een andere mening dan de rest aannemen zou trouwens verdacht kunnen overkomen. En misschien was Denise inderdaad niet van plan om naar de politie te stappen, maar de kans bestond wel. Daniël zag het niet zitten om zijn leven op te geven voor de onzekere mogelijkheid dat de ex-vrouw van Vandenberghe wel degelijk haar mond zou houden, en Thomas al evenmin.

In de ondergrondse parkeerplaats van het flatgebouw zat Thomas achter een muur te wachten tot Denise naar beneden zou komen. Hij had Elias even geleden al naar zijn werk zien vertrekken, dus moest hij met hem geen rekening houden voor wat hij met Denise van plan was. Hij had een sms naar Elias gestuurd om hem mee te delen dat hij nog een tijdje zou wegblijven en had hem gevraagd of Denise op hun zoon zou passen als Elias naar zijn werk zou gaan. Toen Thomas het antwoord van zijn man op zijn gsm las, kwam hij te weten dat Denise de deur al uit was en Elias zelf al een oppas had geregeld. Denise was dus op weg naar beneden en dat was alles wat Thomas hoefde te weten. Aangezien zijn huishoudster geen slecht persoon was, zou hij zeker genade tonen. Hij zou haar eerst pijnloos verdoven, haar dan naar een mooie, rustige plek net buiten de stad brengen om haar daar even van de rust en het uitzicht te laten genieten en haar ten slotte een pijnloze overdosis te geven. Ze zou niet lijden, want in tegenstelling tot zijn andere slachtoffers verdiende ze dat gewoonweg niet. Hij moest haar echter wel uit de weg ruimen, wilde hij zijn leven niet volledig laten verpesten. Het leven is nu eenmaal aan de sterken, dacht Thomas. Toen hij het liftsignaal hoorde, ging de moordenaar even van achter het hoekje kijken en zag Denise de lift uitstappen. Zonder tijd te verliezen trok Thomas meteen zijn bivakmuts naar beneden en besloop zijn doelwit tussen de verschillende auto’s door. Gelukkig was er op dit uur van de dag nooit volk op de parkeerplaats. Iedereen was immers al gaan werken. Thomas was echter wel voorbereid op ongewenst bezoek. Daarvoor had hij zijn geluiddempende pistool meegebracht. Collaterale schade was te verantwoorden in noodgevallen, probeerde Thomas zichzelf goed te praten. Zodra hij zijn nietsvermoedende slachtoffer dat op het punt stond om in haar auto te stappen dicht genoeg had benaderd, schoot hij in actie en spurtte met zijn verdovende spuit in de hand naar zijn doelwit. Net toen Denise in haar wagen wilde stappen, merkte ze in haar zijspiegel een gemaskerd figuur op dat haar wilde aanvallen. Als reflex dook ze weg, waardoor ze op het nippertje aan haar verdoving kon ontsnappen. Thomas verloor het evenwicht, viel voorover en liet de spuit uit zijn hand vallen, die Denise daarna zo ver als ze kon wegschopte onder een auto. Terwijl Thomas zichzelf vlug weer rechtop hielp, zette Denise het in volle paniek op een lopen. De arme vrouw had de tijd niet om te verwerken wat er gaande was. Het enige wat ze kon doen was blindelings haar overlevingsinstinct volgen dat haar beval om te lopen voor haar leven. Ze was echter maar een paar auto’s verder toen de gemaskerde man haar inhaalde. De haar onbekende figuur greep haar gewelddadig vast, waarna ze begon te krijsen. Om haar stil te krijgen probeerde Thomas haar mond te bedekken, maar plaatste zijn hand net iets te laag waardoor een deel ervan tussen Denises tanden terecht kwam. Zonder te aarzelen greep Denise de kans om haar belager te verwonden door hard in zijn hand te bijten en niet los te laten.
‘Auw, fuck!’ schreeuwde Thomas het uit van de pijn terwijl hij het bloed van zijn vingers zag druppen.
Met gebalde vuist sloeg hij krachtig in de maag van zijn slachtoffer opdat ze zou lossen. Door de impact van de slag begon Denise hevig te hoesten. Ze hoestte een opmerkelijke hoeveelheid bloed op en het duurde niet lang voor je op het hand van Thomas zijn bloed niet meer kon onderscheiden van dat van Denise. Thomas besloot dat het genoeg geweest was en duwde Denise met haar rug tegen de dichtstbijzijnde auto om er eindelijk een einde aan te maken. Hoe hard ze ook probeerde om uit de greep van haar belager te ontsnappen, Denise was niet sterk genoeg. Met een koude blik plaatste Thomas zijn handen rond de hals van Denise en begon haar te wurgen. De machteloze vrouw gaf zich niet gewonnen en trachtte de handen van de gemaskerde man weg te duwen, maar tevergeefs. Ze kreeg werkelijk geen lucht meer en voelde zichzelf verzwakken. Thomas duwde almaar harder terwijl hij toekeek hoe het gezicht van de meter van zijn zoon verkleurde. Een traan rolde langs Denises gezicht toen ze nog een laatste stille kreet slaakte. Vervolgens rolden haar ogen naar boven, liet ze haar ledematen naar beneden hangen en zakte ze door haar knieën om dan onbeweeglijk op de betonnen vloer te blijven liggen. Het had niet zo uit de hand mogen lopen, dacht Thomas in zichzelf terwijl hij het lichaam van zijn nieuwste slachtoffer bekeek. Denise had maar niet zo moeten tegenwerken. Als zij niet zo moeilijk had gedaan, had ze ook geen pijn moeten voelen. Terwijl Thomas voor de zoveelste keer die dag probeerde om zijn daden goed te praten, keek hij even rondom zich om er zeker van te zijn dat er geen ooggetuigen waren. Dat leek niet het geval. Met zijn rug naar Denise gedraaid keek Thomas naar zijn bebloede hand en de lelijke bijtwonde die Denise erin had achtergelaten. Door de adrenaline voelde de wonde eerst minder pijnlijk aan dan ze eruitzag, maar nu begon ze toch behoorlijk pijn te doen. Plots voelde Thomas ook een lichte steek in zijn onderbeen. Toen hij zijn blik wierp op de oorsprong van het stekende gevoel, zag hij zijn eigen verdovingsspuit in zijn been zitten terwijl een hand de inhoud ervan volledig leegspoot. Denise was niet zomaar in een willekeurige richting weggerend, maar was bewust naar de auto toegelopen waaronder de spuit die ze had weggeschopt lag. Dat had ze gedaan om te voorkomen dat haar belager de spuit opnieuw te pakken zou krijgen, of om hem tegen de gemaskerde crimineel te gebruiken als ze daarvoor de tijd had. Toen ze besefte dat ze niet met eigen kracht zou ontsnappen uit de wurggreep van de moordenaar, kreeg ze het idee om voor dood te spelen. Zodra de man haar de rug had toegekeerd, twijfelde ze geen moment om onopvallend naar de spuit te tasten en die in zijn onderbeen te planten. Thomas keek vurig en ongelovig naar Denise die moeizaam rechtkrabbelde. Dit was helemaal niet hoe het moest gaan! Waarom moest dat mens nu toch weer zo moeilijk doen? Nu moest Thomas haar zeker uitschakelen voor ze naar de politie stapte. Instinctief bond hij zijn been af met zijn riem om te voorkomen dat het verdovingsmiddel zich verder verspreidde, maar hij begon al behoorlijk te duizelen. Tussen de zwarte vlekken door zag hij Denise naar haar wagen strompelen. Met zijn armen steunend op de wagens naast hem zette hij de traagste achtervolging in die de mensheid ooit gekend had. Het was een heel komisch gezicht geweest als de ene de andere niet had willen vermoorden. Aan haar auto aangekomen opende Denise snel de autodeur, stapte in en wilde de motor starten, maar door de shock trilden haar handen zo hard dat ze de autosleutel niet in het sleutelgat kreeg. Het paniekgevoel dat haar overviel toen ze de man in de bivakmuts gevaarlijk dichtbij zag komen hielp ook niet. Thomas mankte moeizaam naar de bestuurdersdeur, waarna Denise er eindelijk in slaagde om haar auto te starten. Toen Thomas het geluid van de motor hoorde, zwaaide hij de autodeur open en greep Denise bij de arm, die op haar beurt jammerend begon te roepen. Zo vlug als ze kon duwde ze het gaspedaal in en raasde vooruit, waardoor Thomas haar moest loslaten. Vol woede keek hij toe hoe zijn ontsnapte slachtoffer de slagboom van de parkeerplaats vernielde en met haar wagen de straat op scheurde. Daar stond hij dan, verslagen en op het punt om bewusteloos neer te vallen. Nog nooit had iemand aan hem kunnen ontsnappen. Thomas voelde zich diep vernederd, en daar zou Denise vroeg of laat de gevolgen van ondervinden. Nu moest hij echter vooral zorgen dat hij bij bewustzijn bleef tot hij zijn penthouse had bereikt. Met veel moeite strompelde de gemaskerde moordenaar de lift in en drukte op de knop van de bovenste verdieping. De zwarte vlekken voor zijn ogen werden elke seconde groter en hij kreeg het almaar moeilijker om recht te blijven staan. Het verdovingsmiddel verspreidde zich langzaam maar merkbaar over zijn hele lichaam. Zodra de liftdeuren openden op de bovenste etage, wankelde Thomas langzaam naar zijn penthouse en opende de deur. In de woonkamer zag hij dat de babysitter er al was, die natuurlijk meteen opmerkte in welke miserabele toestand Thomas verkeerde, alsook zijn bebloede hand.
‘Meneer Maes, gaat het wel?’ vroeg de oppasser bezorgd?
‘J-ja, alles oké,’ mompelde Thomas zwakjes.
‘Met alle respect, maar u ziet er allesbehalve oké uit. Wilt u dat ik de ambulance bel?’
‘N-nee … Ik zeg het je, het g-gaat wel … Ik ben er nu, ga dus maar … naar huis.’
De oppasser keek Thomas vol ongeloof aan en antwoordde: ‘Sorry meneer, maar dat kan ik toch echt niet maken? U ziet er echt niet gezond uit, dus ga ik u ook niet alleen laten met Alexander. Ik bel een ambulance.’
‘Luister snotneus, met mij wil je nu echt niet … in discussie gaan. Ik verdubbel je loon voor vandaag … als je nu direct weg… weggaat.’
Thomas voelde dat hij het niet lang meer zou uithouden. Die babysitter moest gewoon zijn penthouse uit. De oppas bleek echter volhardend.
‘Sorry meneer Maes, maar …’
‘WEG!’ brulde Thomas uiteindelijk angstaanjagend luid.
Geschrokken door de hevige reactie pakte de oppas snel zijn spullen en begaf zich naar de voordeur.
‘Alleszins veel beterschap. U heeft mijn rekeningnummer om mijn loon op te storten. Dag.’
Toen de babysitter eindelijk de deur uit was, slaakte Thomas een diepe zucht en verwijderde de riem van rond zijn been. Plots werd alles voor zijn ogen pikzwart en viel hij bewusteloos neer op de vloer.

*****

Het lukte Elias totaal niet om zich op zijn werk te concentreren na wat Denise hem die ochtend had verteld. Urenlang had hij gewoon in zijn kantoor naar zijn computerscherm zitten staren zonder ook maar iets zinnigs te kunnen opschrijven. Zijn baas zou zeker geen genoegen nemen met een leeg document als nieuw artikel, maar de journalist kon zich gewoonweg niet focussen, hoe hard hij ook zijn best deed. Hoe had Denise zoiets al die tijd voor zichzelf kunnen houden? Vertrouwde ze Elias dan niet? Of was ze gewoon beschaamd? Niet dat dat ergens voor nodig was, natuurlijk. Maar als ze eerder iets had gezegd, had Elias haar vroeger financieel kunnen helpen met haar behandeling en was het misschien niet zo ver gekomen. Hij kon alleen maar hopen dat de nieuwe behandeling zou aanslaan en ze snel weer beter zou worden. Een uitzonderlijk goede vriendin als Denise verliezen zou de herstellende depressieveling niet aankunnen. Elias had genoeg van het piekeren en moest even weg van zijn bureau. Misschien kon wat cafeïne hem van zijn writer’s block afhelpen. De journalist stapte zijn kantoor uit op weg naar de cafetaria, maar nog voor hij daar was aangekomen hield hij halt omdat hij een bekende stem hoorde. Shit, Linda had blijkbaar ook besloten om een pauze te nemen. Moest Elias nu wachten tot zijn hypocriete, roddelende collega de ruimte zou verlaten om haar te ontwijken? Als zijn baas dat zou zien, zou die kunnen denken dat Elias bewust zijn pauzes verlengde om niet te hoeven werken. De cafeïnedorstige journalist rolde met zijn ogen en stond op het punt om de cafetaria binnen te stappen, tot hij zijn naam hoorde vallen.
‘Ja, ik weet het toch niet met die Elias, hoor,’ sprak Linda met haar typerende rokersstem, ‘Ik bedoel, je kan je wel eens wat minder voelen, maar meer dan een half jaar? Ik zeg het je, die heeft zijn depressie gewoon gefaket. Zeg nu zelf, wie wordt er nu depressief op z’n dertigste?’
De bitch, dacht Elias bij zichzelf. Wat wist zij daar nu van? Waar haalde ze zelfs het lef vandaan? Niet dat het echt als een verrassing kwam dat ze zulke dingen zei. Elias wist wel dat Linda bijna niets anders deed dan kwaadspreken over haar collega’s achter hun rug, maar het ging hem om het principe. Hij had haar altijd respectvol behandeld, dus verwachtte hij ook respect terug van haar. Linda’s gesprekspartner leek echter wel begrip te tonen.
‘Ach Linda, jij kent Elias zijn situatie toch helemaal niet? Het zou mij echt verwonderen als hij ons allemaal heeft voorgelogen. Een depressie wordt niet zomaar als diagnose gesteld als iemand eens in een dipje zit. Dat is echt wel iets ernstigs.’
Linda fronste haar wenkbrauwen en liet de andere zo weten dat ze haar reactie naïef vond.
‘Geloof wat je wil, maar ik betwijfel echt dat hij wel degelijk ooit depressief is geweest. Volgens mij heeft hij gewoon extralang verlof genomen en van onze belastingen geprofiteerd. Trouwens, denk je echt dat een relatie standhoudt als een van de twee partners maandenlang negatief en ongelukkig is? Hij en zijn vent zijn nog altijd samen, wat dus wil zeggen dat Elias nooit een depressie heeft gehad. Of het zou moeten zijn dat zijn man bij een ander aan zijn trekken kwam, natuurlijk.’
Dat was de druppel. Elias nam even diep adem en stapte kalm de cafetaria binnen op weg naar de koffiemachine. Daar zag hij dat Linda’s begripvolle gesprekspartner de poetsvrouw was die ook had besloten even pauze te nemen.
‘Elias! Alles goed?’ zei Linda zenuwachtig, vrezend dat haar collega had gehoord wat ze net gezegd had.
De journalist negeerde Linda’s poging tot een conversatie en bleef met zijn rug naar haar gericht aan het koffiezetapparaat staan terwijl hij wachtte op zijn ijskoffie. Het was ongemakkelijk stil. Toen de ijskoffie eindelijk klaar was, nam hij de plastic beker gevuld met de cafeïnerijke drank, stapte naar Linda toe en richtte zich tot de poetsvrouw.
‘Kathy, zou je mij een schotelvod kunnen geven, alsjeblieft? Ik heb een beetje gemorst.’
Na die woorden gooide hij de inhoud van zijn beker leeg in het gezicht van Linda, die op haar beurt geschrokken en verontwaardigd rechtsprong.
‘Gast, wat mankeert jou?’ riep ze uit en liep haastig naar de keukenrol aan de wastafel om de koffie van haar gezicht te vegen. Daarna nam ze haar gsm om met haar camera de schade aan haar make-up te kunnen nagaan. Dat had Elias natuurlijk meteen gezien.
‘Ja, je gezicht ziet er nu niet echt zo goed uit,’ zei hij, ‘maar gelukkig heb je er toch twee.’
Kathy deed heel hard haar best om niet in de lach te schieten, maar haar gegniffel was duidelijk hoorbaar. Behalve Linda zelf was er echter nog een ooggetuige die allesbehalve tevreden was.
‘Elias Maes!’ bulderde een zware stem achter de journalist.
Elias wist meteen wie het was en begreep dat hij diep in de problemen zat. Toen hij zich omdraaide zag hij zoals verwacht zijn baas voor zich staan. De blik van meneer Vereyken oogde allerminst goedkeurend.
‘Jij ruimt die rommel nu onmiddellijk op en gaat daarna direct naar mijn bureau.’
Zonder Elias een weerwoord te gunnen stapte Vereyken verontwaardigd weg. Linda grijnsde gemeen terwijl Elias een dweil nam en de gemorste koffie wegpoetste. Toen de cafetaria weer schoon was, begon hij zijn walk of shame naar het bureau van zijn baas. Elias klopte aan, waarna hij naar binnen werd geroepen en voor meneer Vereyken plaatsnam.
‘Elias, ik hoef je niet te zeggen dat je gedrag van daarnet niet door de beugel kan,’ zei Vereyken streng.
Elias protesteerde: ‘U heeft niet gehoord wat dat m-‘
‘Het doet er mij niet toe wat Linda deze keer weer gezegd heeft,’ onderbrak zijn baas hem, ‘Linda zegt zoveel, dat weet je nu ondertussen toch al? Het gaat erom dat jij over de schreef bent gegaan. Neem toch eens je verantwoordelijkheid op voor je daden. We zitten hier toch niet in een kleuterklas?’
‘Weet u, soms twijfel ik daar heel hard aan.’
Meneer Vereyken wreef bedenkelijk over zijn kin.
‘Hoe ver sta je met dat artikel dat ik een uur geleden moest hebben?’ vroeg hij opeens.
Elias wilde liever niet zeggen dat dat artikel voorlopig nog onbestaande was. Hij zou er die avond thuis wel aan werken als het moest, zelfs al was daar misschien een nachtje door voor nodig.
‘Ik ben ermee bezig,’ antwoordde hij vaag.
‘Elias, ik heb je die promotie destijds met een reden gegeven. Ik was ervan overtuigd dat je die nieuwe functie waardig was en dat je die aankon.’
‘Dat is ook zo,’ verzekerde Elias hem.
‘Echt waar? Want je gedrag de laatste tijd bewijst het tegendeel. Je respecteert je deadlines niet, je bent niet meer zo geconcentreerd als vroeger, je maakt ruzie met je collega’s en niet te vergeten, je bent vlak na je promotie maandenlang afwezig geweest.’
Elias keek zijn werkgever vol ongeloof aan. Meende hij dat nu? Akkoord, Elias had de laatste tijd inderdaad wat problemen om zich te focussen, maar hij had dan ook veel aan zijn hoofd. Dat van die deadlines en die ruzies echter verwees in beide gevallen naar één enkel voorval. Die zak in zijn bureaustoel deed net alsof Elias niet anders deed dan zijn werk aan zijn laars lappen en ruzie stoken. Maar dat was het ergste nog niet. Daarbovenop verweet hij hem ook nog dat hij een lange tijd niet heeft kunnen werken vanwege zijn psychische toestand.
‘Ja, ik was er inderdaad niet voor een paar maanden. Ik was depressief. Lijkt mij een vrij goede reden om thuis te blijven.’
‘Als het geen geval was van aanstelleritis,’ mompelde Vereyken tactloos.
Elias geloofde zijn oren niet. Hij ook al? Hoe moeilijk kon het zijn om in te zien dat een depressie een echte mentale ziekte was? Hoe vaak hij het ook zou mogen aanhoren, Elias zou het nooit pikken dat de duisterste periode van zijn leven werd gebanaliseerd.
‘Gaat u nu beweren dat ik alles gefaket heb, of zo?’ vroeg de journalist verwijtend.
‘Depressies, burn-outs … het zijn allemaal excuses van millennials om niet te hoeven werken. Waarschijnlijk ook nog eens uitgevonden door de sossen.’
Waar kwam die belachelijke complottheorie nu weer vandaan? Elias wist niet of hij Vereyken moest uitlachen of hem gefrustreerd een preek moest geven. Zijn uiteindelijke reactie leunde meer aan bij de tweede optie. Hevig geïrriteerd rolde hij zijn mouwen op, waardoor de littekens rond zijn polsen afkomstig van zijn zelfmoordpoging zichtbaar werden.
‘Ziet dit eruit als aanstelleritis volgens u?’
Vereyken fronste ernstig en vermeed al zwijgend oogcontact met zijn werknemer.
‘Weet je wat?’ zei Elias koud, ‘Ik zie het echt niet zitten om nog voor zo’n idioot zonder enig sprankeltje medelijden als u te werken. Ik neem ontslag.’
Vereyken keek Elias ernstig aan.
‘Weet dan wel dat zolang er nog niks officieel is, je nog altijd voor mij werkt en ik dus bepaal hoe je zal overkomen voor toekomstige werkgevers. Ik zou me dus maar wat inhouden met die beledigingen.’
Er verscheen een subtiele glimlach op Elias’ gezicht. Het kon hem gewoon niet meer schelen. Hij besefte ineens dat zijn werk hem ongelukkig hield. Waarom dacht hij dat een toxische omgeving vol hypocrisie, prestatiedruk en zelfzucht zijn psychisch welzijn zou bevorderen? Hij had gewoon al veel eerder ontslag moeten nemen. Ach ja, hij kon het verleden natuurlijk niet veranderen. Daarom wilde hij met volle teugen van dit eigenste moment genieten. Elias plaatste grijnzend zijn beide handen op het bureau van zijn baas en leunde naar voren tot hij zijn gezicht ongemakkelijk dicht bij dat van zijn werkgever had gebracht. Vervolgens begon hij hem akelig kalm uit te schelden.
‘Raad eens Vereikel? Het kan me geen reet schelen wat jij die andere werkgevers over mij vertelt, jij vuile, hebzuchtige, egocentrische klootzak.’
Nog voor Vereyken ook maar iets kon uitbrengen, smeet Elias in één beweging alles wat op het bureau lag op de vloer, inclusief de dure computer van zijn baas. Toen Vereyken daarop uiterst verontwaardigd reageerde, stapte Elias naar de deur, draaide zich in het deurgat om en antwoordde: ‘Och, koop uzelf toch gewoon een nieuwe met al dat geld van u waar de belastingdienst niks van afweet. De helft van uw geld is al even zwart als uw hart.’
Na zijn persoonlijke belediging keerde Elias zijn werkgever de rug toe. Toen hij op weg naar de trappen Linda tegenkwam die opnieuw gemeen naar hem grijnsde, liet hij haar met zijn voet struikelen, waarna ze een pijnlijke kreet slaakte. Elias stapte voldaan en ongestoord de trappen af, de parkeerplaats op en ten slotte zijn auto in. Op de terugweg naar huis liet hij even bezinken wat er zonet allemaal had plaatsgevonden. Spijt van zijn daden had hij zeker niet. Sterker nog, hij voelde zich euforisch nu hij het eindelijk was afgetrapt bij de redactie. Zo goed had hij zich al maanden niet meer gevoeld. Elias was trots dat hij voor zichzelf was opgekomen en voor één keer zijn eigen belangen niet ten koste had laten gaan van die van iemand anders. Toen Elias een tiental minuten later het ondergrondse parkeerterrein van zijn flatgebouw binnenreed, viel het hem meteen op dat de slagboom er niet meer was. Waarschijnlijk was die aan herstelling toe, dacht hij zonder zich er te veel vragen bij te stellen en zocht een parkeerplek uit. Vervolgens stapte hij naar de trappen, maar hield even halt voor de lift. Ooit word ik jou ook de baas, dacht de ex-journalist met een liftenfobie in zichzelf en nam de trap naar de bovenste verdieping van het gebouw.

In de keuken van het penthouse was Thomas de groenten aan het snijden voor het avondeten. Hij had ongeveer een uur buiten westen gelegen, waarna hij vermoeid maar zo snel mogelijk een verband rond zijn bijtwonde had gewikkeld, de bloedplekken van de vloer had verwijderd en zijn outfit had veranderd. Ondertussen had hij zitten denken hoe hij de situatie met Denise moest aanpakken. Ze moest nu wel echt zo snel mogelijk worden uitgeschakeld, want Thomas’ vingerafdrukken stonden op haar hals en haar autodeur. En dan waren er natuurlijk nog haar tandafdrukken die duidelijk zichtbaar waren in zijn hand. Het leek misschien als een beginnersfout om geen handschoenen te dragen en dat was het ook, wist de seriemoordenaar zelf. Hij had te impulsief actie ondernomen en had zijn plan beter moeten uitwerken, maar dan was Denise in de tussentijd misschien al naar de politie gestapt met de informatie die ze van Charlotte en Michael had verkregen. Na die mislukte moordpoging was het zeker onvermijdelijk dat de politie erbij zou worden gehaald. Thomas had echter het geluk dat Denise hem vertrouwde, waardoor de kans vrij klein was dat hij snel als verdachte zou worden aangewezen. Hij had dus nog wel even tijd, maar Denise zou de komende dagen of misschien zelfs weken ongetwijfeld in het ziekenhuis moeten vertoeven, waar altijd wel het risico bestond op ooggetuigen. Hoe hij het probleem precies uit de weg zou ruimen, zou hij nog wel uitvissen. Dat was een zorg voor later.
‘Schat, ik ben thuis!’ riep Elias terwijl hij de deur achter zich sloot.
‘Ben in de keuken,’ liet Thomas zijn man weten.
In de keuken omhelsde Elias zijn echtgenoot langs achteren en merkte meteen het verband rond de hand van zijn man op.
‘Oei, wat is er gebeurd?’ vroeg hij licht bezorgd.
‘Ah ja, dat … Ik heb me gesneden terwijl ik die groeten hier aan het snijden was,’ loog Thomas, ‘Niet echt handig, maar ik overleef het wel. Hoe was het op het werk?’
‘Geweldig, ik heb ontslag genomen.’
Thomas draaide zich met een verraste blik om zodat hij Elias kon aankijken.
‘Ik vond al dat je vroeg thuis was,’ antwoordde hij, ‘Waarom ben je gestopt? Een paar weken geleden kon je niet wachten om opnieuw aan het werk te gaan.’
‘Ik weet het. Dat was omdat ik dacht dat werken mij gelukkiger zou maken, maar vandaag heb ik eindelijk ingezien dat die papschool van een redactie mijn geluk gewoon in de weg stond.’
Het leek een eeuwigheid geleden dat Thomas zijn man nog zo enthousiast had gezien. Hij had even het gevoel dat de oude Elias weer helemaal terug was.
‘Je had mijn baas zijn gezicht moeten zien toen ik hem op zijn schijnheiligheid wees. Goud waard!’
Elias’ brede glimlach was bijzonder aanstekelijk. Thomas was opgelucht dat zijn echtgenoot eindelijk weer oprecht gelukkig kon zijn. Dat betekende natuurlijk nog niet dat zijn depressie volledig voorbij was, maar het was al heel wat.
‘Ik ben echt blij voor je dat je je er zo goed bij voelt.’
Elias keek Thomas eventjes zwijgend aan en antwoordde: ‘Ik zie je zo graag, besef je dat?’
Na die woorden sloot hij zijn ogen en plaatste zijn lippen passioneel op die van zijn man. Thomas deed kort daarna ook zijn ogen toe en beantwoordde de zoen met nog een andere. Hun ademhaling werd intenser met de seconde. Elias voelde zijn hart hevig kloppen terwijl hij het hemd van Thomas losknoopte en daarna op de vloer gooide. Met zijn echtgenoot in ontbloot bovenlijf bracht Elias zijn lippen naar Thomas’ hals en plantte er zachte kusjes op terwijl Thomas zijn hoofd naar achteren liet hangen en diep uitademde. Elias tastte door de broek van zijn man grondig zijn gespierde billen af en verplaatste zijn hand daarna naar Thomas’ kruis.
‘Weet je ’t zeker?’ ademde Thomas genietend.
Als antwoord wierp Elias hem een verleidelijke blik, nam hem bij de hand en trok hem mee naar de slaapkamer. Daar ontdeed Elias zich van zijn overbodige kledij terwijl zijn man met plezier toekeek op het bed. Toen Thomas dichterbij kwam om Elias opnieuw te kussen, werd hij meteen teruggeduwd zodat hij met zijn rug op het bed lag. Volledig naakt kroop ook Elias het bed op met zijn lichaam boven dat van Thomas. Met gesloten ogen plaatste hij zijn lippen opnieuw op die van zijn man terwijl hij langzaam maar stevig over zijn kruis in zijn broek wreef. Na een paar seconden stopte Elias met zoenen en beet lichtjes op Thomas’ onderlip. Thomas kreunde zachtjes terwijl Elias zijn hals kuste, van zijn hals naar zijn borstkas ging, van zijn borstkas naar zijn buik, en van zijn buik uiteindelijk bij zijn broek eindigde. Thomas likte verleidelijk aan zijn lippen en keek toe hoe Elias het oogcontact bewaarde terwijl hij de broekriem van zijn echtgenoot opendeed. Alles wat daarna kwam was zo ongelooflijk intens. Elke aanraking, elke ademhaling, elke kus voelde zo hartstochtelijk, zo intiem. Ze zeggen dat als je iets wat je graag doet al heel lang niet meer gedaan hebt, het genot dat je krijgt van die activiteit aanzienlijk toeneemt als je die na een lange tijd opnieuw doet. Dat was zeker waar voor onze twee heren die elkaar niet meer op die intieme manier hadden aangeraakt sinds het begin van Elias’ moeilijke periode. Daarom was de passie deze keer weer even vurig als in het prille begin, en daar kon je ze niet over horen klagen. Tientallen minuten later lagen Thomas en Elias nagenietend in elkaars armen op bed.
‘Ik denk dat ik maar eens verderdoe met het eten, zeker?’ zei Thomas uiteindelijk.
Elias glimlachte.
‘Da’s goed. Ik ga even bij Alexander kijken en dan kom ik helpen.’
Thomas gaf Elias nog een laatste kus op de mond en raapte daarna zijn kleren bijeen. Ondertussen keek Elias zijn gsm eens na, want hij dacht dat hij een sms had gekregen terwijl hij en Thomas de liefde aan het bedrijven waren. Toen bleek dat iemand hem inderdaad een bericht had gestuurd, trok hij grote ogen als hij de inhoud ervan las.
‘Fuck, dat meen je niet!’ sprak hij ongelovig.
‘Wat is er?’ vroeg Thomas nieuwsgierig terwijl hij zijn hemd dichtknoopte.
‘Denise heeft mij gestuurd. Ze ligt in het ziekenhuis.’
‘Wat? Nee toch?’ riep Thomas schijnbaar verbaasd uit.
‘Blijkbaar heeft iemand haar aangevallen en geprobeerd haar te wurgen.’ Elias hield geschokt zijn hand voor zijn mond terwijl zijn ogen rood werden. ‘Ocharme Denise, die vrouw heeft nooit iemand iets misdaan. Allee, wie doet nu zoiets?’
Thomas ging naast Elias op het bed zitten om hem steun te bieden.
‘Kunnen we haar gaan bezoeken?’ vroeg de moordenaar die vooral het ziekenhuis wilde bestuderen om na te gaan hoe hij Denise daar uit de weg kon ruimen.
‘Nee, ze schrijft dat haar kamer beveiligd wordt met politiebewaking en ze alleen familieleden toelaten. Maar Denise heeft geen familie meer, dat arm schaap gaat daar dagen alleen zitten!’
Een traan rolde langs Elias wang toen Thomas hem probeerde te troosten.
‘Hey, we vinden wel iets. Denise leeft nog. Dat is het belangrijkste, niet?’
Elias knikte zachtjes en zweeg even.
‘Ik hoop vooral dat ze genoeg bloed heeft kunnen uitwisselen met de klootzak die haar dat aangedaan heeft,’ zei hij uiteindelijk zachtjes.
Thomas keek verrast op.
‘Waarom zou je dat willen?’
Elias zuchtte. Waarom had hij dát nu weer gezegd? Denise had hem nog zo gevraagd om het stil te houden.
‘Oké, Denise wil eigenlijk niet dat jij dit via mij te weten kwam, want ze wou het je zelf zeggen,’ vatte Elias zijn uitleg zachtjes aan, ‘Maar aangezien het over de meter van ons kind gaat vind ik dat jij het ook zo rap mogelijk moet weten.’
Thomas keek achterdochtig en antwoordde: ‘Elias, wat moet ik weten?’
Elias zuchtte wederom en vertelde Thomas wat Denise hem die ochtend had bekend.
‘Is het jou ook al opgevallen dat Denise er heel slecht en ongezond bijloopt de laatste tijd?’
Thomas herinnerde zich die keer dat ze in zijn bijzijn bijna was flauwgevallen en knikte.
‘Wel, dat komt omdat ze aan een ziekte lijdt die haar immuunsysteem kapotmaakt,’ verklaarde Elias.
Thomas nam een bezorgde blik aan, waarna Elias zijn vermoeden ondubbelzinnig bevestigde.
‘Ze heeft aids, Thomas.’
Na die onthulling moest Thomas even slikken. Hij keek naar zijn hand die Denise had opengebeten en waarin ze haar bloed had opgehoest. Vervolgens keek hij Elias aan, met wie hij een half uur geleden nog zonder bescherming had gevrijd. Ten slotte staarde hij gewoon recht voor zich uit met een blanco blik. Het enige wat hij toen nog kon denken was één simpel woord:

fuck.

Wordt vervolgd …

Volgend hoofdstuk

Advertisements

2 thoughts on “Het geweten van een moordenaar – hoofdstuk 6

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s