Het geweten van een moordenaar – hoofdstuk 5

Lees het vorige hoofdstuk hier.

Hoofdstuk 5: De naaldhak op de kop

Vijf dagen na de bevalling waren Michael en Charlotte allebei doodop. Kleine Kenji maakte het zijn ouders niet gemakkelijk om voldoende nachtrust te krijgen. Hoeveel ze ook genoten van elk moment samen met hun zoontje, zouden de nieuwe ouders toch graag dit gedeelte van Kenji’s jeugd overslaan tot hij eindelijk vast sliep. Waarom huilden baby’s zelfs zo vaak? Ze hadden toch helemaal geen zorgen aan hun hoofd? Een baby kende nog geen mensen aan wie hij alles toevertrouwde om daarna door diezelfde mensen als een stuk vuil te worden behandeld. Een baby hoefde zich geen zorgen te maken over geldproblemen, een onzekere toekomst of zijn reputatie. Dát waren redenen om te huilen volgens Charlotte, niet wat er ook in godsnaam omging in het hoofd van haar dagenoude zoon. Het was dan ook geen wonder dat het koppel dat aan een ernstig slaaptekort leed er de laatste dagen nogal prikkelbaar bijliep. Hoe doodop de nieuwe ouders ook waren, deden ze toch hun best om van elke dag het beste te maken.

‘Tot straks dan,’ zei Michael terwijl hij Charlotte gedag kuste.
De voetballer moest eerst naar de training en zou dan overdag met de ploeg nog iets gaan drinken. Hij zou dus een paar uur wegblijven, maar op tijd terugkomen om Charlotte af te lossen en zich om Kenji te bekommeren. Toen Michael zijn sporttas had genomen, stapte hij naar de voordeur om onderweg te struikelen over een schoen die op het babypoederwitte tapijt lag.
‘Verdomme Charlotte!’ riep Michael uit die niet echt pijn had, maar door het slaapgebrek sneller geïrriteerd was dan anders.
Toen Charlotte kwam aangehold en zag dat haar vriend net een van haar favoriete naaldhakken kapot had gemaakt, riep ze net zo geïrriteerd als hem uit: ‘Verdomme Michael! Dat is dus wel een van mijn beste schoenen, hè!’
Verontwaardigd keek Michael zijn vriendin aan terwijl hij de naaldhak omhooghield. De hak van de schoen was helemaal gespleten, waardoor het onmogelijk was geworden om er nog mee te stappen.
‘Ja, laat ze dan niet zomaar rondslingeren! Ik had bijna m’n nek gebroken,’ overdreef Michael.
‘Zeg schat, het is niet omdat je tijdens een wedstrijd altijd zo dramatisch moet reageren als je valt dat je dat hier ook moet doen, hè,’ antwoordde Charlotte terwijl ze met haar ogen rolde.
Michael stond op en nam opnieuw zijn sporttas.
‘Jaja, lach er maar mee. Ik zou zeggen: leg die maar terug op zijn plaats, maar ik denk dat je die schoen samen met de andere maar beter weggooit. Zoals die er nu uitziet, zou je er nog eens iemand de kop mee kunnen inslaan,’ verwees hij naar de scherpe punt die er onderaan de hak was gekomen door de splijting.
Dat zou nog eens een idee zijn voor Thomas, dacht Charlotte in zichzelf. Van het gesprek aan tafel kon ze zich amper nog iets herinneren omdat ze op dat moment te druk bezig was met een kind te baren. Ze moest dus grotendeels afgaan op wat Michael haar achteraf verteld had. Charlotte moest toegeven dat ze nooit een moordenaar in Thomas had gezien. Tenslotte kende zij hem altijd als het lievelingetje van elke leerkracht dat nooit een woord zei, tenzij het over de leerstof ging. Ze wist echter ook dat haar vriend daar nooit over zou liegen; waarom zou hij ook? Het koppel had dan ook afgesproken om het nooit meer over Thomas Maes te hebben. Toen Michael de deur uit was dacht Charlotte eraan om het huis eens op te ruimen, maar nu Kenji eindelijk rustig sliep, kon ze evengoed van de gelegenheid gebruik maken om wat slaap in te halen. Ze ging dan maar even in de sofa liggen en liet het huis nog eventjes rommelig achter, inclusief de kapotte naaldhak die nog steeds op de grond lag.

‘Je bent dus tegen mijn advies in toch weer gaan werken.’
Roxanne keek Elias met een strenge blik aan en was teleurgesteld dat hij haar raad niet had opgevolgd.
‘Ik dacht dat ik er klaar voor was en ben daar nu nog altijd van overtuigd,’ antwoordde haar patiënt, ‘Het is wel wat zwaar om direct weer voltijds te werken, maar nu heb ik tenminste iets te doen. Ik werd gek van altijd thuis te moeten zitten.’
‘Wel, als je je daardoor gelukkiger voelt kan ik er natuurlijk niet echt bezwaar tegen maken,’ gaf Roxanne toe, ‘Hoe reageren je collega’s?’
Thomas trok kort zijn wenkbrauwen op toen hij aan de uiteenlopende reacties van de mederedactieleden dacht.
‘Ofwel zijn ze misselijkmakend vriendelijk en behulpzaam, dan kan ik gewoon van hun gezicht aflezen dat ze verschrikkelijk veel medelijden met me hebben; ofwel tonen ze totaal geen begrip voor mijn situatie. Die mensen zijn misschien wel in de minderheid, maar ik weet gewoon dat ze denken dat ik zomaar een paar maanden vakantie heb genomen op kosten van mijn werk. Die reacties probeer ik zoveel mogelijk te negeren.’
‘Dat is inderdaad het beste wat je kunt doen,’ gaf de therapeute hem gelijk, ‘En geloof me maar, uiteindelijk zal iedereen je weer normaal behandelen. Geef het gewoon wat tijd.’
Elias knikte. Wat Roxanne hem net had gezegd, had hij zichzelf ook meermaals verzekerd. De journalist had niet langer het gevoel dat hij echt het advies van iemand anders nodig had om de juiste keuzes te maken of zichzelf erbovenop te helpen. Hij vroeg zich dan ook af of zijn therapiesessies met Roxanne nog wel nodig waren. Ook Roxanne kreeg meer en meer het gevoel dat dit een van hun laatste sessies zou kunnen worden, maar wilde wel zeker nog een paar zaken bespreken.
‘Hoe zit het nu eigenlijk met die pillen, Elias?’ vroeg ze ernstig.
Daar gaan we weer, dacht Elias in zichzelf. Waarom moest het toch altijd over die pillen gaan? Wat Elias met zijn lichaam deed was toch zijn zaak? Die pillen waren een grote hulp tijdens zijn herstel, dus bleef hij ze nemen. Zodra hij echter zou voelen dat hij ze niet meer nodig had, zou hij ze ook meteen weggooien. Elias had het allemaal onder controle, dus hoefde Roxanne zich daar helemaal geen zorgen over te maken.
‘Ik neem ze nog altijd. En nee, ik ben niet verslaafd,’ hield hij koppig vol.
‘Kijk, dat geloof ik dus niet,’ antwoordde Roxanne, ‘Komaan Elias, toen je dokter weigerde om je die pillen nog voor te schrijven omdat ze zo verslavend zijn heb je haar voorschriften maar gestolen. Vind je dat zelf niet een beetje extreem?’
‘Mijn huisarts dacht dat ze mij beter kende dan ikzelf. Ze had het duidelijk mis. Die gewone antidepressiva sloegen niet aan en ik heb gedaan wat het beste was voor mij en voor mijn herstel. Binnenkort zal ik die pillen niet meer nodig hebben en als die tijd gekomen is, zal ik ze zo aan de kant kunnen zetten.’
Roxanne geloofde er niets van. Het was niet de eerste keer dat er een verslaafde voor haar zat en wist dat ontkenning een fase was die ze allemaal doorliepen. Elias hield echter wel heel lang vol dat hij niet verslaafd was.
‘Hoeveel van die pillen zou je maximaal per dag mogen nemen?’ wilde de psychologe weten.
‘Twee,’ antwoordde haar patiënt waarheidsgetrouw.
‘En hoeveel heb je er vandaag al ingeslikt?’
Om eerlijk te zijn kon Elias dat niet precies zeggen. Hij nam gewoon altijd een pil als hij zich wat gestrest voelde of zo, wat wel een paar keer per dag gebeurde. Hoeveel pillen hij op een dag slikte hield hij al lang niet meer bij. Het viel Roxanne meteen op dat Elias behoorlijk wat tijd nodig had om over zijn antwoord na te denken, wat ze verontrustend vond. Elias merkte haar bezorgdheid ook meteen op.
‘Ach, die doseringen zijn ook maar adviezen. Ze zijn als houdbaarheidsdatums op voedsel: je mag die gerust met een korreltje zout nemen.’
‘Elias, die twee dingen kun je helemaal niet met elkaar vergelijken,’ sprak Roxanne hem bezorgd tegen, ‘Met medicijnen moet je heel voorzichtig omgaan, anders kan het fataal aflopen.’
Elias vermeed oogcontact met Roxanne om niet zo subtiel weer te geven dat hij toch geen oren had naar wat ze hem vertelde. Natuurlijk had de therapeute dat ook door.
‘Kijk Elias, als psychologe moet ik me in principe houden aan het beroepsgeheim, maar er zijn twee situaties waarin ik daarvan mag afwijken: als een patiënt een gevaar vormt voor iemand anders, of voor zichzelf. Volgens mij breng jij jezelf nu in gevaar door onverantwoordelijk met verslavende medicatie om te gaan. Ik heb dus het recht om je huisarts te waarschuwen, en ik denk niet dat die heel blij zal zijn als ze erachter komt dat je haar voorschriften hebt gestolen.’
Met een verontwaardigde blik zei Elias: ‘Ben jij me nu aan het chanteren?’
‘Ik doe wat het beste voor je is,’ nuanceerde Roxanne de opmerking van haar patiënt, ‘Als je bereid bent om langzaam af te bouwen met die pillen, wordt het natuurlijk niet meer nodig om je huisarts erbij te betrekken.’
Uit Elias blik was af te leiden dat hij het niet meteen zag zitten om mee te werken.
‘We doen het zo,’ legde Roxanne haar voorstel uit, ‘volgende week geef je al je oningevulde doktersvoorschriften aan mij. Ik bepaal dan wanneer je een nieuw voorschrift krijgt om daarmee naar de apotheek te gaan. De intervallen zullen altijd langer worden, tot je van je verslaving af bent. Zodra ik merk dat je stiekem voorschriften voor me achterhoudt, stap ik onmiddellijk naar je huisarts. Akkoord?’
‘Ik heb niet echt veel keus,’ snauwde Elias.
‘Het is voor je eigen bestwil.’
‘Het zal wel,’ antwoordde de patiënt op een passief-agressieve toon, ‘Kunnen we de sessie wat vroeger stoppen?’
‘Dat kan, maar ik zou toch graag nog iets met je bespreken.’
Klaar om op te staan uit zijn stoel bleef Elias toch nog even zitten en keek zijn psychologe benieuwd aan.
‘Ik zou het willen hebben over de voornaamste oorzaak waardoor je hulp bent gaan zoeken voor je depressie,’ verklaarde Roxanne.
‘Maar dat weet je toch al?’ vroeg Elias lichtjes in de war, ‘Dat was een van onze allereerste gesprekken.’
‘Ja, maar toen zat je nog heel diep. Nu het beter met je gaat, wil ik graag weten of je die gebeurtenis nu anders bekijkt dan een paar maanden geleden.’
Om eerlijk te zijn had Elias niet veel zin om nog over dat voorval te praten maar wist dat als hij er nu niet over zou spreken, Roxanne het hem volgende week opnieuw zou vragen. Hij besloot dan maar om toe te geven en over het absolute dieptepunt van zijn depressie te spreken.
‘Toen nog niet officieel was vastgesteld dat ik depressief was heb ik heel diep gezeten, dieper dan ooit. Niks had nog zin, ik barstte zonder reden in tranen uit, elke glimlach voelde geforceerd aan, het was elke dag een uitdaging om mijn bed uit te komen … als dat al gebeurde. Thomas had natuurlijk door dat ik me ongezond slecht in m’n vel voelde en drong erop aan dat ik professionele hulp moest zoeken, maar ik wou niet luisteren. Ik had constant het gevoel dat ik een last was voor de mensen rondom mij, en dan vooral voor Thomas. Ik dacht ook dat Alexander beter af was zonder een waardeloze vader als ik. ‘k Heb vaak gedacht dat ik gemakkelijk gemist kon worden,’            Elias pauzeerde zijn monoloog even en haalde diep adem voor hij verderging: ‘Toen ik een avond alleen in de badkamer was had ik besloten dat ik niemand meer tot last wou zijn. Ik wou het Thomas gemakkelijker maken om zijn leven met iemand anders voort te zetten en samen met die andere persoon Alexander op te voeden, en ik wou mijn eigen lijden ook doen stoppen. Nadat ik mijn bad had laten vollopen, nam ik een scheermesje, ging in het bad zitten en sneed mijn polsen door.’
Opnieuw vermeed Elias elk oogcontact met Roxanne. Ondertussen streelde hij met zijn rechterduim over het litteken op zijn linkerpols dat het resultaat was van zijn mislukte zelfmoordpoging.
Roxanne doorbrak de ongemakkelijke stilte: ‘En wat is er daarna gebeurd?’
‘Een paar minuten later kwam Thomas de badkamer binnen en vond me daar baden in mijn eigen bloed. Hij heeft handdoeken rond de wondes gebonden om er druk op uit te oefenen en heeft me daarna naar de spoed gebracht.’
‘Toen we dit de eerste keer hebben besproken, heb ik je gevraagd of je je man dankbaar was voor wat hij toen had gedaan. Je hebt toen geantwoord dat je dat eigenlijk niet zo goed wist. Denk je daar nu anders over?’
Elias knikte gemeend met het hoofd.
‘Ik ben hem nu zeker dankbaar. Ik besef nu dat het een vergissing was om zelfmoord te willen plegen. Ik verberg mijn littekens altijd onder lange mouwen, maar weet ook dat ik ze niet mag negeren. Ze zullen me altijd herinneren aan de moeilijkste periode van mijn leven, maar ook aan het feit dat ik die periode overleefd heb. Net als die wondes, zal ik uiteindelijk mentaal ook helemaal genezen. En ik zal de impact van mijn depressie nog wel altijd met me meedragen, maar ik zal er alleen maar sterker van worden.’
Roxanne glimlachte. Ze wist nu wel zeker dat dit een van hun laatste sessies kon worden, maar dat moest Elias uiteraard zelf bepalen. Hij was hoe dan ook goed op weg om weer de Elias van vroeger te worden. Zo’n hoop en optimisme kon je niet faken, zeker niet als je nog echt diep zat. Nu gewoon nog die verdomde pillen …
‘Thomas en ik hebben eigenlijk nooit meer over dat voorval gesproken,’ vulde Elias zichzelf aan, ‘maar ik hoop wel dat hij beseft hoe dankbaar ik ben. Zonder hem zou ik hier niet hebben gezeten. Hij is zo’n goed mens, dat kan je je niet voorstellen.’
Dat kon Roxanne zich inderdaad maar heel moeilijk voorstellen. In haar ogen was Thomas vooral een meestermanipulator die heel onschuldig overkwam zolang je hem niet in de weg stond. Maar dat kon Roxanne natuurlijk moeilijk aan Elias zeggen. Ze kon alleen maar hopen dat Elias en Alexander binnenkort om de een of andere reden weg zouden gaan bij Thomas, hoewel ze dat niet meteen zag gebeuren.

*****

Charlottes dutje had iets langer dan twee uur geduurd toen Kenji haar huilend wakker maakte door de babyfoon. Al iets meer uitgerust dan vanmorgen bracht ze haar schreiende zoontje van de kinderkamer naar de woonkamer, ging in de sofa zitten met Kenji in haar armen en ontblootte haar borst zodat hij zijn honger kon stillen. Terwijl kleine Kenji zichzelf voedde keek zijn moeder hem vol bewondering aan.
‘Je mag dan wel gigantische wallen onder mijn ogen veroorzaken,’ sprak Charlotte haar zoon zachtjes aan, ‘maar ik zie je nog altijd graag.’
Toen Charlotte haar zoon op het hoofd kuste, werd er aangebeld. Terwijl ze Kenji nog steeds liet zuigen, stapte ze naar de voordeur en toen ze die opende, zag ze haar talentmanager voor zich. Ze had Giuseppe al maanden niet meer gesproken. Dat was ook niet zo verwonderlijk, aangezien hij enkel instond voor Charlottes succes met haar modellencarrière en haar imago tegenover de buitenwereld. Tijdens de laatste maanden van haar zwangerschap wilde Charlotte zich liever wat afzijdig houden en voorbereidingen treffen voor de geboorte van haar eerste kind. Contact tussen haar talentmanager en haarzelf was die periode dus begrijpelijk zeldzaam. Blij om Giuseppe terug te zien was Charlotte wel, want ondanks zijn façade van een ernstige zakenman die geen sympathie leek te bezitten, kon Charlotte het over het algemeen wel goed met hem vinden. Dat zou Giuseppe zelf echter nooit bevestigen.
‘Oh my god, Giuseppe!’ riep Charlotte enthousiast uit, ‘Ik heb je al zo lang niet meer gezien! Wacht, ik vind echt dat we dit moment moeten vastleggen.’
Charlotte nam haar gsm uit haar broekzak en nam vluchtig een foto van zichzelf, Kenji en Giuseppe.
‘Als ik kon zou ik je een knuffel geven,’ zei Charlotte vervolgens, ‘maar dan zou Kenji hier geen adem meer krijgen. Ik heb gelezen dat dat niet zo goed is voor een baby.’
‘Je weet dat ik geen knuffelaar ben, Charlotte,’ antwoordde Giuseppe op zijn typisch droge toon, ‘Ik vind het trouwens niet gepast dat je de deur opendoet als je borstvoeding aan het geven bent.’
De talentmanager was duidelijk gedegouteerd door het volkomen natuurlijke fenomeen van een moeder die haar kind zoogt. Zelfs Charlotte vond zijn reactie bekrompen.
‘Tja, ik heb het ook niet in de hand wanneer mijn kind honger heeft. Je hebt mijn borsten trouwens toch al vaker gezien op fotoshoots? Doe eens niet zo preuts.’
‘Dat is anders. Dan verwacht ik dat je topless zal zijn en hangt er geen kind aan je tepel.’
Charlotte slaakte een diepe zucht terwijl ze hevig met haar ogen rolde en antwoordde kortweg: ‘Je bent echt belachelijk, weet je dat?’
Toen Kenji voldaan was, legde Charlotte hem in de Maxi-Cosi en vroeg Giuseppe daarna lichtjes geïrriteerd door zijn opmerking wat hij eigenlijk bij haar kwam doen.
‘Ja, daarover …’ aarzelde Giuseppe.
Door ervaring wist hij dat wat hij nu zou zeggen heel gevoelig zou liggen. Hij wist echter dat als hij het Charlotte niet zou vertellen, ze binnenkort geen opdrachten meer zou krijgen van het modellenbureau. En als Charlotte geen geld meer verdiende, dan hij ook niet. Het was dus voor hen beiden belangrijk dat Charlotte zich zou houden aan wat Giuseppe haar te zeggen had.
‘Charlotte, het modellenbureau weet dat je een paar maanden nodig zal hebben om op je kind te passen en heeft daar alle begrip voor. Maar er wordt wel van je verwacht dat je meteen na je moederschapsverlof weer aan het werk gaat.’
‘Ja, oké,’ antwoordde Charlotte, ‘Ik zal wel zorgen dat ik tegen dan een babysit gevonden heb. Je zal op me kunnen rekenen.’
‘Ja, maar het is niet alleen dat. Het is ook de bedoeling dat je dan ook fysiek helemaal klaar bent voor nieuwe opdrachten.’
Charlotte keek Giuseppe verward aan.
‘Geen zorgen, ik zal mijn poses nog niet allemaal vergeten zijn, hoor,’ verzekerde ze haar manager.
‘Dat bedoel ik niet, Charlotte.’
Giuseppe haalde even diep adem voor hij uiteindelijk zei waar het op stond: ‘Het komt erop neer dat je moet vermageren. En liefst niet pas als je weer gaat werken, maar zo snel mogelijk. De paparazzi mogen namelijk niet te veel foto’s van je hebben zoals je nu bent.’
Charlotte kon niet geloven wat haar net gezegd werd. Dat kon Giuseppe nu toch niet menen? Wie dacht hij wel dat hij was? Misschien hadden de hormonen en het slaapgebrek er ook wel iets mee te maken, maar Charlotte was uiterst verontwaardigd door de tactloze opmerking van haar manager. Dat liet ze hem dan ook meteen weten.
‘Sorry dat ik nu even geen maatje nul meer heb,’ snauwde ze sarcastisch, ‘maar zoals je je wel zult herinneren heeft er negen maanden lang een kind in mijn baarmoeder gezeten.’
‘Kunnen we het niet over baarmoeders hebben, alsjeblieft?’ reageerde Giuseppe weer met die gedegouteerde blik.
‘Wat, geen fan van de vrouwelijke anatomie? Want in dat geval kan ik ook over het mannelijk lichaam praten, hoor. Ik vind trouwens dat jij wel iets weg hebt van een mannelijk geslachtsdeel, lul.’
Charlotte grijnsde voldaan om haar belediging. En omdat ze een duur woord als ‘anatomie’ correct had gebruikt.
‘Nieuwe moeders zijn verschrikkelijk,’ zuchtte Giuseppe, ‘Luister, je moet echt gewicht verliezen. Niet omdat ik dat wil, maar omdat elk zichzelf respecterend modellenbureau dat wil. Plussizemodellen zijn misschien in opmars, maar niet bij vrouwen boven de dertig. Doe dus iets aan je gewicht of beland op straat. Aan jou de keuze.’
Na die woorden begaf Giuseppe zich naar de deur om te vertrekken, toen Charlotte plots hoopvol begon te glimlachen om wat ze net had ontdekt.
‘Ik ben benieuwd hoe de sociale media zullen reageren op wat jij mij hier net hebt verteld,’ zei het model kattig terwijl ze haar gsm in haar hand hield.
‘Veel succes,’ snoof Giuseppe, ‘zonder bewijs kom je toch nergens.’
‘Oh, maar ik heb wel degelijk bewijs, hoor.’
Charlotte had een gemene grijns op haar gezicht terwijl ze begreep dat haar lompheid haar eindelijk van pas was gekomen.
‘Zie je, blijkbaar heb ik daarnet geen foto van ons genomen, maar heb ik op de verkeerde knop gedrukt en een video opgenomen. Ons hele gesprek staat op deze gsm, en straks ook op Twitter, Facebook, Instagram en Tumblr. Het is gedaan met jou. Lul.’
De angst was van Giuseppes gezicht af te lezen toen hij zag dat de gsm inderdaad al langer dan vijf minuten aan het opnemen was. Dit kon wel degelijk het einde van zijn carrière betekenen, dus genoot Charlotte momenteel inderdaad van een machtspositie tegenover haar manager.
‘Charlotte, doe geen domme dingen,’ zei hij alsof hij onder schot werd gehouden, ‘We gaan het volgende doen: we vergeten wat hier juist gebeurd is en we praten er nog eens over, oké?’
‘Als ik niet zo slechtgezind was had ik misschien toegegeven,’ antwoordde Charlotte koud, ‘maar je bent me op een heel slecht moment komen beledigen. Sorry not sorry.’
Net voor het model de video kon stoppen om hem op de sociale media te posten, kwam Giuseppe woest en wanhopig op haar afgelopen in een poging om de gsm af te pakken. Toen de manager hevig op Charlotte botste, verloor ze het evenwicht en viel het duo op de vloer, met Charlotte onder Giuseppe geklemd. De gsm viel uit Charlottes handen, tegen de achterkant van de sofa een paar meter achter hen en in zo’n positie dat het toestel het gevecht nog altijd duidelijk in beeld kon brengen. Charlotte kon zichzelf onmogelijk verweren onder het volle lichaamsgewicht van Giuseppe, maar slaagde er wel in zijn been te klemmen zodat hij niet aan de gsm kon geraken. De manager ging echter tot het uiterste om zichzelf te bevrijden en trok pijnlijk aan het haar van Charlotte opdat ze zich zou overgeven. Dat was de geblondeerde brunette echter niet van plan en ze hield gillend vol. Toen haar blik op de kapotte naaldhak viel waarover Michael die ochtend was gestruikeld en die op dat moment binnen handbereik lag, greep ze de kans om Giuseppe ermee een paar rake klappen toe te dienen en zichzelf zo te bevrijden. Met volle kracht sloeg ze met de achterkant van de schoen op het achterhoofd van haar manager. Ze was helemaal in de war toen hij plots totaal geen weerstand meer bood, zelfs  helemaal verstijfde, en schokkerig begon te brabbelen. Toen Charlotte merkte dat de hak van haar schoen vastzat in Giuseppes achterhoofd, begon ze paniekerig te ontkennen dat er iets ernstigs aan de hand was. Met moeite trok ze de scherpe, gespleten naaldhak uit de schedel van haar talentmanager, waarna zijn gebrabbel ophield en in plaats daarvan zijn hoofd liet vallen op Charlotte die nog steeds onder hem lag. Toen het Charlotte duidelijk werd dat hij niet meer bewoog of ademde, duwde ze gillend en in paniek het lichaam van haar af terwijl het witte tapijt plaatselijk bloedrood kleurde. Het was moeilijk om te zeggen wat luider was: het gekrijs van Charlotte of het gehuil van Kenji.       Compleet over haar toeren kroop Charlotte naar het bewegingloze lichaam van haar manager en probeerde hem tevergeefs wakker te maken.
‘Giuseppe? Giuseppe, doe dat niet! ’t Is echt niet grappig, oké? Giuseppe!’
Haar wanhopige geschud en gekrijs bleven onbeantwoord en het werd Charlotte stilaan duidelijk dat ze net haar talentmanager gedood had. Zonder erbij na te denken nam ze haar gsm, verwijderde eerst de video van wat er net allemaal had plaatsgevonden en belde om hulp. De politie ging ze niet verwittigen, want de misdaad die ze zonet had gepleegd mocht nooit aan het licht komen. Daarom belde ze de ene persoon op van wie ze wist dat hij haar echt kon helpen. Na enkele seconden nam de persoon aan de andere kant van de lijn de telefoon op.
‘Met Thomas Maes,’ antwoordde de stem.
‘Thomas, je moet me helpen,’ snikte Charlotte in shock.
‘Wat krijgen we nu? Eerst willen jullie niks meer met mij te maken hebben en nu vraag je om mijn hulp? Da’s toch wel eigenaardig, vind ik.’
‘Thomas, alsjeblieft,’ jammerde Charlotte, ‘ik heb iets verschrikkelijks gedaan. Je moet echt komen.’
Thomas begreep meteen dat er echt iets ernstigs gebeurd was en was bereid om te luisteren.
‘Wat is er dan gebeurd?’
‘Ik … Giuseppe … mijn naaldhak is kapot en …’
Charlotte haalde diep adem en probeerde om haar gevoelens van paniek en shock onder controle te krijgen voor ze min of meer duidelijk kon uitleggen wat het probleem was.
‘Giuseppe kwam langs en hij was gemeen tegen mij en toen liep het uit de hand en nu is hij dood en zit mijn tapijt helemaal onder het bloed,’ huilde Charlotte.
‘Wacht wat?’ reageerde Thomas verward, ‘Heb je iemand gedood? Hoe?’
‘Niet expres!’ verdedigde Charlotte zichzelf jankend, ‘Hij lag op mij en ik kon niet weg dus heb ik een naaldhak gepakt om weg te komen maar die is blijven steken in zijn hoofd.’
Het bleef een paar seconden stil, tot Thomas uiteindelijk zei: ‘Een naaldhak?’
‘Ja,’ snikte Charlotte.
‘Wauw, dat ik er nooit opgekomen ben om dat als moordwapen te gebruiken!’
‘Ik wou hem helemaal niet vermoorden,’ huilde Charlotte, ‘Kom me gewoon alsjeblief helpen! Ik ben dit niet gewend, ik weet niet wat ik moet doen.’
‘Oké Charlotte, het is vooral belangrijk dat je niemand spreekt of binnenlaat behalve mij. Ik stuur je wel een bericht vlak voor ik aanbel zodat je weet dat ik het ben. Het zal nog even duren voor de babysitter hier is maar zodra die er is, vertrek ik naar jou. Goed?’
Thomas had zijn ex-klasgenote natuurlijk ook gemakkelijk in de steek kunnen laten, maar als Charlotte werd opgepakt, zou de kans bestaan dat ze haar mond zou voorbijpraten over Vandenberghe. Bovendien was het goed mogelijk dat ze meer bereid zou zijn om een handlanger te worden van de seriemoordenaar zoals hij tijdens het diner had voorgesteld als hij haar met het lijk van Giuseppe zou helpen. Toen Charlotte hem haar adres gaf, schreef hij het snel op, legde af en belde daarna voor Alexander een babysitter op die zo snel mogelijk beschikbaar was.

Ongeveer een uur later zat Charlotte gechoqueerd op de vloer met Kenji in haar armen terwijl ze Giuseppes lijk aanstaarde dat aan de andere kant van de kamer lag. Met rode, tranende ogen bleef ze maar hopen dat ze haar manager niet echt had gedood, dat dit een of andere slechte grap was van een verborgencameraprogramma, of dat het gewoon een heel realistische nachtmerrie was, of dat Giuseppe op miraculeuze wijze dadelijk zijn ogen zou openen en dat er niets aan de hand bleek te zijn. Waarom moest dit haar nu weer overkomen? Charlotte had nooit een vlieg kwaad gedaan. Waarom strafte het leven haar dan na Vandenberghe ook hiermee? Het sloeg nergens op. Terwijl ze contempleerde over de oneerlijkheid van het leven ontving ze een sms van Thomas waarin stond dat ze hem moest binnenlaten, gevolgd door een belgeluid. Terneergeslagen stond Charlotte recht en opende met een knop de ijzeren poort die toegang verleende tot de grote voortuin van de villa. In het deurgat stond Charlotte Thomas bedroefd op te wachten. Toen Thomas zijn ex-klasgenote terugzag, begroette hij haar met een enthousiaste glimlach alsof er helemaal niets aan de hand was en liet zichzelf binnen.
Zodra zijn blik op het lichaam en de grote plas bloed viel, zei de seriemoordenaar droog: ‘Jup, die is dood.’
Thomas keek even rond en bewonderde het moderne, maar gezellige interieur.
‘Da’s hier wel een tof huis, hè?’ zei hij nog steeds alsof er net niets traumatisch of kritieks had plaatsgevonden.
Niet goed wetend hoe ze moest reageren – hoe zou je zelf zijn als je voor de tweede keer per ongeluk iemand gedood had – gaf Charlotte maar haar standaardantwoord als iemand haar huis complimenteerde.
‘Het is net na de Tweede Wereldoorlog gebouwd,’ zei ze met een krop in haar keel, ‘De kelder is een bunker die kan dienen als schuilplaats voor als er ooit een Derde Wereldoorlog zou komen.’
Dat vond Thomas interessant: een bunker kon stevig op slot, hield geuren tegen en was geluidsdicht. Perfect om er tijdelijk een lijk in te bewaren of er permanent onder de grond te dumpen.
‘Wordt die bunker vaak gebruikt?’ wilde Thomas weten.
Charlotte knikte.
‘Michael en ik gebruiken het als fitnessruimte.’
‘Oké, dan kunnen we het lichaam daar dus niet dumpen,’ zuchtte Thomas teleurgesteld.
Verontwaardigd antwoordde Charlotte met verheven stem: ‘Ben je gestoord? Ik wil helemaal niet dat Giuseppe zijn lichaam hier blijft! Ik wil juist dat het zo ver mogelijk van hier gedumpt wordt. En ik wil die bloedvlekken uit mijn tapijt!’
Thomas hield Charlottes schouders stevig vast om haar te kalmeren en zei: ‘Charlotte, er is iemand onderweg om je tapijt te vervangen, maak je maar geen zorgen. Het is een goede kennis van mij die wel vaker een plaats delict schoonmaakt. Hij weet dus wat hij doet. En het was ook maar een voorstel om het lijk hier te houden. Ik kan het zeker ergens anders lozen maar dat is iets riskanter, zeker overdag. Geen zorgen, ik zal je niet vragen om met me mee te komen, je bent nu al overstuur genoeg. Blijf jij maar gewoon hier om die tapijtman binnen te laten, goed?’
Charlotte knikte snikkend maar dankbaar. Ze gaf het niet graag toe, maar misschien was het in sommige gevallen toch nog niet zo slecht om een moordenaar te kennen. Toen Thomas merkte dat Charlotte al een beetje gekalmeerd was, gaf hij haar verdere instructies.
‘Je gaat me wel moeten helpen om het lijk in mijn auto te stoppen. Kan je me een rol vuilniszakken en wat plakband geven? Dan kunnen we die rond het lichaam wikkelen en laten we geen DNA achter in mijn auto.’
Charlotte deed wat haar gevraagd werd en overhandigde Thomas een rol tape en genoeg vuilniszakken om het lichaam volledig te bedekken. Toen het hoofd en de ledematen allemaal verborgen waren in een vuilniszak, vroeg Thomas wat er eigenlijk precies gebeurd was. Moeizaam vertelde Charlotte het hele verhaal: Giuseppes beledigende opmerkingen, het gevecht, de kapotte naaldhak en natuurlijk ook haar gsm die alles gefilmd had.
‘Je hebt de beelden toch gewist, hè?’ vroeg Thomas gemeend.
‘Ja, tuurlijk!’ antwoordde Charlotte, ‘Dat was het eerste dat ik gedaan heb voor ik jou opbelde.
‘Ja, maar heb je ze dubbel gewist?’
Charlotte staarde Thomas aan alsof hij haar net in een vreemde taal had aangesproken.
‘Hoe bedoel je, dubbel gewist?’
‘Welja,’ antwoordde Thomas, ‘vaak worden gegevens op een externe locatie bewaard zodat je ze niet kwijt bent als je een nieuwe gsm koopt. Heb je al gekeken of de video daar nog op staat?’
Charlotte bleef Thomas gewoon met dezelfde blanco blik aankijken. Toen Thomas begreep dat ze geen idee had waarover hij sprak, vroeg hij haar om haar gsm even af te geven zodat hij zelf even kon kijken.
‘Kan jij ondertussen even de gsm van Giuseppe daar uit zijn broekzak nemen? We willen niet dat de politie hem kan traceren,’ zei Thomas terwijl hij zich met Charlottes mobiele telefoon bezighield.
Toen bleek dat het beeldmateriaal van de doodslag inderdaad op een cloud was bewaard, verwijderde Thomas het, maar niet voordat hij het eerst heimelijk naar zichzelf verstuurde. Je weet maar nooit wanneer dat van pas kan komen, dacht hij terwijl hij de gsm teruggaf. Toen Thomas om een hamer vroeg om de gsm van Giuseppe te vernietigen, verliet Charlotte even de woonkamer en kwam na een paar minuten terug met het gereedschap. Terwijl Thomas als een woesteling met een hamer tekeerging op het stukje elektronica zag hij vanuit zijn ooghoek dat Charlotte aan het bidden was.
‘Dat gaat je niet helpen,’ zuchtte de antireligieuze seriemoordenaar, ‘Er is niemand die je gebeden zal beantwoorden, geloof me.’
Charlotte keek haar handlanger verwijtend aan en antwoordde: ‘Gemakkelijk voor jou om dat te zeggen. Jij hebt geen waarden en normen.’
‘Toch wel,’ sprak Thomas haar tegen, ‘het is juist daarom dat ik alleen mensen uitschakel die het verdienen. Mensen die anderen mishandelen, misbruik maken van anderen, het leven van anderen kapotmaken. Slechte mensen. Daarom is het ook belangrijk dat je beseft dat Giuseppe een slecht mens was. Jij en je welzijn konden hem totaal niets schelen; hij wou alleen maar geld aan je verdienen. Hij was een egoïstische zak die je gezondheid op het spel wou zetten om zijn eigen portemonnee te vullen. Vergeet dat niet.’
‘Giuseppe was geen slecht mens! Hij was misschien wat tactloos en hij liet het nooit merken als hij je mocht, maar hij had een groot hart. Jij kende hem niet, dus hoe zou jij nu moeten weten of hij een goed mens was? Als hier iemand niet deugt ben jij het wel! Ik voel mij tenminste nog schuldig over wat ik juist heb gedaan. Jij daarentegen, jij doet het voor je plezier.’
Thomas zweeg even en keek Charlotte streng aan.
‘Tja, dit slecht mens zorgt er anders wel voor dat je morgen niet in de bak belandt,’ zei hij op een ernstige toon, ‘Ik zou dus maar wat vriendelijker zijn als ik jou was.’
Gedurende een lange, ongemakkelijke stilte wikkelden Charlotte en Thomas samen ook de romp van het lijk in vuilniszakken, waarna Thomas vroeg of er genoeg plaats was in de garage om zijn auto erin te parkeren. Zo moesten ze het lichaam niet naar buiten dragen en daar in de koffer stoppen. Aangezien Michael er niet was, kon Thomas zijn wagen inderdaad naast die van Charlotte parkeren in de garage. Eenmaal dat gebeurd was gooide het criminele duo Giuseppes levenloze lichaam in de koffer.
Voor Thomas vertrok wilde hij nog even iets kwijt: ‘Charlotte, ik weet dat dit niet gemakkelijk voor je zal zijn, maar het is belangrijk dat je volledig normaal doet als Michael terugkomt. Hij mag nooit weten wat hier vandaag heeft plaatsgevonden, en zeker niet dat ik hier geweest ben. Hij vertrouwt me nu al voor geen haar en we hebben even geen drama nodig. Begrepen?’
Charlotte knikte bedrukt, waarna Thomas haar sterkte toewenste en zijn auto instapte om naar een plek te gaan waar hij subtiel van het lichaam kon afraken.

*****

Een halfuur later stond Thomas net buiten het stadscentrum aan een rivier op iemand te wachten. Hij wist dat die plek afgelegen genoeg was om een lijk te lozen: door zijn toedoen lag het lichaam van zijn biologische moeder immers nog altijd onontdekt op de bodem van die rivier. Toen hij Christa’s lichaam daar had gedumpt was het echter pikkedonker en niet iets over vier uur ’s middags zoals nu het geval was. Hij had dus een handlanger nodig om hem te waarschuwen voor pottenkijkers, wilde hij niet betrapt worden. Toen Thomas een figuur zag aanlopen, wist hij dat zijn handlanger gearriveerd was.
‘Wat is er aan de hand? Waar is Charlotte?’ vroeg Daniël De Coninck helemaal buiten adem toen hij Thomas tegenkwam.
‘Charlotte is thuis,’ antwoordde Thomas.
Daniël keek verontwaardigd en onbegrijpend.
‘Gast, je hebt me een bericht verstuurd dat er een noodgeval was en dat Charlotte haar mond voorbij ging praten!’
‘En dat is niet compleet gelogen; dit is ook een noodgeval.’
‘Wat dan?’ vroeg Daniël ongeduldig.
Thomas keek even om zich heen om er zeker van te zijn dat er geen voorbijgangers waren, wenkte Daniël naar zijn wagen en liet zijn oud-leraar de lugubere inhoud zien van zijn koffer.
‘Onder die laag vuilniszakken zit een lijk,’ informeerde Thomas hem alsof het de normaalste zaak van de wereld was, ‘Nu je dat weet heb je twee keuzes: ofwel stap je naar de politie en riskeer je dat alles over Vandenberghe ook aan het licht komt, ofwel zeg je niks maar ben je wel automatisch medeplichtig. Je hebt met andere woorden niks meer te verliezen als je mij helpt om het lichaam te dumpen.’
‘Wie denk jij wel dat je bent?’ reageerde Daniël woest en vol walging, ‘Er is geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om jou met je ziekelijke misdaden te helpen! Denk je nu echt dat het je gaat lukken om een of ander moordteam met ons te vormen? Je moet toch echt wel heel zelfverzekerd zijn om dat te geloven.’
‘Dat weet ik nog zo niet. Zie je, de man in die vuilniszakken heb ik niet gedood, maar Charlotte. Met een naaldhak dan nog wel. Het ziet ernaar uit dat ik toch nog zal krijgen wat ik wil. Ik moet zelfs al niet meer alleen voor doden zorgen.’
Terwijl Thomas tegelijkertijd tevreden en trots glimlachte, probeerde Daniël te verwerken wat hij net gehoord had.
‘Wacht, Charlotte? Met een naaldhak?’
‘Ja, dat heb ik toch juist gezegd? Wel bij de les blijven, hè Danny!’
‘Noem me niet zo!’ snauwde Daniël boos.
‘Wauw, die naam ligt blijkbaar echt gevoelig, hè? Ik zal je niet meer zo noemen als je me nu gewoon helpt om dat lijk in de rivier te dumpen.’
Daniël schudde ongelovig het hoofd en vroeg: ‘Waarom ik, Thomas? Ik weet zeker dat je tientallen professionele misdadigers kent die je veel beter kunnen helpen met dit soort dingen, dus waarom laat je mij niet gewoon met rust?’
‘Professionals zijn zo saai,’ verklaarde Thomas, ‘Ze weten veel te goed waar ze mee bezig zijn. Deze plek is trouwens vlakbij jouw school en ik ging ervan uit dat je net als vroeger altijd langer in je lokaal bleef zitten om toetsen en taken te verbeteren. Blijkbaar had ik gelijk.’
Daniël keek Thomas bloedserieus aan zonder een woord te zeggen, waarna Thomas de stilte verbrak.
‘Ik zal het nog eens zeggen: als je nu niet naar de politie stapt, wat hoogstwaarschijnlijk het geval zal zijn, ben je sowieso medeplichtig aan doodslag. Je hebt dus niks te verliezen als je me nu met deze kleinigheid helpt. Ik heb al kasseien aan het lichaam gebonden. Het kan dus onmogelijk naar boven drijven.’
De leraar keek even weg en mopperde: ‘Maak er maar geen gewoonte van.’
Na die woorden gaf Thomas hem glimlachend de opdracht om de benen van het lijk op te tillen, terwijl hijzelf het lichaam bij de schouders vastnam. Op de uitkijk voor voorbijgangers droegen ze het lichaam snel naar de rivier en lieten het erin vallen, waarna het helemaal naar de bodem zonk.
‘Waar is Charlotte nu?’ vroeg Daniël.
‘Waarom wil je dat weten?’ beantwoordde Thomas de vraag met een andere vraag.
‘Het is voor jou misschien moeilijk om met andere mensen in te zitten, maar ik ben geen gestoorde psychopaat. Ik wil kijken of het wel goed gaat met haar. Voor de meeste mensen is iemand per ongeluk doden een heel traumatische gebeurtenis, zoals de meesten onder ons ook wel hebben meegemaakt met je-weet-wel-wie.’
‘Hoe weet je zo zeker dat Charlotte dat per ongeluk gedaan heeft?’
‘Komaan, het gaat over Charlotte. Die is niet slim genoeg om een moordplan te bedenken. Je hebt het daarnet trouwens zelf een doodslag genoemd en geen moord. Daardoor weet ik wel al genoeg. Ga je me nu nog naar haar brengen of hoe zit het?’
‘Jaja, oké,’ reageerde Thomas op de passief-agressieve toon van zijn oud-leraar, ‘Je mag gerust wat vriendelijker zijn, hoor.’
Daniël keek zijn arrogante oud-leerling streng aan.
‘Sorry als ik niet zo vrolijk klink,’ zei hij sarcastisch, ‘maar om de een of andere reden kan ik het niet echt vinden met moordenaars die denken dat ze alles kunnen bereiken door anderen te manipuleren.’
Niet goed wetend wat hij daarop moest zeggen knikte Thomas fronsend naar zijn wagen en verzocht Daniël om in te stappen, waarna Thomas de motor startte om zich naar het huis van Charlotte en Michael te begeven.

Ondertussen was de tapijtlegger aangekomen en al een tijdje geleden aan zijn werk begonnen terwijl Charlotte in de spiegel kritisch haar lichaam bekeek. Het was inderdaad zo dat ze geen platte buik meer had en haar kaaklijn was ook niet meer zo strak als vroeger, maar dat was toch volkomen normaal vlak na een zwangerschap? Als Charlotte een gezond, evenwichtig dieet zou volgen, zou ze toch weer snel haar slanke lichaam van voor haar bevalling krijgen, of niet? Terwijl het model haar blouse omhoogtrok en haar nieuw verkregen buikvet vervloekte, merkte ze nog een andere onvolmaaktheid op die er pas tijdens haar zwangerschap gekomen was: striae. Die strepen op de huid die veroorzaakt werden door een snelle gewichtstoename waren onvermijdelijk als je zwanger werd, maar niet begeerlijk in de modellenwereld. Ze waren gemakkelijk weg te werken met fotoshop, dat wel, maar als de paparazzi Charlotte zouden fotograferen terwijl ze in bikini op het strand liep, zouden die striae wel zichtbaar zijn. Was ze echt onaantrekkelijk geworden? Charlotte keek haar spiegelbeeld aan en dacht aan de conversatie die ze een paar dagen geleden met Michael in de auto had gehad over spiegelbeelden.
‘Jij hebt het gemakkelijk,’ benijdde ze haar spiegelbeeld, ‘Jij bestaat niet echt. Jij voelt niks, je hebt geen zorgen aan je hoofd. Ik wou ook dat ik niet echt bestond.’
Charlottes lichaamsgewicht leek misschien futiel aangezien ze net iemand onvrijwillig van het leven had beroofd, maar daar probeerde ze gewoon zo weinig mogelijk aan te denken. Ze mocht zich niet verdacht gedragen, dus mocht Michael niet thuiskomen om meteen een gechoqueerde, paniekerige Charlotte te zien. Natuurlijk spookte de recente herinnering aan de doodslag op Giuseppe nog volop rond in haar gedachten, maar als je al zo’n tien jaar model was wist je ondertussen wel al hoe je altijd een valse glimlach moest opzetten, hoe ellendig je je op dat moment ook voelde. Vanbinnen bleef de onzekerheid over haar lichaam echter toenemen. Terwijl Charlotte in de spiegel de tengere, maar niet onknappe tapijtlegger bestudeerde, kon ze het niet laten om haar aantrekkelijkheid op de proef te stellen. Ze zou natuurlijk niet te ver gaan, daarvoor zag ze Michael te graag. Charlotte had gewoon bevestiging nodig. Er was trouwens niets mis met wat onschuldig geflirt, toch? Ze opende de bovenste knop van haar blouse om haar decolleté mooi te doen uitkomen en stapte vervolgens elegant naar de tapijtlegger wiens leeftijd het model midden de twintig schatte.
‘Lukt het?’ vroeg Charlotte met een verleidelijke radiostem terwijl ze zich naast de jongeman neerhurkte.
‘Ja hoor,’ antwoordde de twintiger, ‘het bloed is niet door het tapijt gedrongen, dus er zit geen vlek op de ondergrond. Dat heeft al een hoop geschrob en tijd bespaard, dus ik ben hier zo goed als klaar.’
‘Wauw, jij weet er precies wel veel van. Doe je dit al langer?’
‘Een plaats delict schoonmaken, bedoel je? Dat hou ik liever voor mezelf, ik hoop dat je dat begrijpt.’
Charlotte zette opeens een ongemakkelijke glimlach op en knoopte haar blouse weer dicht. Waar was ze in hemelsnaam mee bezig? Die gast was natuurlijk even verknipt als Thomas en hij wist bovendien hoe je sporen moest uitwissen. Straks belandde ze nog in zijn diepvriezer! Toen ze Michaels auto de garage in hoorde rijden, veerde ze angstig recht. Shit, die is veel te vroeg, dacht ze bij zichzelf terwijl ze onrustig een verklaring moest bedenken waarom er een nieuw tapijt moest worden gelegd. Ze kon immers moeilijk iets zeggen als: ‘Hey, weet je nog die keer dat we per ongeluk iemand gedood hebben? Wel, je gaat het niet geloven, maar nu is dat dus nog eens gebeurd. Ik weet het, lomp van me, hè? Maar goed, Thomas, die psychopaat die een gevaar vormt voor ons allemaal, heeft alles geregeld dus we zijn veilig. Wie kookt er vanavond?’ Nee, Charlotte moest duidelijk iets anders verzinnen, maar nadenken ging momenteel niet zo vlot. Toen Michael via de garage de woonkamer binnenkwam, merkte hij de tapijtlegger meteen op maar voor er iets over te zeggen begroette hij eerst zijn vriendin met een kus.
‘Jij bent vroeg thuis,’ zei Charlotte ietwat nerveus.
‘Ook hallo,’ plaagde Michael, ‘Ja, ik was te moe om nog langer te blijven. Ben je niet blij om mij te zien, misschien?’
‘Tuurlijk wel,’ lachte Charlotte zenuwachtig.
‘Zeg, alles goed met jou? Je doet zo raar.’
Charlotte keek haar vriend aan met een onwetende blik en antwoordde: ‘Ja? Ik voel me nochtans niet anders. Misschien lijkt dat zo door de vermoeidheid of de hormonen?’
Michael keek begripvol en liet zijn blik daarna op de onbekende jongeman vallen.
‘Was je ons tapijt ineens beu?’
Toen Charlotte weer aan een smoes dacht voor de tapijtlegger, flitste het hele gedoe met Giuseppe opnieuw voor haar ogen voorbij. Door de herinnering aan zijn beledigingen, zijn dood en haar verantwoordelijkheid daarvoor, kreeg het model weer tranen in haar ogen en een krop in haar keel.
Terwijl haar hartslag opvallend versnelde snikte Charlotte: ‘I-ik heb wijn gemorst. Sorry!’
Die hormonen slaan nu toch wel écht op hol, dacht Michael in zichzelf terwijl hij Charlotte omarmde en haar geruststelde.
‘Kom, dat is nu toch niet zo erg?’ fluisterde hij voor hij haar omhelzend op het hoofd kuste, ‘Ik was dat tapijt toch beu.’
‘De kleur is nog altijd dezelfde, hoor,’ antwoordde Charlotte met nog steeds die krop in haar keel.
‘Eigenlijk niet,’ kwam de tapijtlegger tussenbeide, ‘Het vorige tapijt was babypoederwit, maar dit tapijt is ivoorwit.’
‘Zie je?’ zei Michael, ‘Het ziet er totaal anders uit.’
Charlotte rolde glimlachend haar ogen als reactie op Michaels opmerking. Niet veel later stond de tapijtlegger recht en benaderde het koppel.
‘Goed, ik ben hier klaar. Ik stuur de rekening nog wel op. Ik laat mezelf wel buiten.’
Nadat Michael en Charlotte de jongeman bedankt hadden, begaf hij zich naar de voordeur. In het deurgat draaide hij zich weer om.
‘Er staat iemand aan de poort. Ze durft precies niet goed aan te bellen.’
Subtiel ging Michael een kijkje nemen en zag een vrouw van middelbare leeftijd aan de ijzeren poort aarzelen.
‘Toch niet weer zo’n moeder van een fan, zeker?’ zuchtte hij.
Toen de twijfelende vrouw de bekende profvoetballer opmerkte, wist ze dat ze nu wel moest aanbellen. Vrij zenuwachtig duwde ze op de belknop en wachtte een antwoord af.
‘Sorry maar we maken geen foto’s met fans als we thuis zijn,’ antwoordde Michael via de intercom.
‘Maar daar kom ik ook niet voor, meneer De Rijke,’ verzekerde de vrouw, ‘Ik zou gewoon graag iets met u bespreken, als u dat niet erg vindt.’
‘Is het iets zakelijks, want ik heb nu niet zoveel tijd.’
‘Nee, dat niet, maar het is wel belangrijk.’
De vrouw zuchtte diep en raapte toen de moed bijeen om de reden van haar bezoek te verklaren.
‘Ik ben Denise Vermeersch. Uw oud-leraar Dirk Vandenberghe was ooit mijn man. Ik heb al jaren niks meer van hem gehoord en ik denk dat u me meer informatie kunt geven.’
Toen de ongeruste blik van Michael en Charlotte de tapijtlegger opviel, wenste hij het koppel een prettige dag verder en maakte zich uit de voeten. Toen de jongeman weg was, keken Michael en Charlotte elkaar bezorgd aan, elk hopend dat de andere wist wat te doen. Hoe kan de ex van Vandenberghe nu bij hen terechtgekomen zijn? Als ze Denise mochten geloven, wist ze nog niet veel, maar blijkbaar toch al genoeg om twee van de medeplichtigen te hebben gevonden. Maar misschien wist ze ook helemaal niet dat zij twee er iets mee te maken hadden. Misschien waren ze veilig.
‘Laat haar maar binnen,’ zei Charlotte uiteindelijk. Als ze iets wist, was ze al naar de politie gestapt. We maken onszelf gewoon nog verdachter als we haar niet binnenlaten.’
Het kwam niet vaak voor, maar Charlotte had net iets gezegd wat logisch klonk. Inziend dat zijn vriendin een punt had, drukte Michael op de knop van de intercom om Denise binnen te laten. Nog steeds vrij zenuwachtig opende Denise de poort en wandelde door de voortuin naar de voordeur. De afgelopen dagen waren heel stresserend geweest voor de sympathieke huishoudster. Ze had niet alleen de tijd nodig om de uitslag van haar onderzoek in het ziekenhuis te verwerken – ja, het was wel degelijk de ziekte die ze gevreesd had – maar dan was er ook nog dat gesprek tussen Daniël en Michael dat ze in datzelfde ziekenhuis gehoord had. Denise had alles dan ook even moeten laten bezinken opdat ze helder zou kunnen nadenken over haar volgende acties. Een van die acties was dus om het huis van Michael of Daniël op te zoeken. Aangezien zowel Michael als Charlotte bv’s waren, was het heel wat makkelijker om hun adres te vinden dan dat van Daniël. Daarom stond ze dus in zijn huis, hopend dat hij haar de antwoorden op haar vragen kon geven die al jarenlang in haar hoofd rondspookten.
‘Wilt u iets drinken?’ vroeg Charlotte de onverwachte gaste uit gewoonte.
‘Nee dank je, ik ben niet van plan om lang te blijven,’ antwoordde Denise, ‘Ik zou u gewoon graag onder vier ogen spreken, meneer De Rijke.’
Denise keek Charlotte aan en verontschuldigde zich: ‘Sorry, ik wil echt niet onbeleefd zijn.’
Charlotte begreep de hint, glimlachte vriendelijk en verplaatste zich van de woonkamer naar de keuken. Het was een goed teken dat Denise haar er liever niet bij wilde, want dat betekende dat zij helemaal niet wist dat Charlotte medeplichtig was. In de keuken luisterde het model achter een muur het gesprek af.
‘Ik weet niet waarom u denkt dat ik u kan helpen, mevrouw,’ zei Michael, ‘Ik weet evenveel over de verdwijning van meneer Vandenberghe als uzelf.’
‘Dat betwijfel ik,’ sprak Denise hem kalm tegen, ‘Ik heb u namelijk in het ziekenhuis horen praten met een ex-collega van hem, Daniël De Coninck.’
Michael trok zijn wenkbrauwen hoog op en moest even slikken. Dat viel Denise meteen op.
‘Luister, u hoeft zich echt geen zorgen te maken,’ verzekerde Denise, ‘Wat er ook gebeurd is, ik neem u niks kwalijk. Dat meen ik. Ik wil gewoon een paar vragen stellen.’
Michael wreef even denkend over zijn kin en stelde voor om aan de eettafel te gaan zitten. Toen ze allebei hadden plaatsgenomen, begon Denise haar reden tot komst verder in detail uit te leggen.
‘Mijn ex is geen goed man, dat heb ik als geen ander mogen ondervinden. Dirk was een eikel. Hij kleineerde mensen voor zijn plezier, manipuleerde ze, mishandelde ze, maar allemaal zonder dat de buitenwereld geloofde dat hij daartoe in staat was … Ik hield elke weekdag mijn hart vast voor de leerlingen die bij hem les volgden.’
Michaels blik en sarcastische lachje gaven te kennen dat zijn ex-leraar inderdaad niet de aangenaamste persoon was om als leerkracht te hebben.
‘Dus nogmaals, wat er ook gebeurd is, ik neem het u niet kwalijk,’ ging Denise verder, ‘Maar ik leef al meer dan dertien jaar in onzekerheid. Ik weet niet waar hij is, waarom hij weg is, zelfs niet óf hij er nog is.’
Denises onderlip begon te trillen terwijl haar ogen zichtbaar roder werden.
‘Ik wil gewoon zekerheid, meneer. Ik wil weten of ik veilig ben. Ik wil zeker zijn dat hij me niet ooit komt opzoeken en van mijn leven weer een hel komt maken. Ik heb dat hoofdstuk uit mijn leven nooit kunnen afronden omdat ik nooit zekerheid gehad heb. Daarom smeek ik u, meneer De Rijke, om mij alstublieft eerlijk antwoorden.’
Denise nam een papieren zakdoek uit haar broekzak en snoot haar neus ermee, waarna ze een traan wegpinkte en haar monoloog voortzette: ‘Ik heb u en Daniël horen zeggen dat jullie Dirk dertien jaar geleden iets hebben aangedaan. Wil dat zeggen dat ik me geen zorgen meer hoef te maken over die klootzak? Ben ik veilig?’
Denise keek hoopvol naar Michael die haar medelevend aankeek. Ging hij nu echt schuld bekennen aan onvrijwillige doodslag? Dat kon hij toch niet maken? Maar die arme vrouw in onzekerheid laten leven was toch ook wreed. De voetballer slaakte en diepe zucht en gaf uiteindelijk antwoord.
‘U hoeft zich geen zorgen te maken over hem,’ bekende hij indirect zijn misdaad.
Denise werd gegrepen door gemengde gevoelens. Enerzijds had ze eindelijk zekerheid, anderzijds waren er nog zoveel onbeantwoorde vragen. En dan was er ook nog het feit dat ze momenteel voor een doodslagpleger zat, of voor zover zij wist misschien zelfs een moordenaar. Ze begreep echter dat hoe meer ze wist, hoe riskanter de situatie zou worden. Na haar tranen te hebben gedroogd besloot ze dan maar om op te staan en Michael te bedanken.
‘Ik zal het nog eens zeggen: ik zweer dat ik hier niet mee naar de politie zal stappen. U had ongetwijfeld uw redenen en om eerlijk te zijn ben ik u zelfs dankbaar,’ stelde ze hem nog gerust terwijl ze zijn hand schudde, ‘Ik beloof u dat u geen last meer van mij zult hebben.’
Na die woorden glimlachte Michael dankbaar en begeleidde haar naar de voordeur om haar te laten vertrekken. Toen Denise ongeveer in het midden van de voortuin geraakt was, kwam van achter de hoek Thomas’ auto aangereden. Ondertussen had hij het hele naaldhakdrama aan Daniël uitgelegd. De leraar vond het nog steeds misselijkmakend hoe zijn oud-leerling hem bij al deze heisa had betrokken, maar hij hoopte vooral dat Charlotte nog net verstandig genoeg was om nu niet in te gaan op Thomas’ voorstel om een of andere moordenaarsclub te vormen. Ze was naïef en beïnvloedbaar, maar zó zwak van geest kon ze nu toch ook weer niet zijn, of wel? Toen Thomas vanuit zijn auto Denise het huis van Michael en Charlotte zag verlaten terwijl Michael in het deurgat stond, vroeg hij zich af wat zijn huishoudster daar in godsnaam te zoeken had. Denise zelf was te druk bezig met alles te verwerken wat ze net te weten was gekomen om rond zich heen te kijken en haar werkgever op te merken, maar zowel Thomas als Daniël hadden haar meteen herkend. Daniëls reactie was echter iets ongeruster dan die van Thomas.
‘Shit!’ riep Daniël ongelovig uit, met daarna nog een zevental andere ‘shits’ die heel snel op elkaar volgden.
‘Wat?’ vroeg Thomas voorzichtig ongerust.
‘Dat is de weduwe van Vandenberghe!’ verklaarde Daniël zijn bezorgdheid.
Thomas sperde zijn ogen wijd open en staarde Denise verbaasd aan terwijl ze haar auto instapte en wegreed.
‘Weet je dat wel zeker?’ vroeg Thomas onrustig.
‘Honderd procent,’ verzekerde Daniël, ‘Dat is Denise Vandenberghe, of ja … nu zal ze wel weer haar eigen achternaam hebben, maar dat maakt niet uit. Ze is net bij Michael en Charlotte geweest! Dat wil toch zeggen dat er iets niet klopt, dat ze iets doorheeft?’
Terwijl Daniël zijn chauffeur paniekerig aankeek, probeerde Thomas zelf zo goed mogelijk de kalmte te bewaren om zo helder te kunnen nadenken. Het was inderdaad té toevallig dat zijn huishoudster die hij amper kende de weduwe van Vandenberghe leek te zijn, en dan ook nog eens zomaar een bezoekje brengt aan twee van de medeplichtigen. Volgens Thomas was zij al iets op het spoor toen ze zich kandidaat stelde om bij hem te werken, dat kon niet anders. Dan was er ook nog die keer dat ze verdacht lang aan zijn privélade aan het poetsen was en daarna nog al die vragen stelde over zijn middelbareschoolleven. Huishoudster is natuurlijk ook het ideale beroep om alles te weten te komen over de persoon die je bespioneert. Thomas en Daniël waren het er beiden over eens dat Denise een grote bedreiging vormde voor de geheimhouding van de doodslag op Vandenberghe. Waarom ze Michael en Charlotte juist had bezocht, wist het duo in de auto niet, maar het was hun wel duidelijk dat ze al te veel wist. In het belang van de groep zag Thomas dan ook geen andere oplossing: hij moest Denise vermoorden.

 

Wordt vervolgd …

Advertisements

One thought on “Het geweten van een moordenaar – hoofdstuk 5

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s