Het geweten van een moordenaar – hoofdstuk 4

Lees het vorige hoofdstuk hier.

Hoofdstuk 4: Een zware bevalling

Een week na zijn recentste therapiesessie ging Elias toch naar het redactiekantoor om zijn aanvraag in te dienen om opnieuw aan het werk te gaan, tegen het advies van zijn psychologe in. Roxanne Peeters mocht dan wel denken dat hij er niet klaar voor was, maar Elias was het beu om de hele dag niets te doen. Hij wilde werken; dat was toch juist een teken dat hij het al veel beter stelde? Zijn depressie had hem altijd verhinderd om productief te zijn. Hij vond de moed zelfs niet om elke dag uit bed te komen, laat staan om te gaan werken. Hoewel hij zijn beterschap grotendeels aan Roxannes therapieën te danken had, moest hij zijn psychologe deze keer dus ongelijk geven: het leek Elias het beste om zijn oude leven zo vlug mogelijk te hervatten. Alleen zo zou hij snel weer helemaal de oude zijn. Toen hij met de trap de vierde verdieping had bereikt, wandelde hij langs de kantoren van de redacteurs richting het bureau van zijn baas aan het einde van de gang. Op weg naar boven had hij een paar nieuwe gezichten opgemerkt. Dat was ook niet zo verwonderlijk, wist de jonge journalist. Hij had al zeven maanden geen voet meer binnengezet in het redactiekantoor. Als je daarbij nog bedenkt dat de grote baas van het kantoor al een tijdje een grote schoonmaak aan het houden was binnen het personeel, kon het bijna niet anders dan dat er een paar werknemers vervangen waren. Onderweg naar het kantoor van zijn baas werd Elias door iemand aangesproken; niet een van de nieuwe werknemers, maar door een bekend gezicht dat hij liever niet zo snel terug had gezien. Linda’s brokkelige mascara en oranjegetinte fond de teint waren al heel kenmerkende eigenschappen, maar niet zozeer als de doordringende tabaksgeur die haar mond verliet telkens als ze sprak en de opvallende  kettingrokersstem die daarmee gepaard ging. De stank van opgerookte kankerstokken was echter niet de voornaamste reden om haar te mijden. Linda was namelijk de grootste roddeltante van de hele redactie. Als zij iets te weten kwam, wist een halfuur later het hele gebouw het ook. Heel vaak werden aan het verhaal dan ook nog een paar sappige details toegevoegd die ze er zelf bij had verzonnen. Niet dat ze ooit zou toegeven dat zij de bron was van alle roddels over iedereen in de redactie. In je gezicht deed ze zelfs altijd heel vriendelijk. Dat moest ze ook wel, want hoe zou ze anders aan roddels komen als ze zich altijd als de slechtheid zelve gedroeg en niemand haar vertrouwde? Elias was echter niet gediend met de schijnheiligheid van zijn collega. Hij hoopte dan ook dat het gesprek niet te lang zou aanslepen.
‘Elias!’ riep het wandelende roddelblad schijnbaar opgetogen uit, ‘Dát is lang geleden! Ik wist niet dat je weer hier werkte.’
Haar misselijkmakende quasi-enthousiasme kon Elias helemaal niet smaken, maar het drama op de werkvloer kon hij nu nog wel even missen als de pest. Hij besloot dan maar op dezelfde schijnbaar vriendelijke manier te antwoorden.
‘Hey Linda! Nee, nog niet officieel. Ik kom net mijn aanvraag indienen om eventueel parttime aan het werk te gaan. Enfin, we zien wel hoe Vereyken erover denkt. Zoals gewoonlijk zal veel afhangen van zijn humeur.’
‘Ja, daar zeg je zoiets,’ bevestigde de roddeltante, ‘Hij is de laatste tijd wel héél slechtgezind. Maar blijkbaar is er het een en ander gebeurd in zijn huishouden. Zijn veertienjarige dochter zou een tattoo op haar bil hebben laten plaatsen zonder dat hij ervan wist en zijn vrouw heeft naar ’t schijnt abortus gepleegd omdat ze onverwacht zwanger was … Of was het nu omgekeerd?’
Elias trok een wenkbrauw op om zonder woorden zijn scepticisme tegenover het hoogstwaarschijnlijk verzonnen verhaal van zijn collega uit te drukken. Vroeger zou hij nog hebben gedaan alsof Linda’s verhaal hem interesseerde, maar al die huichelarij om iemand anders een plezier te doen was hem te vermoeiend geworden. Zeker nu hij aan het herstellen was van zijn depressie was het belangrijk zijn eigen gevoelens en belangen voorop te plaatsen, al ging het maar om zoiets kleins als je eigen emoties niet te onderdrukken om een ander tevreden te houden. Linda had trouwens ongetwijfeld al uitvoerig over Elias geroddeld tijdens zijn maandenlange afwezigheid, dus waarom zou hij nu nog moeite doen om zijn hypocriete collega te vriend te houden? De ongeïnteresseerde reactie van Elias was Linda kennelijk opgevallen. Lichtjes op haar tenen getrapt besloot ze dan maar het gesprek te beëindigen.
‘Hoe dan ook, ‘sprak ze, ‘veel succes met Vereyken. Ik ben er wel zeker van dat hij blij zal zijn om je terug te zien.’
Linda legde vriendschappelijk haar hand op Elias’ schouder en zei met een glimlach: ‘Het is goed dat je terug bent, Elias. Zit er trouwens maar niet over in dat je zolang bent weggebleven. Ik begrijp het volledig en de rest ook.’
Daar was die ene ergerlijke zin weer: ‘Ik begrijp het volledig.’ Die zogenaamde geruststelling had Elias de voorbije maanden al tientallen keren gehoord. Het opmerkelijke was dat niemand die die ene zin tegen hem had gezegd, ook echt begreep wat er met Elias aan de hand was. Niemand onder hen wist hoe het voelde om elke dag wakker te worden en de fut niet te vinden om je bed uit te komen, want wat had het voor zin? Niemand onder hen wist hoe het was om alle betekenis van het leven te verliezen, om zelfs de moeite niet meer te nemen om elke dag iets te eten, omdat niets je nog smaakte of het je zelfs niet meer uitmaakte om jezelf in leven te houden; als je stierf zou alle ellende tenminste voorbij zijn. Niemand onder hen kende het gevoel van onzekerheid dat je dagelijks overviel: beteken ik wel iets voor anderen? Houdt mijn partner nog van me? Zou de wereld niet beter af zijn zonder mij? Niemand onder hen kon zich herkennen in de moeite die nodig was om een glimlach op je gezicht te laten verschijnen die zelfs nooit echt gemeend was. Niemand onder hen had zich ooit zo lang zo ongelukkig gevoeld dat hij zelfs niet meer wist wat gelukkig zijn was. Niemand onder hen kon zeggen dat hij zich na elke ellendige dag in slaap huilde en zichzelf tevergeefs wijsmaakte dat het de volgende dag anders zou zijn, dat hij hulp zou zoeken en beter zou worden, om daarna toch weer dezelfde dagelijkse, deprimerende routine te hervatten. Dus nee, Linda en alle anderen die ooit zeiden dat ze ‘het volledig begrepen’, begrepen er juist niets van. Elias was echter niet van plan om Linda slecht te laten voelen over haar goedbedoelde woorden, dus glimlachte hij gewoon en wandelde dan zwijgend verder naar het kantoor van zijn baas. Na drie keer kloppen op de kantoordeur werd hij binnengeroepen en zag zijn overste verrast opkijken toen hij de journalist opmerkte.
‘Elias, wat een verrassing! Hoe gaat het met je?’
‘Dag meneer Vereyken. Goed, hoor. Ik stoor toch niet, hoop ik?’
‘Neen, tuurlijk niet! Zet je maar neer en vertel ‘ns: wat kom je hier doen?’
Van Vereykens slechte humeur waar Linda het eerder over had was voorlopig nog niet echt veel te merken. Maar ja, zij was dan ook niet bepaald een betrouwbare bron, wist Elias.
‘Wel euh … Ik ben eigenlijk gekomen omdat ik graag weer wil komen werken.’
Meneer Vereyken knikte ernstig.
‘Weet je ’t zeker?’ vroeg hij gemeend.
‘Honderd procent,‘ verzekerde Elias.
Vereyken keek bedenkelijk en antwoordde: ‘Vergeef me mijn twijfelachtige reactie, maar toen ik je destijds gepromoveerd had was je er ook zeker van, zei je. Maar een paar weken later ben je wel in een depressie geraakt en heb ik zeven maanden niets meer van je gehoord.’
De toon waarop zijn baas de toestand van Elias verwoordde duidde niet echt op veel begrip, maar het was door iedereen in de redactie wel geweten dat Vereyken nooit echt tactvol was geweest. Elias vond het dan ook niet meteen nodig om verontwaardigd te reageren en stelde zijn baas gerust.
‘Ik heb inderdaad even heel diep gezeten, maar ik ben aan de beterhand. Om helemaal te genezen raadt mijn therapeute zelfs aan om opnieuw te gaan werken,‘ loog de journalist.
‘Goed, maar dat zal wel even tijd kosten. Je vervanger werkt misschien wel ad interim, maar ik kan hem niet zomaar vandaag op straat gooien.’
‘Ja, maar dat verwacht ik ook niet. Het zou trouwens ook niet goed voor me zijn om zo ineens opnieuw voltijds te werken. Daarom vroeg ik me af of het mogelijk is om voorlopig halftijds te werken.’
‘Sorry, maar dat gaat niet,‘ antwoordde meneer Vereyken snel, ‘Voor jouw positie is een fulltime werknemer vereist en twee parttime werknemers kunnen we niet betalen. Sorry.’
Toen Elias’ baas de teleurgestelde blik van zijn personeelslid zag, kwam hij met het volgende voorstel: ‘Wat eventueel wel zou kunnen, is dat je parttime hier op kantoor werkt en parttime thuis werkt. Zo kan je voor de helft van de dag zelf kiezen wanneer je werkt in een vertrouwde omgeving en ben je even weg van de drukte hier. Wat denk je?’
Elias wist dat hij het niet gemakkelijk zou hebben om zomaar opnieuw van ’s ochtends tot ’s avonds te werken, maar hij was het ook beu om de hele dag thuis te zitten. Het zal wel wennen, dacht hij toen hij op het voorstel van zijn baas inging. Na elkaar de hand te hebben geschud, ging Elias het kantoor uit, de trappen af naar de ondergrondse parkeerplaats en stapte vervolgens in zijn auto. Alvorens naar huis te vertrekken, nam hij uit het handschoenenkastje nog de grote reden waarom Roxanne Peeters het hem zo had afgeraden om al opnieuw te gaan werken: de pillen die hij verkreeg met gestolen doktersvoorschriften. Zolang hij nog afhankelijk was van die pillen vond zijn psychologe hem mentaal niet in staat om al te werken, maar daar had Elias zelf geen oren naar. Hij wist beter dan zij wat goed voor hem was en hij was ervan overtuigd dat werken hem zou helpen met zijn geestelijke herstel. Elias dacht trouwens niet dat hij afhankelijk was van die pillen, ze hielpen gewoon. Hij zou ze volgens hemzelf zo aan de kant kunnen zetten en ze niet meer aanraken als hij dat wilde, maar hij geloofde ook dat het beter was om alle nuttige middelen in te zetten om weer beter te worden. Wat kon iemand daar nu op tegen hebben? Een verslaving had Elias dus zeker niet … of dat maakte hij zichzelf toch wijs toen hij al voor de derde keer die dag zo’n pil inslikte.

Ondertussen zat Thomas in het penthouse te spelen met Alexander terwijl Denise de meubels aan het afstoffen was. Toen het Thomas opviel dat zijn huishoudster lang op handen en voeten aan zijn privélade neergezeten zat, vond hij het toch nodig om haar daarover aan te spreken.
‘Denise, je weet toch dat die lades privé zijn, hè?’
Met een lichtjes ongelovige glimlach keek Denise op om haar werkgever gerust te stellen.
‘Maak je maar geen zorgen, Thomas. Dat hebben jij en Elias me ondertussen nog maar twintig keer duidelijk gemaakt,‘ zei ze plagerig, ‘Ik was gewoon op zoek naar m’n oorbel en die heb ik net onder deze kast gevonden.’
Denise liet Thomas een kleine zilveren oorbel in haar hand zien om haar verklaring te bewijzen, waarna Thomas zich verontschuldigde. Terwijl Denise zich tot de spiegel wendde om haar oorbel in te doen, kon ze het niet laten haar mening te geven over die privélades.
‘Niet om onbeleefd te zijn, maar ik vind die lades toch wat vreemd. Ik bedoel, jij en Elias zijn al jaren getrouwd, dan zouden jullie toch geen geheimen meer voor elkaar moeten hebben?’
‘Het is naïef om te denken dat er in een relatie totaal geen geheimen bestaan, Denise,‘ sprak Thomas haar tegen, ‘Elias en ik beseffen dat en geven daarom ook duidelijk toe dat er een paar dingen zijn die we liever voor onszelf houden. Zowat het belangrijkste in een relatie is vertrouwen. Daarom hebben onze privélades ook hetzelfde slot. Onze sleutel past dus op beide lades en dat weten we allebei goed genoeg. Als ik zou willen kon ik nu de lade van Elias opendoen, en kon Elias die van mij openen als ik er niet was, maar dat doen we niet omdat we elkaar vertrouwen. Volgens mij bewijst ons ladesysteem alleen maar dat we een gezonde relatie hebben.’
‘Ja, daar zit misschien wel wat in,‘ gaf Denise toe.
Het was ook echt zo dat de twee echtgenoten op een paar dingen na alles aan elkaar toevertrouwden. In het geval van Elias was dat natuurlijk alles op de pillen na, en Thomas vertelde zijn man alles behalve het feit dat hij een manipulatieve seriemoordenaar was die ervan genoot zijn slachtoffers te zien lijden. Op een paar kleine details na wisten ze dus alles van elkaar. Denise was echter een gesloten boek voor Thomas. Aangezien Elias wél heel close was met hun huishoudster en daardoor ook het een en ander over haar wist, dacht Thomas dat het wel vooral aan hem zou liggen dat hij haar zo weinig kende. Denkend aan wat zijn man hem vlak voor zijn vorige therapiesessie met Roxanne had aangeraden, deed hij een poging om zich wat meer open te stellen tegenover Denise.
‘Sorry als ik een beetje nerveus loop,‘ verontschuldigde Thomas zich, ‘Ik hoop gewoon dat alles goed gaat vanavond.’
‘Juist ja, je hebt die klasreünie, zeker? Hoeveel mensen kwamen er ook alweer?’
‘We waren een heel kleine klas, dus er zal echt niet veel volk komen. Er komen drie ex-klasgenoten en onze favoriete leraar hebben we ook uitgenodigd.’
De reünie die Thomas georganiseerd had was natuurlijk veel duisterder van aard dan die van een doorsnee klasreünie. Zo was er de dood van Vandenberghe waarvoor de gastheer en al zijn genodigden samen verantwoordelijk waren, en zouden Charlotte en Michael die avond ook te weten komen waarmee Thomas zich heeft beziggehouden sinds de doodslag op hun verschrikkelijke leerkracht. Je zou je misschien kunnen afvragen waarom Thomas het opeens praktisch aan de grote klok hing dat hij een seriemoordenaar was, maar dat kwam omdat hij helemaal niets te verliezen had. Door hun gemeenschappelijke geheim zouden Charlotte, noch Michael, Roxanne of Daniël ooit naar de politie stappen om Thomas aan te geven. Dan zou het hele gedoe rond Vandenberghe immers ook aan het licht komen en hadden ze allemaal hun eigen graf gegraven. De jonge moordenaar had trouwens een goede reden om alles aan hen te bekennen, maar dat zou die avond wel allemaal duidelijk worden.
‘Vier man valt inderdaad heel goed mee,‘ antwoordde Denise, ‘Tof dat je je leraar meevraagt, trouwens! Ik weet zeker dat hij dat apprecieert. Mijn ex stond ook in het onderwijs, maar hij was daar niet bepaald geliefd. Hij was allesbehalve een gemotiveerde voorbeeldleerkracht die altijd klaarstond voor zijn leerlingen. Als hij nu nog altijd leraar is, heb ik eigenlijk wel medelijden met zijn leerlingen. Maar goed, als je als leraar wél je best doet voor je leerlingen en elke dag met passie voor je klas staat, kan ik me voorstellen dat het veel voldoening geeft als je dan meer dan tien jaar later door je leerlingen op zo’n klasreünie wordt uitgenodigd.’
‘Zo dachten wij er dus ook over,‘ glimlachte Thomas.
‘Ben je dan naar school gegaan in het atheneum?’ wilde Denise weten.
‘Oei oei, nee! Mijn oom stond erop dat ik naar een katholieke school ging, dus het was het Sint-Lucas geworden. Een eindje verder dan waar ik woonde, maar ik mocht absoluut niet worden blootgesteld aan de immorele en goddeloze invloed van het gemeenschapsonderwijs.’
Thomas’ sarcasme werd beantwoord met een lach van Denise. Hij besefte ineens dat een gesprek tussen hen beiden inderdaad heel zeldzaam was. Ze kenden elkaar nu ondertussen al drie jaar, maar nooit hadden ze een echte conversatie gehad die geen smalltalk meer kon worden genoemd; of Elias moest erbij zijn om zelf het gesprek bij te sturen. Het was wel fijn om eens echt te spreken met iemand anders dan Elias of Roxanne.
‘Het Sint-Lucas, dus … toevallig,‘ zei Denise met een lichtjes bedenkelijke blik.
Haar vreemde opmerking viel Thomas meteen op. Hoezo toevallig, vroeg hij zich af. Had zij daar ook les gevolgd, misschien? Tijd om het haar te vragen had hij niet, aangezien Denise plots een pijnlijk gezicht trok en naar haar buik greep.
‘Denise, gaat het wel?’
‘Ja, hoor. ’t Is niks. Gewoon even buikpijn, da’s alles.’
‘Denise alsjeblieft, je loopt nu al zeker twee weken duizelig rond en nu dit. Ben je eigenlijk al bij de dokter geweest?’
‘Dat is niet nodig,‘ protesteerde Denise kalm, ‘Ik slaap de laatste tijd gewoon slecht, vandaar de duizeligheid. En ik heb gisteren waarschijnlijk gewoon iets verkeerds gegeten. Echt waar, het is niks ergs.’
‘Sorry, maar daar geloof ik maar heel weinig van. Ik neem het hier wel van je over. Ga nu maar gewoon naar huis, rust even uit en zoek dan een dokter op. Beloof je me dat?’
Denise wist dat ze haar werkgever er niet van zou kunnen overtuigen dat haar niets scheelde. Dat kon ze zichzelf al nauwelijks wijsmaken. Ze had wel een vermoeden waarom ze zich zo ongezond voelde, maar die mogelijkheid sloot ze liever zoveel mogelijk uit. Met tegenzin gaf ze uiteindelijk toe, nam haar spullen en sloot de deur achter zich. Toen ze de lift instapte naar de benedenverdieping, moest ze plots hevig hoesten. Elke kuch bracht een uiterst onaangenaam, zelfs pijnlijk gevoel in de keel met zich mee. Denise keek geschrokken naar haar handen toen ze zag dat die gedrenkt waren in bloed dat ze zelf had opgehoest.

*****

‘Zouden onze spiegelbeelden geloven dat zij in de echte wereld leven en wij de weerkaatsing zijn, denk je?’
Charlotte wierp haar blik van de zijspiegel naar Michael die naast haar de auto bestuurde en wachtte op een antwoord terwijl ze met haar hand over haar hoogzwangere buik streelde. Aangezien Michael niet zomaar met Charlotte in de klas zat tijdens zijn laatste jaar van de middelbare school, maar ook nog eens een drietal jaar een relatie met haar had, wist hij ondertussen wel al dat zulke vragen altijd gemeend waren. Op dergelijke momenten kon hij zich soms afvragen waar hij aan begonnen was, om zich daarna te herinneren dat hij zijn vriendin veel minder voor de gek kon houden als ze wat intelligenter was.
‘Wie zegt dat dat niet zo is?’ plaagde hij, ‘Wie weet zijn wij ook de spiegelbeelden en denken wij gewoon dat we echt zijn. Heb je daar al ‘ns aan gedacht?’
Met grote ogen keek Charlotte opnieuw in de zijspiegel en bestudeerde haar spiegelbeeld – of haar echte beeld, afhankelijk van wat ze moest geloven. Ze dacht diep na over Michaels theorie en vond er een inconsequentie in.
‘Als wij de spiegelbeelden zijn, waarom kunnen we dan dingen voelen?’ argumenteerde ze, ‘Een spiegelbeeld kan niet weten hoe het voelt om iets aan te raken, te ruiken, te smaken of te horen. Wij kunnen dat wel.’
‘Of we denken dat we dat kunnen,‘ trok Michael haar argument in twijfel, ‘Denk eens na, wij zien ons onszelf constant van alles doen als we in de spiegel kijken zoals eten, ruiken en voelen en we zien daarbij ook dat die dingen een bepaalde reactie uitlokken. Daaruit kan je dus al afleiden dat er een bepaald gevoel moet worden opgewekt als je die dingen doet. Maar wat als wij als spiegelbeelden gewoon denken dat we dat allemaal zelf kunnen voelen? Wat als we onszelf gewoon wijsmaken dat we iets voelen omdat we onszelf in spiegel iets zien voelen?’
‘Wacht, want nu heb ik koppijn,‘ antwoordde Charlotte die duidelijk niet meer kon volgen.
Voldaan genoot Michael van de stilte terwijl zijn vriendin haar hoofd brak over zijn ter plaatse verzonnen theorie. Met gesloten ogen peinsde ze over een argument om de theorie te weerleggen, want ze wilde niet geloven dat zij gevangen zat in een spiegel en de Charlotte die ze elke morgen aankeek als ze haar tanden poetste de echte Charlotte was. ‘Pas op, u gaat te snel,‘ hoorde ze de gps waarschuwen. Ze kon de stem van het toestel alleen maar gelijk geven: Michael ging inderdaad veel te snel met zijn theorie om het allemaal goed te kunnen verwerken. Plots dacht ze het antwoord te hebben gevonden.
‘Erika!’ riep ze zelfverzekerd uit.
Michael rolde even met zijn ogen.
‘Schat, ik heb het je al gezegd: het is eureka.’
‘Whatever,‘ zuchtte Charlotte, ‘Je theorie klopt niet. Daarnet heb ik met mijn ogen toe de gps gehoord. Als wij in de spiegelwereld zouden leven, zou ik dat niet hebben kunnen horen, want ik had helemaal geen spiegel om in te kijken dus kon ik ook niet zien dat mijn spiegelbeeld iets gehoord had. Ik heb dat dus zonder invloed van buitenaf waargenomen. Besluit: wij zijn echt, onze spiegelbeelden niet.’
Schijnbaar onder de indruk keek Michael zijn vriendin aan.
‘Dat had je niet verwacht, hè?’ sprak Charlotte trots.
‘Nee, inderdaad niet. Heel goed gereflecteerd, schat.’
‘Heel goed ge-wat?’ vroeg de geblondeerde brunette vervolgens.
‘Niks, laat maar,‘ zuchtte Michael die zijn woordgrap zelf te geniaal vond om hem te verpesten door hem uit te leggen.
‘Vind jij het ook niet een beetje raar om zo ineens weer allemaal samen te komen?’ veranderde hij van onderwerp
Charlotte zag het probleem niet en keek haar vriend vragen aan.
‘Nee, helemaal niet. Da’s toch leuk, zo’n reünie?’
‘Ja, maar onze klas was nu niet bepaald superclose of zo, hè. En dan zijn er natuurlijk ook nog die laatste weken van ’t zesde die niet echt de plezantste waren …’
‘Misschien is het wel daarom dat Thomas ons allemaal heeft uitgenodigd: om erover te praten. Ik bedoel, wij hadden elkaar om over onze gevoelens rond dat hele gedoe met Vandenberghe te praten, maar dat hadden Thomas en Roxanne niet. Misschien is het eens nodig dat ze hun hart kunnen luchten over wat er zoveel jaar geleden gebeurd is.’
Michael dacht even na. Het gebeurde niet vaak dat Charlotte iets zei dat logisch klonk, maar als het gebeurde mocht dat ook gezegd worden.
‘Ja, daar zit wel wat in,‘ gaf hij toe, ‘Toch lijkt de dood van onze leerkracht die wij trouwens allemaal op ons geweten hebben niet zo’n gezellig gespreksonderwerp aan tafel.’
‘Beloof me gewoon dat je er niet zelf over begint. Ik wil vooral plezier maken vanavond.’
‘Ja, tuurlijk. Ik ook,‘ stelde Michael Charlotte gerust.
Hij bleef het toch vreemd vinden. Dertien jaar lang had Thomas erover kunnen praten met iemand van hen, en toch heeft het zo lang geduurd om contact op te nemen met zijn ex-klasgenoten. Had hij die doodslag dan nog altijd niet verwerkt? Michael snapte natuurlijk wel dat het een traumatische gebeurtenis was; hij heeft er soms ook nog nachtmerries van. Hij kon zich echter moeilijk voorstellen dat Thomas het nog steeds geen plaats had kunnen geven. Maar ja, het ging natuurlijk wel nog altijd over de duts van de klas die amper zijn mond durfde te openen als er hem iets gevraagd werd. Michaels gedachtegang werd onderbroken door een pijnkreet van Charlotte.
‘Charlotte, alles oké?’ vroeg hij bezorgd.
Met een pijnlijke blik pufte Charlotte zachtjes terwijl ze haar handen op haar buik hield.
‘Ja, niks … aan de hand,‘ zei ze met moeite, ‘Gewoon weer zo’n oefenwee … Dat gaat wel weer over.’
‘Kijk, ik ga het nog eens zeggen: we hadden beter een latere datum afgesproken voor die reünie. Wat als je straks aan de eettafel echte weeën krijgt?’
‘Dat … kan niet,‘ protesteerde Charlotte puffend, ‘de gynaecoloog heeft gezegd dat ons kindje … de achttiende zou geboren worden … dus we hebben nog zes dagen.’
‘Die datum is ook maar een schatting, hè schat! Het komt niet zo vaak voor dat baby’s geboren worden op de exacte dag die de gynaecoloog voorspeld heeft.’
‘Zeg Michael, die man heeft wel … gestudeerd, hè! Hij weet waarover hij spreekt … Je gaat nu toch niet aan een specialist twijfelen, zeker?’
De pijn was al aan het afnemen, dus kon Charlotte weer stilaan weer rustiger uit haar woorden komen.
‘Kijk, ’t is al bijna gedaan. Niks om je zorgen over te maken.’
‘En toch hadden we beter gewacht tot na de bevalling.’
‘Nee, want dit was de enige dag waarop wij allebei niks gepland hadden. Na de geboorte zullen we het trouwens veel te druk hebben met het doopfeest, de pers, mijn modellencarrière … Het zal hectisch worden. Dus laten we gewoon even genieten van de kalmte nu het nog kan.’
‘En toch hadden we beter gewacht tot na de bevalling,‘ viel Michael koppig in herhaling.
‘Kijk jij maar of je je niet ergens in de buurt kunt parkeren; we zijn er bijna.’
‘Tuurlijk kunnen we ons in de buurt parkeren. We zijn niet meer in Antwerpen, dus het is hier allemaal parking.’

Na zijn aanvraag om opnieuw te gaan werken en daarna ook zijn wekelijkse therapiesessie met Roxanne Peeters was Elias eindelijk thuisgekomen. Vanuit de woonkamer zag hij dat Thomas in de halfopen keuken druk bezig was met het eten voor zijn diner. Zo druk zelfs dat hij zijn man niet had horen binnenkomen.
‘Ook hallo,‘ zei Elias plagerig toen hij Thomas langs achteren vastnam.
‘Ah hey, ik had je helemaal niet horen thuiskomen,‘ antwoordde Thomas verrast.
‘Ja, duidelijk. Lukt het hier een beetje? Ga je hier zelfs op tijd klaar zijn? De gasten komen bijna.’
‘Ja hoor, ik ben hier bijna klaar. Ze mogen voor mijn part al aanbellen. Nu nog hopen dat het zal smaken.’
‘Als het eten even lekker is als de man die het gemaakt heeft, zal dat wel geen probleem zijn,‘ zei Elias grijnzend.
Thomas moest lachen, maar kon het niet laten om als natuurlijke reactie ook met zijn ogen te rollen.
‘Wauw, ik kan niet geloven dat die flirttechnieken van jou ooit op mij gewerkt hebben.’
‘Geef toe, ’t was een mooie!’ reageerde Elias.
Thomas keek even bedenkelijk en antwoordde doodserieus: ‘Hmmm, 7/10.’
‘Please, die was minstens een 8/10 waard!’ protesteerde zijn man.
‘Goed dan, 7,5/10. Meer geef ik je niet.’
Elias zuchtte.
‘Oké, soms moet je blij zijn met de kleine dingen in ’t leven,‘ gaf hij toe.
‘Dat is wat ik ook dacht toen ik de eerste keer met jou naar bed ging,‘ plaagde Thomas.
‘Excuseer?’ lachte Elias met opgetrokken wenkbrauwen vlak voor hij een natte schotelvod naar het gezicht van zijn echtgenoot gooide.
Toen de schotelvod vanzelf van Thomas’ gezicht viel, ving de thrillerschrijver hem op en legde hem terug op zijn plaats.
‘Grapje,‘ stelde hij Elias gerust voordat hij hem op de mond kuste als soort van verzoeningsverzoek.
‘En ik kan niet geloven dat ik het al zo lang uithou met jou en je slechte humor,‘ antwoordde Elias sarcastisch, ‘4/10.’
Thomas stak heel volwassen zijn tong uit en veranderde van onderwerp: ‘Hoe was het eigenlijk op je werk?’
‘Wel goed. Ik werk voorlopig parttime op kantoor en parttime thuis. Een alternatief was te duur, maar het zal me wel lukken. Ik werd wel direct aangesproken door de persoon die ik het minst graag weer wou zien.’
‘Linda?’ vermoedde Thomas
‘Linda,‘ bevestigde Elias dat vermoeden               .
Thomas gniffelde.
‘Deed ze weer lastig, misschien?’
‘Nee, niet echt,‘ gaf de journalist toe, ‘maar ze deed wel overdreven vriendelijk. Ik bedoel nóg meer overdreven dan anders. Ik hoop gewoon dat mijn collega’s die eerste weken niet allemaal gaan denken dat ze medelijden met mij moeten hebben of zo. Dat is zowat het laatste wat ik nu nodig heb.’
Thomas keek begripvol.
‘Als dat gebeurt, laat ze dan gewoon weten dat je liever normaal behandeld wordt,‘ raadde hij aan, ‘Wees gewoon eerlijk over hoe je je voelt, dat werkt altijd het beste.’
Elias gaf zijn man knikkend gelijk.
‘Goed, het wordt maar eens tijd dat onze Alexander en ik naar mijn moeder vertrekken, zeker? Je gasten kunnen elk moment toekomen.’
‘Je weet toch zeker dat je het niet erg vindt, hè?’
‘Tuurlijk niet! Mijn ma zal trouwens heel blij zijn om haar kleinzoon nog eens te zien. En mijn vader hopelijk ook, als hij Alexander nog herkent, tenminste … of mij.’
Thomas glimlachte flauwtjes en antwoordde: ‘Hij gaat echt snel achteruit, hè?’
‘Toen mijn moeder hem vorige week even alleen liet in het park bleef hij maar lolly’s kopen voor een jongetje dat hij niet kende omdat hij dacht dat ik het was. Toen mijn moeder terugkwam heeft ze met veel moeite de moeder van die jongen moeten overtuigen dat mijn pa geen kinderlokker was, maar gewoon heel verstrooid.’ Elias schudde lachend het hoofd. ‘Dementie is zo’n rare ziekte.’
‘Doe hem alleszins de groeten van me,‘ zei Thomas mededogend.
Elias glimlachte. Meteen daarna ging hij de kinderkamer binnen om Alexander uit zijn wieg te halen, keerde met zijn zoontje in zijn armen terug naar de keuken en liet Thomas even afscheid nemen. Toen Elias zijn koffer had genomen stapte hij naar de voordeur en hoorde onderweg daarnaartoe dat er werd aangebeld.
‘Zijn die niet te vroeg?’ vroeg Elias terwijl hij naar het uur keek.
‘Ja, een beetje. Maar ja, laat ze nu maar binnen. We gaan ze geen tien minuten aan de deur laten staan, hè. Ik ben hier toch klaar.’
Na die woorden opende Elias de deur en keek verbluft naar het bekende koppel dat vlak voor zijn neus stond.
‘Thomas?’ vroeg Charlotte verbaasd, ‘Wauw, jij bent veranderd! Was jouw haar vroeger niet veel donkerder?’
Elias stond nog te versteld om iets zinvols uit te brengen en bleef gewoon voor zich uit staren.
‘Dat is Thomas toch helemaal niet, Charlotte,‘ zuchtte Michael, ‘Da’s waarschijnlijk de babysitter of zo.’
‘Euh, eigenlijk ben ik zijn echtgenoot,‘ antwoordde Elias die plots zijn spraakvermogen had teruggevonden door de lichte belediging, ‘Thomas staat in de keuken. Hij zal zo dadelijk wel naar hier komen.’
Zonder zijn excuses aan te bieden voor wat hij net gezegd had – ja, zo tactloos was hij wel gebleven – stapte Michael door de voordeur het penthouse binnen naar de keuken. Charlotte volgde. Nog voor hij de keuken bereikt had, kwam Thomas al tevoorschijn om zijn ex-klasgenoten te begroeten. Charlotte was hem echter voor.
‘Thomas! Oké, nu zie ik wel dat jij het echt bent, maar je bent toch ook een stuk veranderd, hoor! Je babyface is weg!’
Thomas glimlachte ietwat ongemakkelijk.
‘Tja, ’t was te hopen dat ik er op mijn 29ste al iets volwassener zou uitzien, hè! Jullie zien er trouwens ook heel goed uit! Jij straalt vooral, Charlotte. Maar dat is ook wel logisch zeker?’
Thomas knikte naar Charlottes zwangere buik om zijn vermoeden nader te verklaren.
‘Wanneer ben je uitgerekend?’ vroeg hij vervolgens.
‘Nog zes dagen,‘ antwoordde ze zelfverzekerd.
Door haar eigenaardig specifieke antwoord wierp Thomas een vragende blik naar Michael, die de verwarring begreep en meteen uitleg gaf: ‘Onze gynaecoloog heeft haar bevalling tegen de achttiende geschat en zij gelooft dat ons kind niet vroeger of laten kan geboren worden.’
‘Charlotte, je beseft toch wel dat dat maar een schatting is, hè?’ antwoordde Thomas, ‘Het staat helemaal niet vast dat je op die specifieke dag zal bevallen.’
‘Probeer haar dat maar eens duidelijk te maken,‘ reageerde Michael.
Charlotte zuchtte vermoeid en zei: ‘Jullie venten denken toch altijd dat jullie het beter weten dan een ander, hè! Mijn gynaecoloog heeft de achttiende gezegd, dus zal het wel de achttiende worden, zeker? Hij heeft ervoor gestudeerd, jullie niet.’
‘Oké, als jij het zegt,‘ antwoordde Thomas om een hevigere discussie te vermijden.
‘Zeg Thomas,‘ onderbrak Elias het gesprek, ‘dat zijn voetbalster Michael De Rijke en topmodel Charlotte Delvaux.’
‘Ja, dus?’ vroeg Thomas die blijkbaar niet inzag wat daar zo speciaal aan was.
‘Je hebt me nooit verteld dat hét celebritykoppel van Vlaanderen bij jou in de klas heeft gezeten!’
‘Tja, dat leek me niet zo belangrijk. Ik bedoel, toen wij elkaar leerden kennen was het contact met mijn klasgenoten eigenlijk zo goed als volledig verwaterd.’
‘Dan nog! Je weet dat ik een supergrote fan ben van Michael. Jessica en ik keken altijd naar het voetbal als hij speelde.’
‘We hebben afgesproken dat we die naam niet meer zouden uitspreken,’ beet Thomas zijn man verontwaardigd toe, waarna Elias zich verontschuldigde.
‘Wie is Jessica?’ vroeg Michael op zijn typisch tactloze manier.
‘Mijn ex,’ antwoordde Elias, ‘maar om persoonlijke redenen praten we inderdaad niet over haar.’
‘Ho, maar wacht even,’ onderbrak Charlotte hen peinzend, ‘Dus Jes… ik bedoel Je-Weet-Wel-Wie is je ex.’
‘Klopt,’ bevestigde Elias.
‘En dat is een vrouw?’
‘Uhu.’
‘Maar nu ben je getrouwd met Thomas.’
‘Correct.’
‘Maar Thomas is een man.’
‘De laatste keer dat ik gecheckt heb toch wel, ja.’
‘Dus … je bent bi?’
‘Bingo.’
Michael keek zijn vriendin recht in de ogen aan.
‘Wauw schat, en dat heb je helemaal zelf achterhaald!’ zei hij sarcastisch, ‘Echt indrukwekkend.’
‘Dank je,’ antwoordde Charlotte oprecht trots, ‘ik heb zo mijn momenten.’
‘Wel, je lijkt het in ieder geval al beter te begrijpen dan veel andere mensen die mijn geaardheid kennen. Veel mensen geloven bijvoorbeeld dat biseksualiteit niet bestaat en dat ik gewoon nog half in de kast zit.’
‘Oh nee, hoor. Ik snap het volledig,’ verzekerde Charlotte hem, ‘Ik heb in een zatte bui ooit eens een andere vrouw gekust, dus ik begrijp echt helemaal waarover je het hebt.’
Alleen al door die opmerking wist Elias dat Charlotte eigenlijk totaal geen idee had van waarover hij het had. Nog voor hij er iets op kon zeggen, kwam Thomas met ovenbereide hapjes aangewandeld.
‘Iemand al een aperitief?’
Hongerig nam Michael meteen een hapje uit de schaal.
‘Pas wel op want ze komen juist uit de oven,’ waarschuwde Thomas, maar nog voor hij zijn zin afhad had Michael zijn tong al verbrand aan het warme aperitief.
‘Waarom zijn het toch altijd degenen van wie je het meeste houdt die je het meeste pijn doen?’ jammerde hij.
Elias en Thomas lachten even naar elkaar, waarna Elias opnieuw zijn koffer nam om samen met Alexander te vertrekken.
‘Gaat het wel lukken om al die trappen af te gaan met je bagage?’ vroeg Thomas.
‘Ja, ik red me wel. Zeg, veel plezier vanavond, allemaal. En Thomas, we hebben het er nog over dat je nooit verteld hebt dat je met twee bv’s in de klas zat! Goeienavond, iedereen!’
‘Dag Elias! Alexander is trouwens superschattig!’ zei Charlotte met een pruillip.
Elias lachte vriendelijk en sloot dan de deur achter zich.
‘Zeg, waarom neemt die niet gewoon de lift?’ wilde Michael weten.
‘Ja, hij heeft een liftenfobie,’ legde Thomas uit, ‘Waarom hij dan in een penthouse wou wonen is mij ook een raadsel. Hij zegt dat hij het uitzicht mooi vindt.’
‘Weet je wat ik raar vind aan liften?’ zei Charlotte uit het niets, ‘Dat ze altijd een knop hebben om naar de verdieping te gaan waar je bent ingestapt. Hallo, waarom zou ik naar de tweede verdieping willen gaan als ik al op de tweede verdieping ben? En zeggen ze over mij dat ik niet de verstandigste ben …’

*****

Ongeveer een kwartier later was Roxanne ook aangekomen. Zin in die reünie had ze zeker niet. In tegenstelling tot Charlotte en Michael wist zij namelijk dat deze avond niet met een vrolijke noot zou eindigen. Ze had dan ook heel hard getwijfeld om te komen, maar wilde ook weten wat Thomas’ bedoeling eigenlijk was. Wat zou hij bereiken door nog meer mensen te betrekken bij zijn misdaden? Roxanne was er hoe dan ook niet gerust in en wilde dat moment daarom zo lang mogelijk uitstellen. Ze had dan ook besloten om niet met Thomas te spreken tenzij het echt nodig was en zoveel mogelijk met Michael en Charlotte bij te praten. De gesprekken die ze met hen voerde gingen verrassend vlot. Heel even voelde het aan alsof er helemaal nooit iets ergs was gebeurd dertien jaar geleden en dat dit echt een doodgewone klasreünie was zonder bijbedoelingen. Zowat elke keer dat Charlotte haar mond opende en haar gebrek aan intelligentie liet merken, herinnerde Roxanne zich weer waarom ze nooit contact had gehouden met haar. Het was wel leuk om opnieuw iemand te hebben waartegen ze zo sarcastisch kon zijn als ze maar kon, zonder dat die persoon het zelf doorhad. Niet dat een normaal gesprek onmogelijk was. Zo hadden ze de meest voor de hand liggende onderwerpen al besproken: ‘Hoe gaat het? Wat heb ik je gemist, ook al heb ik nooit de moeite genomen om je eens te sms’en na onze proclamatie! Wat doe je nu eigenlijk voor de kost? Nogmaals, ik heb je zo hard gemist! We moeten echt eens afspreken … of toch beloven dat we nog eens zullen afspreken om elkaar dan toch nooit meer te zien!’ Je kent het wel, die typische gesprekken als je elkaar al dertien jaar lang niet meer gezien hebt en het onderwerp probeert te vermijden over die ene keer dat je per ongeluk allemaal samen iemand hebt gedood en ermee bent weggekomen. Ja, aan dat gespreksonderwerp zat iedereen wel te denken, maar niemand waagde het om de relatief ontspannen sfeer te bederven door het over die traumatische gebeurtenis te hebben. In plaats daarvan ging het dan maar over banaliteiten als relaties.
‘Hoe zijn jullie eigenlijk bij elkaar terechtgekomen?’ vroeg Roxanne aan Michael en Charlotte, ‘Want ik moet wel zeggen dat ik me jullie nooit samen had kunnen voorstellen toen wij nog allemaal op school zaten.’
‘Volgens de boekjes zijn we high school lovers die het niet wouden toegeven dat we elkaar zagen zitten en jaren later elkaar door het lot hebben teruggevonden,’ antwoordde Michael terwijl hij het melige verhaal bekrachtigde met een passend kokhalzend gebaar, ‘Maar dat kunnen we jullie natuurlijk moeilijk wijsmaken.’
‘Onze talentmanagers kenden elkaar en dachten dat een relatie tussen Michael en mij goed zou zijn voor onze reputatie,’ vulde Charlotte aan, ‘Toen ze erachter kwamen dat wij nog in dezelfde klas hadden gezeten, waren ze al helemaal enthousiast. Alles was door hen geregeld: het achtergrondverhaal, onze eerste date in het openbaar, wanneer we de relatie mochten bekendmaken, zelfs wanneer en hoe we het zouden uitmaken.’
‘Romantisch,’ zeiden Roxanne en Thomas in koor.
‘Tja,’ antwoordde Michael, ’wij waren eerst ook helemaal geen fan van het plan, maar door ons contract hadden we niet veel keus. Maar toen we uiteindelijk al zo lang deden alsof we een relatie hadden, begonnen we ook echt gevoelens voor elkaar te krijgen.’
‘En nu zijn we al drie jaar samen,’ rondde Charlotte het verhaal trots af terwijl ze haar vriend vastpakte.
‘En ’t is duidelijk serieus,’ verwees Thomas naar Charlottes zwangerschap, ‘Heb je al een naam? Als we die al mogen weten, natuurlijk. Ik beloof dat ik niks aan de pers verklap.’
‘Als het maar niet iets is als Shenaya of zo,’ grapte Roxanne wier opmerking toch op z’n minst een beetje oprecht was.
Michael en Charlotte moesten beiden lachen.
‘Shenaya?’ proestte Michael uit, ‘Waarom zouden we dat nu doen?’
‘Ja, alsjeblieft Roxanne!’ schaterde Charlotte op haar beurt, ‘Het wordt een jongen dus waarom zouden we hem dan Shenaya noemen? Nee nee, we gaan voor Kenji.’
Die naam is nog erger, dacht Roxanne in zichzelf terwijl ze haar wenkbrauwen optrok. Ze wilde er echter niet verder op ingaan. Als zij hun kind zo’n gedrocht van een naam wilden geven, was dat hun zaak.
‘Hoe zit het eigenlijk met jou, Roxanne?’ vroeg Charlotte, ‘Heb jij geen partner?’
‘Nope,’ antwoordde de psychologe droog.
‘Je hebt toch ooit wel al iemand gehad?’ veronderstelde Michael.
‘Ik heb nooit behoefte gehad aan een relatie. Niet op romantisch vlak en ook niet op seksueel vlak,’ legde Roxanne haar aseksualiteit uit.
‘Ach, je hebt gewoon de ware nog niet gevonden,’ probeerde Charlotte een verklaring te vinden voor de geaardheid waar ze nog nooit van gehoord had.
Roxanne gniffelde. Dat was de reactie die ze het vaakst kreeg. Het was nochtans niet zo ingewikkeld: Roxanne kon gewoon geen romantische of seksuele gevoelens krijgen voor iemand. Zo was ze nog nooit verliefd geweest of ze had ze zich nooit seksueel aangetrokken gevoeld tot een persoon. Ze vond ook niet dat ze daardoor iets miste. Als ze moest afgaan van wat haar patiënten haar vertelden, brachten relaties niets meer dan ellende met zich mee. Misschien kon het voor een aantal mensen wél werken, maar voor veel anderen niet. Voor haar dus ook niet, wist ze.
‘Heb je dan nooit het gevoel dat je iets ontbreekt?’ wilde Michael weten, ‘Ik bedoel, kan je dan wel nog positief door het leven gaan als je altijd alleen wakker wordt?’
‘Zo positief als de hiv-test van een onverantwoordelijke prostituee,’ antwoordde Roxanne gevat.
Nog voor de anderen verdere vragen konden stellen werd er aangebeld.
‘Aha,’ reageerde Thomas op de deurbel, ‘dat zal onze laatste gast zijn.’
Terwijl de gastheer zich naar de deur begaf keken Michael en Charlotte elkaar vragend aan. Alle klasgenoten waren er toch al? Waarom had Thomas dan nog iemand uitgenodigd? En vooral wie?
‘Ik zou kunnen zeggen dat het mij spijt dat ik zo laat ben, maar dat is niet zo. Ik heb zelfs nog hard getwijfeld of ik wel wou komen,’ zei de laatkomer sarcastisch.
Toen hij zijn oud-leraar Daniël De Coninck in het deurgat zag staan, werd Michael wantrouwig.
‘Wat doet hij hier?’ vroeg de profvoetballer onrustig, ‘Ik dacht dat dit een gewone klasreünie was, geen samenkomst van doodslagplegers!’
‘Michael, alsjeblieft! Je had beloofd dat je er niet over zou beginnen!’ zei Charlotte geërgerd.
‘Komaan, schat! Waarom moet toevallig iedereen die iets met Vandenberghe zijn dood te maken heeft hier vanavond zijn? Dat klopt gewoon niet!’
Roxanne en Daniël bleven ongemakkelijk stil, terwijl Michael en Charlotte hun gastheer vragend aankeken, wachtend op een verklaring.
‘Ik snap dat dit misschien raar aanvoelt, maar er is iets dat ik graag met iedereen hier zou willen bespreken,’ antwoordde Thomas, ‘Maar ik stel voor dat we dat aan tafel doen en als iedereen gekalmeerd is. Zullen we?’
Met tegenzin en zonder veel vertrouwen volgde Michael de gastheer naar de gedekte eettafel, terwijl de rest van de groep achter hem volgde. Toen iedereen zonder een woord te zeggen had plaatsgenomen aan tafel, bood Thomas zijn gasten een glaasje wijn aan, en voor de zwangere Charlotte had hij iets alcoholvrijs voorzien. Toen hij Roxannes glas wilde inschenken, vroeg ze of zij ook kon krijgen wat hij Charlotte gegeven had.
‘Roxanne, voel jij je wel goed?’ vroeg Thomas in een poging om de gespannen sfeer wat te bedaren.
‘Tuurlijk voel ik me goed,’ antwoordde Roxanne geïrriteerd, ‘Ik drink gewoon geen alcohol meer.’
‘Wauw, waar gaan we dat schrijven!’ grapte Charlotte in eenzelfde poging om de sfeer wat minder ongemakkelijk te maken, ‘Jij was nochtans degene die straalbezopen een speech gaf op de proclamatie en zei dat z-‘
‘Dat ik liever met een hond met herpes zou muilen dan dat ik ooit nog een voet zou binnenzetten in die school, jaja,’ onderbrak Roxanne haar, ‘Ik was er zelf ook bij, hoor.’
Vroeger ging Roxanne inderdaad wat roekelozer om met alcohol, maar sinds ze ondervonden had welke desastreuze gevolgen overmatig alcoholgebruik kon hebben, besloot ze nooit nog een druppel aan te raken. Ze was dus niet zozeer gestopt uit principe, maar veel eerder uit angst. Niet dat ze dát ooit aan iemand vertelde; daarvoor was ze te trots. Maar ze bleef wel altijd trouw aan haar alcoholvrije levensstijl. Jammer genoeg kon niet iedereen dat altijd even goed begrijpen.
‘Toe Roxanne, één glas kan echt geen kwaad, hoor,’ drong Thomas voor een laatste keer aan.
‘Ik wil het niet, oké? Wat verstaan jullie daar godverdomme niet aan?’ schreeuwde Roxanne woedend uit.
Nu durfde al helemaal niemand nog iets te zeggen. Roxanne zuchtte diep.
‘Goed, nu de sfeer officieel volledig verpest is kan je hun evengoed vertellen waarom we hier zijn,’ spoorde ze Thomas aan om zijn reden voor de reünie uit te leggen.
Charlotte en vooral Michael keken Thomas vragend en afwachtend aan. De gastheer kuchte even om zogenaamd zijn keel vrij te maken – feitelijk was het een subtiele dramatische toets om zijn semivoorbereide speech voor te dragen – en begon schijnbaar bescheiden aan zijn monoloog.
‘Goh, ik weet niet zo goed hoe ik hieraan moet beginnen. Wel, euh … Jullie weten misschien wel dat ik boeken schr-‘
Thomas werd onderbroken door een plots gekreun van Charlotte. Roxanne sprong spontaan recht toen ze het model met een pijnlijk gezicht zag puffen.
‘Charlotte, alles oké?’ vroeg Roxanne bezorgd.
‘Jaja, ’t is niks …’ sprak Charlotte met moeite uit, ‘Gewoon een … oefenwee … dat gaat wel over …’
‘Ze heeft dat de laatste tijd wel vaker. ’t Is inderdaad niks om je zorgen over te maken,’ verzekerde Michael, ‘Volgens de dokter zullen we het wel merken als het menens is.’
‘Oké, dus waar was ik?’ ging Thomas ongestoord verder.
‘Jesus Christ, ik zeg het wel!’ onderbrak Daniël hem, ‘Jij zou er toch veel te veel plezier aan beleven door over je daden op te scheppen!’
Verward keken Michael en de puffende Charlotte hun oud-leraar aan die niet aarzelde om het koppel eindelijk op de hoogte te brengen.
‘Charlotte, Michael, hebben jullie ooit een van Thomas zijn boeken gelezen?’
‘Misschien ooit eens de kaft,’ antwoordde Michael.
‘Zie ik eruit … alsof ik lees?’ pufte Charlotte.
Touché, dacht Daniël terwijl hij een diepe zucht slaakte.
‘Hoe dan ook, die boeken gaan allemaal over moorden. Waargebeurde moorden. Moorden die Thomas Maes hier zélf heeft gepleegd.’
Michael fronste ongelovig en dacht dat Daniël een grap maakte.
‘Ik moet eigenlijk iets bekennen,’ reageerde de voetballer, ‘Ik ben ook moordend … Moordend aantrekkelijk!’
Enthousiast probeerde Michael zijn oud-leraar een vuistje te geven, maar dat vuistje sloeg Daniël meteen weg.
‘Ik ben serieus, Michael,’ riep hij ernstig, ‘Jullie oude klasgenoot is een wrede, manipulatieve, smerige seriemoordenaar. Hij heeft zelfs zijn eigen moeder en nonkel vermoord.’
De ernst in Daniëls stem bracht Michael serieus aan het twijfelen. Snel keek hij naar Roxanne om te zien hoe zij reageerde.
‘Het is waar,’ bevestigde zij Daniëls verhaal.
‘Surprise!’ zei Thomas grijnzend toen Michaels blik de zijne ontmoette.
Michael was totaal in de war.
‘M-maar … hoe zouden jullie dat dan moeten weten?’ vroeg hij aan Daniël en Roxanne.
‘Thomas is een patiënt van mij,’ antwoordde Roxanne, ‘Toen hij mij had verteld wat hij allemaal gedaan had, leek hij mij een bedreiging voor ons en ons geheim. Ik heb dan Daniël om hulp gevraagd.’
‘Wat ik echt niet apprecieer, Roxanne,’ reageerde Thomas, ‘Ik vind het echt onprofessioneel van je dat je het beroepsgeheim geschonden hebt, zeker na twee weken al. Ik voel me dan ook genoodzaakt om onze therapie stop te zetten.’
‘Gast, ik wou je van het begin al niet behandelen! Jij hebt me gewoon gechanteerd om je goesting te krijgen!’ beet ze hem toe.
Charlotte kreeg nog steeds oefenweeën en kon de conversatie daardoor amper volgen. Michael was echter nog volledig bij de pinken en leidde dus grotendeels het gesprek.
‘W-waarom zou je ons dan allemaal uitnodigen en bekennen dat je mensen vermoordt? Welk voordeel zou je daar nu in godsnaam kunnen uithalen?’
Dat was een vraag waarop Daniël en Roxanne het antwoord ook wel wilden weten. Iedereen – behalve dan Charlotte, want die was nog altijd te druk bezig met puffen en krijsen – wendde zich tot de moordenaar en wachtte zijn uitleg af.
‘Ik haal hier zeker voordeel uit,’ verklaarde Thomas, ‘Zie je, ik dacht tot nu toe altijd dat ik maar beter alleen moest werken om zo risicoloos mogelijk te werk te gaan. Maar nu ik eraan denk zou het veel beter zijn om een heel team achter me te hebben. Jullie gaan mij helpen om mensen die het verdienen uit te schakelen. Net als we bij Vandenberghe gedaan hebben.’
‘Jij bent gestoord!’ riep Daniël verontwaardigd.
‘Vandenberghe was een ongeluk! We wouden hem alleen maar dronken voeren. We wisten niet dat hij achteraf dood zou vallen!’ argumenteerde Michael.
‘Hij was trouwens niet gestorven door de methanol, maar aan de hartaanval die hij achteraf kreeg. Die methanol had hij praktisch helemaal uitgespuwd,’ vulde Roxanne vurig aan.
‘Wat of hoe het gebeurd is maakt toch helemaal niet uit,’ reageerde Thomas, ‘Het punt is dat het is gebeurd. En we hebben er allemaal belang bij dat het geheim blijft, want hoe je ’t ook draait of keert, we hebben een misdaad gepleegd die ons hele leven kan verkloten als ze uitkomt. Als mijn moorden ooit uitkomen, zullen de flikken sowieso ook bij Vandenberghe terechtkomen en dan hangen we allemaal. Het is voor jullie dus even belangrijk dat ik niet word ontdekt als voor mij.’
Op Charlottes gepuf na bleef het muisstil. Je zou toch denken dat iedereen het stilaan zou moeten doorhebben dat dat geen oefenweeën meer konden zijn, maar gezien de omstandigheden was het misschien wel logisch dat niemand echt gefocust was of helder kon nadenken.
‘Jullie kunnen er natuurlijk voor kiezen om me niet te helpen,’ ging Thomas verder, ‘en dan heb je twee keuzes: ofwel zeg je niets tegen de politie, maar dan blijft het risico dat ik word gepakt even groot en zal ook uitkomen dat je mij nooit hebt aangegeven, terwijl je wel wist dat ik een seriemoordenaar was. En aangezien ik je net heb ontslagen als mijn therapeute, Roxanne, kan je niet meer schuilen achter het beroepsgeheim voor de moorden die ik nog ga plegen. Ofwel stap je toch naar de politie, maar voor je de tijd hebt gehad om dat te doen zal ik je al vermoord hebben.’
Na die woorden sprong Michael agressief recht, nam een mes van de tafel en duwde het dreigend tegen de keel aan van Thomas.
‘Durf één vinger uit te steken naar mij of mijn gezin en ik maak je kapot!’ snauwde hij woest.
Thomas leek helemaal niet onder de indruk van Michael en zijn poging tot intimidatie.
‘Jongen toch, het is duidelijk dat jij nog een amateur bent,’ zei de moordenaar koud, ‘Om te beginnen is dat mes veel te bot om mij fataal te kunnen verwonden. Je zal er mij wel een paar snijwonden mee kunnen geven, maar me echt de keel oversnijden gaat je daarmee niet lukken. Op de keukentafel achter mij ligt een veel groter mes dat je had kunnen nemen. Observeer altijd eerst je omgeving; dat is heel belangrijk. En dan zwijg ik nog over je houding. Ik overdrijf nu echt niet, hè, maar zoals je nu staat kan ik in drie snelle bewegingen je rug op twee verschillende plaatsen breken. Zelfs met dat mes op mijn keel gericht. Je zou nog veel van me kunnen leren als je op mijn voorstel zou ingaan.’
Als Michaels ogen kogels waren, zou hij die niet op Thomas hebben afgevuurd. Dat zou immers een te gemakkelijke dood zijn. Niet dat hij zijn ex-klasgenoot echt iets zou aandoen; daarvoor was Michael te menselijk. Maar soms kon het deugd doen om gewoon eens te fantaseren over hoe je je grootste vijand met je blote handen vermoordt.
‘Jij godverdomse klootz-‘
Michaels belediging werd onderbroken door een oorverdovende kreet van Charlotte. Iedereen keek haar bezorgd aan en begon eindelijk in te zien dat ze wel degelijk aan het bevallen was.
‘Shit, Charlotte!’ riep Roxanne terwijl ze naar haar toerende, ‘Michael, ze moet nu naar het ziekenhuis!’
‘N-nee … Da’s te vroeg!’ protesteerde Charlotte uiterst moeizaam, ‘Het … gaat wel … o-over.’
Opnieuw volgde een hels geschreeuw.
Michael wilde nog vlug duidelijk maken waar het op stond: ‘Wees hier maar zeker van, Maes: ik ga nog liever dood dan dat ik ooit nog iets met jou te maken heb.’
‘Voorzichtig met je woorden, Michael. Dat zou nog eens lelijk kunnen aflopen,’ waarschuwde Thomas.
‘Fuck off,’ sprak Michael voor hij samen met Daniël en Roxanne zijn vriendin naar de lift hielp en Thomas alleen in het penthouse achterliet.

De weg naar het ziekenhuis was één grote chaos. Opgejaagd door de dringende bevalling haastte iedereen zich in zijn eigen auto naar de kliniek. Het getier en gescheld van Charlotte hielpen Thomas niet echt om zich te kunnen concentreren op het verkeer, maar gelukkig was er op dit uur van de avond praktisch geen kat op de weg. Bij elk rood licht, elk stopbord en elke snelheidslimiet die hij negeerde dacht hij bij zichzelf: ‘Dat was illegaal, maar dat geeft niet.’ Na de bekentenis van Thomas stelden zulke verkeersovertredingen trouwens niets meer voor. Michael had ook een geldige reden om de snelheidsduivel uit te hangen. Als de politie hem zou tegenhouden, zouden die agenten het wel begrijpen, dacht hij. Na een zevental minuten ongehinderd als een gek te hebben gereden kwamen ze eindelijk aan in het ziekenhuis. Daar werd Charlotte meteen in een rolstoel gezet en vervolgens naar de kraamafdeling gebracht. Het getier van Charlotte had die hele tijd niet opgehouden en werd er zeker niet beter op toen op het ziekenhuisbed de bevalling echt van start ging. Daniël vond het niet gepast dat hij erbij was, dus beef hij buiten de kamer wachten. Terwijl Roxanne de toekomstige moeder effectief moed insprak, bleef Michael wat klungelig aan de kant staan. Dat viel helemaal niet in de smaak bij Charlotte die sowieso al helemaal over haar toeren was.
‘Als je jezelf niet nuttig kunt maken ga dan weg!’ schreeuwde ze het uit van de pijn.
Michael begreep het niet.
‘Maar schat, ik…’
‘Weg!’ herhaalde Charlotte tierend.
Roxanne gebaarde dat Michael het niet persoonlijk moest opvatten en na even aarzelen verliet de toekomstige vader dan toch de kamer. Op de gang vergezelde hij Daniël en legde uit dat Charlotte hem daar om de een of andere reden niet wilde. Ook Daniël stelde hem gerust en zei dat hij het niet persoonlijk moest opvatten. Een bevalling bracht sowieso al zorgen met zich mee, wist Michael, maar door wat hij die avond te weten was gekomen over Thomas waren die zorgen wel opeens een stuk groter.
‘Wat als hij onze Kenji iets aandoet?’ vroeg hij wanhopig.
‘Ssssh, niet zo luid. Dat zal niet gebeuren, maak je geen zorgen.’
‘Hoe zou jij dat nu moeten weten?’
Michaels vraag klonk eerder als een verwijt dan iets anders. Daniël stelde voor om hun gesprek op een andere verdieping voort te zetten, waar er minder volk was. Toen Michael en Daniël zich naar de wachtzaal op de derde verdieping hadden verplaatst, keek Daniël even rond om te controleren of er inderdaad niemand aanwezig was. Toen de kust veilig leek te zijn, stelde hij zijn oud-leerling gerust.
‘Er gaat je helemaal niks gebeuren, hoor je me? Jij, Charlotte en Kenji zijn veilig. Als hij ons echt iets wou aandoen, had hij dat al lang gedaan.’
‘Dat weet je niet,’ sprak Michael hem tegen, ‘Hij is zo onvoorspelbaar en zo … onverschillig. Ik bedoel, ik heb soms nog altijd nachtmerries over wat wij Vandenberghe hebben aang-‘
‘Dat is verleden tijd, Michael,’ onderbrak Daniël hem, ‘Spreek die naam trouwens niet meer uit. Dat is alleen maar riskant. Zet je erover heen. Dat ongeluk is al dertien jaar geleden gebeurd. Het is tijd om het los te laten.’
‘Hoe kan dat nu? Je moet toch wel heel verknipt zijn om zoiets volledig te kunnen loslaten.’
Daniël zuchtte.
‘Tja, dat ga ik niet ontkennen. Maar je mag jezelf niet de schuld geven voor wat er gebeurd is. Niemand had de bedoeling om die man iets aan te doen. Het is gewoon heel verkeerd afgelopen.’
Michael knikte. Het had inderdaad geen zin om zichzelf de schuld te geven van dat hele voorval. Als er iemand schuld had, dan waren het alle betrokkenen, en niet enkel hij. Maar Michael besefte ook wel dan inderdaad niemand had gewild dat Vandenberghe stierf … op Thomas na dan, maar dat wisten enkel Roxanne en Thomas zelf. Het klonk ook wel logisch wat Daniël had gezegd over hun veiligheid: Thomas had al dertien jaar lang de tijd gehad om hen te doden als hij dat had gewild, dus had het geen zin om nu nog voor hun leven te vrezen. Ze waren veilig. Of het was gewoon geruststellend om te denken dat ze veilig waren. De enige die kon bepalen hoe veilig iedereen was, was uiteraard Thomas zelf. Maar dat was iets waar Michael zich nu niet op wilde focussen. Hij stond verdorie op het punt om vader te worden! Hij nodigde Daniël uit om terug naar beneden te gaan en te wachten tot Charlotte hem weer binnen wilde laten. Achter de koffieautomaat op de derde verdieping zat Denise te verwerken wat ze de twee onbekende mannen net had horen zeggen. Ze was naar het ziekenhuis gekomen voor haar snel achteruitgaande medische toestand, maar was meer te weten gekomen dan waarvoor ze oorspronkelijk gekomen was. ‘Vandenberghe … iets aangedaan … dertien jaar geleden …’ Ze moest al die informatie eerst even laten bezinken voor ze kon uitdokteren wat ze ermee zou doen.

Wordt vervolgd …

Lees het volgende hoofdstuk hier.

Advertisements

2 thoughts on “Het geweten van een moordenaar – hoofdstuk 4

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s