Het geweten van een moordenaar – hoofdstuk 3

Lees het vorige hoofdstuk hier.

Hoofdstuk 3: Psycho-analyse

‘Je blijft aanzienlijke vorderingen maken, Elias. Je mag echt trots zijn op de vooruitgang die je de afgelopen weken geboekt hebt, want dat ben ik ook.’
Roxanne Peeters glimlachte moedgevend naar haar patiënt. Het deed Elias oprecht deugd te horen dat nu ook zijn psychologe ervan overtuigd was dat hij het beter stelde. Wellicht betekende haar optimistische vaststelling dan ook dat hij een positieve reactie zou krijgen op zijn volgende bekendmaking, dacht hij terwijl hij zich klaarmaakte om ook Roxanne op de hoogte te brengen van zijn plannen.
‘Ik voel me inderdaad elke dag weer beter, mevrouw Peeters. Ik denk er dan ook aan om opnieuw aan het werk te gaan, parttime.’
‘Een parttimejob  kan inderdaad een eerste stap zijn naar je normale dagelijkse routine en een succesvolle manier om je gedachten te verzetten,’ sprak Roxanne bevestigend voor ze haar zin afmaakte met een tegenstelling, ‘maar zolang je nog aan die pillen zit kan ik je het alleen maar afraden om opnieuw te beginnen werken.’
Met een emotieloos gezicht probeerde Elias zijn ontevredenheid te onderdrukken.
‘Ik ben gestopt met de pillen,’ loog hij vervolgens.
Roxanne keek even verrast op.
‘Zomaar, van de ene dag op de andere?’
‘Ik heb ingezien dat ze inderdaad niet goed voor me zijn en mijn herstel in de weg staan. Sinds onze vorige sessie ben ik langzaam beginnen af te bouwen. Mijn laatste potje is nu leeg en de doktersvoorschriften heb ik weggegooid, waardoor ik niet meer aan nieuwe kan geraken.’
Elias’ psychologe fronste bedenkelijk en betwistte wat hij beweerde: ‘Van een verslaving raak je niet zomaar af, Elias. Je hebt vorige week nog bekend dat je maar net een nieuwe dosis pillen hebt gekocht. Die kan onmogelijk al op zijn want anders had je hier niet gezeten, maar in het ziekenhuis. Waarom lieg je tegen me?’
Elias beet zacht op zijn tong en vermeed tijdelijk oogcontact met zijn psychologe.
‘Sorry,’ verontschuldigde hij zich, ‘ik wil gewoon terug aan het werk.’
‘En uiteindelijk zal je daar ook klaar voor zijn, ’verzekerde Roxanne hem barmhartig, ‘maar dan moet je eerst je verslaving te boven komen. Waarom blijf je die pillen nemen, denk je?’
‘Omdat ik ze nodig heb,’ antwoordde Elias alsof dat voor zich sprak, ‘Het is door die pillen dat ik zo ver gekomen ben.’
‘Daar ben ik het niet mee eens,’ sprak Roxanne haar patiënt tegen, ‘Volgens mij heb je dat gevoel door het placebo-effect: er werd jou verzekerd dat de pillen je een goed gevoel zouden geven, dus ben je ook gaan geloven dat ze je gelukkiger maakten. Hoewel ze misschien in zekere mate geholpen hebben, mag je daarom de belangrijkste factor van je vooruitgang nog niet vergeten: jezelf. Jij hebt de beslissing genomen om hulp te zoeken, wat niet gemakkelijk is. Jij hebt je opengesteld om naar de mensen rondom je te luisteren en iets aan je depressie te doen. Zonder jouw wilskracht zou je nu nog altijd in je bed liggen, zonder enige motivatie om eruit te komen omdat alles nog zinloos zou lijken. Onderschat nooit hoeveel je zelf hebt bijgedragen tot je herstel. Dus in plaats van te vertrouwen op die pillen, raad ik je aan om vooral daaraan te denken, en aan de dingen rondom je die je écht gelukkig maken.’
Elias wendde zijn blik af van zijn therapeute en nam even de tijd om haar woorden te laten bezinken. In zijn hoofd mocht er dan wel van alles aan de gang zijn, maar hij deelde even niets van zijn gedachtegoed met Roxanne. Om de stilte te doorbreken stelde Roxanne nog een bijkomende vraag uit pure nieuwsgierigheid.
‘Weet je man dat je aan de pillen zit?’
Onbegrijpend bracht haar patiënt zijn blik terug naar Roxanne, waarna hij het hoofd schudde.
‘Waarom niet?’ vroeg de psychologe vervolgens.
Elias trok zijn schouders op en antwoordde: ‘Hij heeft al genoeg aan zijn hoofd. Ik wil hem niet nog meer tot last zijn. We beginnen nu eindelijk allebei onze draai terug te vinden, dus ik wil niet dat hij zou denken dat hij gefaald heeft omdat ik misschien toch niet helemaal ben genezen of zo. Daarvoor zie ik hem veel te graag.’
‘Nogmaals Elias, je hoeft jezelf helemaal niks kwalijk te nemen. Jouw depressie is niet jouw schuld en je bent ook al helemaal niemand tot last. Van een depressie herstellen kost tijd en de mensen begrijpen dat wel. Je bent er bijna. Als je me kunt bewijzen dat je ook zonder die pillen verder kunt, mag je voor mijn part terug aan het werk gaan; graag zelfs.’
Nog voor Elias kon reageren ging Roxannes timer af.
‘Ik vrees dat onze sessie er alweer op zit,’ informeerde Roxanne haar patiënt die zelf natuurlijk ook wel wist wat dat gepiep betekende. Zoals gewoonlijk bedankte Elias haar voor haar diensten en stond dan op om haar praktijk te verlaten. Eenmaal in de wachtkamer aangekomen kwam hij zijn neergezeten echtgenoot tegen. Ook Thomas had vandaag een afspraak met Roxanne Peeters. Omdat Elias zich enkele dagen geleden niet zo goed voelde, had hij Roxanne gevraagd zijn sessie uitzonderlijk te verplaatsen. Het resultaat daarvan was dat zijn sessie uitzonderlijk net voor die van zijn man plaatsvond. Toen Thomas zijn echtgenoot opmerkte, stond hij recht uit zijn stoel en stapte naar hem toe.
‘Hoe was ‘t?’ vroeg hij.
‘Wel oké,’ antwoordde Elias. Hij was niet van plan om Thomas te vertellen over hun psychologes raad om nog te wachten met werken. Hij wist immers zelf niet zeker of hij haar raad wel zou opvolgen, want hij was het echt beu constant tussen vier muren te moeten zitten. Hij had nood aan iets om zijn gedachten te verzetten, maar was tegelijkertijd ook niet van plan de pillen op te geven. Later zou hij nog wel de tijd hebben om zijn kop over dat dilemma te breken, dacht hij terwijl hij Thomas’ moed bewonderde.
‘Het is wat raar om je hier te zien, maar ik ben blij dat je hier toch staat. Ik ben echt trots op je.’
Met een glimlach beantwoordde Thomas de opmerking van zijn man. Die laatste was kennelijk nog niet uitgesproken toen hij zijn vleierijen voortzette.
‘Ik heb het de laatste tijd niet genoeg gezegd, maar ik ben echt bevoorrecht met jou als mijn man. Dank je.’
Gevleid en verrast tegelijkertijd trok Thomas zijn wenkbrauwen op.
‘Wauw, zo vrijgevig met complimenten vandaag?’
‘Van mevrouw Peeters moet ik focussen op de dingen rondom mij die me gelukkig maken,’ legde Elias uit.
‘Is dat zo?’ vroeg Thomas met een brede glimlach terwijl hij Elias vastpakte en dichter naar zich toe trok, ‘Zolang je maar weet dat jij me nóg veel gelukkiger maakt. Je betekent de wereld voor me.’
‘Als ik je niet zo graag zag zou ik nu echt een emmer nodig hebben om in te kotsen,’ plaagde Elias toen hij Thomas’ kleffe compliment bespotte. Zijn echtgenoot liet hem knikkend weten dat hij hoogstwaarschijnlijk hetzelfde zou doen in zijn plaats, waarna ze beiden in de lach schoten.
‘Vertel toch maar verder,’ zei Elias vervolgens, ‘Wat is er precies aan mij dat je gelukkig maakt?’
‘Wel, het feit dat je altijd het beste wilt voor een ander maakt je een gewoon een goed persoon. Ik hou van je zachte persoonlijkheid, je glimlach en de putjes in je wangen die daarbij verschijnen.’
Na dat laatste compliment kon Thomas ook onmiddellijk opnieuw die wangputjes van Elias aanschouwen.
‘Ik hou zelfs van je belachelijke gewoonte om nooit in een lift te stappen, hoeveel trappen je daarvoor ook moet oplopen.’
‘Ik heb je dat al duizend keer uitgelegd en ’t is echt niet zo abnormaal,’ verdedigde Elias zich, ‘Liften hebben zoveel nadelen: ze zijn klein, dus als er iemand naast je staat met een verschrikkelijke lijfgeur kan je niet even ergens anders gaan staan, zeker niet als de lift blokkeert. Een lift kan trouwens heel hoog gaan; wat als de kabels het dan begeven?’
‘Zoiets gebeurt toch helemaal niet,’ lachte Thomas, ‘Die dingen worden wel regelmatig gecheckt op hun veiligheid, hè.’
‘Beter voorkomen dan genezen, dat staat er geborduurd op het hoofdkussen van mijn grootmoeder.’
‘Maar hoe haal je het dan in je hoofd om met mij in een penthouse te gaan wonen? Je moet elke dag wel veertien verdiepingen naar omhoog.’
‘Dat heb ik je toch al gezegd: ik vind het uitzicht mooi. Trouwens, trappenlopen is goed voor de bilspieren.’
Goedkeurend liet Thomas zijn blik vallen op Elias’ strakke achterwerk en antwoordde: ‘Tja, daar mag ik inderdaad niet over klagen.’
‘Wat is dat met jou? Ben je homo of zo?’ spotte Elias vervolgens.
Na wederom een korte lachbui veranderde Elias het onderwerp: ‘Heb je Denise uitgelegd hoe onze nieuwe keukenrobot werkt?’
‘Ja, ze kon er heel snel mee overweg. Je hoeft je dus geen zorgen te maken: Alexander zal op tijd zijn fruitpapje krijgen.’
Elias knikte gerust.
‘Het is me opgevallen dat je nooit echt veel tegen Denise zegt,’ zei hij.
‘Je weet toch hoe moeilijk ik het heb om mensen te vertrouwen,’ verklaarde Thomas, ‘Ik ken haar ook nog niet zo lang.’
‘Ze werkt al drie jaar voor ons, schat,’ sprak Elias hem tegen, ‘Ze is dan ook nog eens de meter van ons kind. Probeer haar gewoon eens wat beter te leren kennen, ze zal dat op prijs stellen. Denise is echt een interessante vrouw, hoor.’
‘Goed, ik zal meer m’n best doen om een band te smeden met haar,’ gaf Thomas toe.
Heel kort daarna zwaaide de deur van Roxannes praktijk open, waarna de psychologe Thomas verzocht naar binnen te gaan.
‘Zie ik  je vanavond na je boeksignering?’ vroeg Elias aan zijn man.
‘Daar kan je op rekenen. Ik zal rond zes uur thuis zijn,’ verzekerde Thomas.
Nadat Elias hem gedag kuste, begroette Thomas Roxanne en stapte haar praktijk binnen. Toen ze beiden hadden plaatsgenomen vroeg Roxanne zoals gewoonlijk hoe haar patiënt het stelde. Welk antwoord ze ook kreeg, elke keer stelde ze de bijkomende vraag ‘En hoe komt dat?’ Op die manier liet ze degenen die antwoordden dat ze het goed stelden meteen focussen op de dingen die hen in die goede bui gebracht hadden. Als ze een negatief antwoord te horen kreeg, had ze al meteen een startpunt om haar patiënt verbale steun te kunnen bieden. Indien de patiënt zomaar zei dat hij het goed maakte terwijl dat eigenlijk niet zo was, kwam dat ook meteen aan het licht wanneer hij zijn humeur moest verklaren. Zo zou Roxanne alsnog een onderwerp hebben om op te focussen tijdens haar therapiesessie. Thomas antwoordde eerlijk dat hij zich nog niet optimaal voelde, maar dat het al beter ging dan vorige week.
‘De nachtmerries zijn er nog, maar ze zijn minder frequent en ook minder … expliciet.’
Zoals Roxanne zelf wel al verwacht had zouden ze het net als vorige week vooral over Thomas’ jeugdtrauma’s hebben. Dat was tenslotte ook de belangrijkste reden waarom hij aan de therapie begonnen was.
‘Thomas, vorige week heb je me verteld over het misbruik door je moeder toen je klein was. Ze zei dat je haar dat schuldig was, maar toen je op het punt stond dat uit te leggen was onze tijd al om. Zou je dat dan nu nader kunnen verklaren?’
‘Christa was alleen maar mijn biologische moeder,’ verbeterde Thomas haar,’ Dat is een belangrijke nuance. Ik heb nooit een echte moeder gehad.’
Begripvol verontschuldigde en verbeterde Roxanne zichzelf.
‘De dag van mijn geboorte was mijn vader op zijn werk,’ begon Thomas zijn levensverhaal, ‘Toen Christa weeën begon te krijgen, werd ze door Frank – je weet wel, haar broer die ik ook heb vermoord – naar het ziekenhuis gevoerd. Op het moment dat het nieuws mijn vader ter ore was gekomen, verliet hij meteen zijn werkpost en nam de auto richting het ziekenhuis. Een uur na mijn geboorte was hij nog altijd niet komen opdagen. Negenentwintig jaar geleden kon je elkaar natuurlijk nog niet sms’en, dus had Christa Frank gevraagd zelf naar het werk van mijn vader te gaan om hem op de hoogte te brengen. Voordat hij het ziekenhuis verliet, ging Frank nog even bij de receptie nagaan of mijn vader nog niet in het ziekenhuis geweest was. Na de naam gehoord te hebben, wist de receptioniste hem te zeggen dat hij wel degelijk in het ziekenhuis was, maar in de spoedafdeling. Onderweg naar het ziekenhuis was hij waarschijnlijk even niet helemaal helder door de opwinding en was zo tegen een boom gecrasht. Hij stierf een paar uur later. Christa heeft mij altijd verantwoordelijk gesteld voor wat mijn vader toen overkomen was: zonder mij was hij er nog altijd geweest. Ze gebruikte god dan als excuus om bij mij aan haar trekken te komen. God zou haar namelijk gezegd hebben dat aangezien ik de dood van mijn vader heb veroorzaakt, ik ook de taak van mijn vader moest overnemen om haar bevredigd te houden als ze zich eenzaam voelde.’
Gevoelens van gruwel en mededogen heersten doorheen Roxannes geest. Geen wonder dat haar patiënt geëindigd was als de man die hij nu was.
‘Komt het daardoor dat je religie zo hard haat?’ vroeg ze.
‘Onder andere.’
Normaal gezien kon Thomas het nooit laten zijn ongezouten kritische mening te verkondigen als het op geloof aankwam, maar daar stond zijn hoofd nu even niet naar. Daarover kon hij immers genoeg op andere momenten discussiëren zonder dat hij daarvoor hoefde te betalen. Terwijl Roxanne zijn antwoorden vlijtig neerpende veranderde hij niet bepaald subtiel het onderwerp om te praten over iets wat hij met anderen nooit eerder had kunnen bespreken.
‘Die blik ga ik nooit vergeten,’ sprak de seriemoordenaar met een glimlach, alsof hij een dierbare herinnering ophaalde. Roxanne keek nieuwsgierig op en vroeg waar hij het over had.
‘Toen ik Christa in die verlaten loods had vastgebonden en minutenlang had gemarteld, heb ik haar laten geloven dat er nog hoop was; dat ik haar misschien nog kon vergeven. Er verscheen een sprankeltje hoop in haar blik. Vlak daarna heb ik haar hand eraf gehakt. Het zal me altijd bijblijven hoe snel die hoop in haar ogen opnieuw plaatsmaakte voor leed en angst.’
Terwijl Thomas hartstochtelijk over een van zijn vele misdaden bleef doorratelen, bleef Roxanne zwijgend en ongemakkelijk noteren wat ze opmerkte aan zijn woorden en lichaamstaal. Thomas vertelde heel gepassioneerd over de moord op zijn biologische moeder: bij elk detail dat hij beschreef leek hij breder te glimlachen. Roxanne moest wel toegeven dat ze het een beetje akelig vond om hem zo bezig te zien.
‘Om te vermijden dat ze al meteen zou doodbloeden,’ vervolgde Thomas zijn lugubere verslag, ‘hield ik de stomp onderaan haar arm tegen een hete plaat gedrukt die ik ter plaatse boven het vuur had gehouden. Zo was het bloed snel gestold en kon ik ook nog even genieten van haar geschreeuw. Het was ‘ns iets anders om degene te zijn die háár deed lijden in plaats van omgekeerd. Terwijl ze nog bij bewustzijn was heb ik haar nieren een voor een chirurgisch verwijderd en niet als een moordlustige amateur, opnieuw om haar dood wat uit te stellen. Op een bepaald moment had ze gewoon de fut niet meer om nog een kick te geven. ’t Was echt zalig om dat moment te mogen zien.’
‘Thomas, ik ga heel eerlijk met je zijn,’ reageerde de verontruste therapeute, ‘Ik zou het appreciëren mocht je je een beetje inhouden met die gedetailleerde beschrijvingen van jou. Je maakt me bang.’
Thomas schrok een beetje van Roxannes woorden. Het was niet zijn bedoeling om haar angst aan te jagen; ze was geen slecht mens en verdiende het niet door hem getreiterd te worden. Hij bood dan ook spontaan zijn welgemeende excuses aan.
Roxanne meende wel wat ze zei: ze voelde zich oprecht niet op haar gemak bij Thomas. Ze had nog nooit iemand behandeld met dezelfde persoonlijkheidsstoornis en had ook gehoopt dat ze nooit met zo’n persoon te maken zou krijgen in haar praktijk. Door de onvoorspelbaarheid van haar patiënt kon ze de therapie echt niet zomaar stopzetten, wist ze. Ze vond het ook bijzonder moeilijk om tot hem door te dringen. Voorlopig vertoonde hij alle tekenen van een sociopaat: zijn geweten was heel gebrekkig, maar hij had er wel een, hij had een hele lijst van criminele feiten op zijn naam, en zijn gevoelens voor Elias leken bovendien oprecht, wat psychopathie zo goed als uitsloot. Anderzijds kon hij evengoed een meestermanipulator zijn die al zijn gevoelens fakete. Thomas’ volledig uitgestippelde plannen die hij elke keer voor een moord voorbereidde duidden ook eerder op psychopathisch gedrag dan op het typerend impulsieve gedrag van sociopaten. Mocht hij echt een psychopaat zijn, zou deze sessie wel een heel andere betekenis geven aan de psychoanalyse. Dan zou het immers letterlijk een analyse zijn van een psycho; een psycho-analyse, dus. In een poging om hem wat beter te doorgronden stelde Roxanne nog een paar bijkomende vragen over zijn acties; dezelfde vragen die ze zijn man had gesteld.
‘Weet je man dat je een seriemoordenaar bent?’
‘Tuurlijk niet,’ antwoordde Thomas met ongeloof voor Roxannes vraag, ‘Geen haar op mijn hoofd dat er ook maar aan denkt om hem dat ooit te vertellen.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat hij het gewoon niet zo begrijpen,’ Thomas’ ongeloof nam steeds toe. Had die vrouw dan zelf niet door hoe belachelijk haar vragen waren? Dat sprak toch allemaal voor zich? ‘Als hij erachter zou komen dat ik mensen vermoord, zou hij de scheiding aanvragen en zie ik mijn zoon nooit meer terug. Dat zou ik niet aankunnen. Daarvoor zie ik mijn gezin veel te graag.’
Het contrast tussen de twee echtgenoten viel Roxanne meteen op: Elias wilde zijn man niets zeggen over de pillen om hem niet nog meer tot last te zijn, terwijl Thomas niets wilde bekennen uit eigenbelang. Ze hielden blijkbaar wel allebei oprecht van elkaar, maar in het geval van Thomas kon Roxanne zich daar nog niet met volle zekerheid over uitspreken. Ze kon zijn eerlijkheid immers nog niet helemaal inschatten. Het kwam bovendien wel héél goed uit dat Elias een misdaadjournalist was en zo als dekmantel diende voor Thomas’ grotendeels accurate beschrijvingen van de moorden in zijn boeken. Voorlopig was het dan ook nog moeilijk te doorgronden of Thomas’ gevoelens voor Elias wel degelijk oprecht waren. Als dat niet het geval was en zijn relatie met Elias voor Thomas niets meer was dan een manier om zichzelf niet verdacht te maken, zou Roxanne wel met zekerheid kunnen stellen dat Thomas een psychopaat was en geen sociopaat. Maar daarvan was ze voorlopig dus nog niet zeker omdat de eerlijkheid van haar patiënt gewoon nog zo moeilijk in te schatten was. Wie weet was alles wat hij tijdens hun sessies vertelde wel één grote leugen, hoewel de psychologe niet goed zou begrijpen welk voordeel haar patiënt daaruit zou halen.
‘Denk je dat je in de toekomst nog mensen gaat vermoorden?’ vroeg ze nog, eigenlijk wetend wat het antwoord op die vraag zou zijn.
‘Zolang er nog ongedierte op mensenformaat deze wereld bewandelt zal ik er alles aan doen om het uit te roeien,’ antwoordde hij met een pokergezicht, ‘En voor je vraagt of ik iemand in gedachten heb: voorlopig even niet. Maar zelfs als dat wel zo was, zou ik het je niet zeggen. Ik ben niet achterlijk; ik weet dat het beroepsgeheim niet geldt als een patiënt bekent dat hij van plan is om iemand te vermoorden. Dan zou jij genoodzaakt zijn om de persoon in kwestie op de hoogte te brengen. Leuk geprobeerd, maar het gaat niet werken.’
Roxanne maakte zwijgend verdere notities en vervolgde gespannen de rest van de therapiesessie.

Ondertussen was Elias thuisgekomen. Na de laatste treden te hebben opgestapt, wandelde hij het penthouse binnen om daar Denise aan te treffen met Alexander in haar armen. Ze was hem kalm aan het houden door een kinderliedje te zingen. Toen ze Elias opmerkte, zette ze Alexander neer in zijn speelhoek en leek het kort daarna even moeilijk te hebben met haar evenwicht.
‘Gaat het wel?’ reageerde Elias op het gezicht van zijn duizelige huishoudster en goede vriendin.
‘Ja hoor, ik voel me gewoon een beetje zwakjes,’ antwoordde Denise.
‘Het is nochtans niet de eerste keer dat ik je zo zie. Zou je niet beter eens naar de dokter gaan?’
‘Welnee, het gaat wel. Echt waar,’ sprak Denise hem rustig tegen.
Inziend dat ze toch te koppig was om op zijn verzoek in te gaan, besloot Elias maar om het onderwerp te veranderen.
‘Het doet me altijd plezier om je zo samen te zien met Alexander. Ik voel me meer op mijn gemak als ik weet dat jij bij hem bent dan zo’n willekeurige babysitter. Dank je dat je de tijd wil vrijmaken om op hem te passen.’
‘Dat is toch helemaal geen probleem. Ik doe het zelfs met plezier. Alexander is toch voor iets mijn metekindje, of niet?’
‘Klopt, maar toch. Niet iedereen zou even zorgzaam zijn als jij. Heb je eigenlijk zelf nooit kinderen gewild?’
Denise glimlachte flauwtjes. Het was weer tijd om een paar pijnlijke herinneringen naar boven te halen, wist ze.
‘Mijn ex en ik hebben het wel een keer geprobeerd. Ik ben ook ooit zwanger geweest. Onze relatie liep eigenlijk altijd al vlekkeloos tot we erachter kwamen dat we een kind zouden krijgen. Toen is hij blijkbaar opeens beginnen te twijfelen of vader zijn wel iets voor hem was. Hij begon te stressen en is zijn zorgen dan maar gaan wegdrinken in het café.’
Elias begreep dat hij ongewild een gevoelig gesprek had aangewakkerd, maar wilde Denise niet onderbreken. Hij besloot dus maar haar pijnlijke ervaring aan te horen.
‘Hij kwam bijna elke dag dronken thuis en werd agressief,’ zette Denise haar monoloog voort, ‘Hij schold mij constant uit en kleineerde mij. Ik was maar de ongeschoolde poetsvrouw die tot in het oneindige dankbaar mocht zijn met een man als hij. Hij was degene die al het werk deed, hij was het die ons gezin samenhield. Ik was nergens goed voor. Als de persoon van wie je zielsveel houdt je zulke dingen opnieuw en opnieuw verwijt, begin je ze zelf ook te geloven.’
Denise kreeg het hoorbaar moeilijk, wat Elias heel pijnlijk vond om te zien.
‘Je hoeft het me niet te vertellen als het niet gaat,’ zei hij barmhartig.
Denise wist echter dat als ze er nooit over zou spreken, ze de mishandeling door haar ex ook nooit volledig een plaats zou kunnen geven. Bijgevolg ging ze met een lichte krop in haar keel door met haar verhaal.
‘Toen ik vier maanden zwanger was, kwam hij ’s avonds opnieuw dronken thuis. Overdag had ik gewerkt en ’s avonds had ik eten gemaakt, het huis gepoetst, de was gedaan en de eerste voorbereidingen getroffen voor de kinderkamer, dus ik was doodop. Ik stond op het punt om te gaan slapen, toen ik zag dat mij ex niet meer zelfstandig de trap op kon lopen. Ik heb hem dan naar boven geholpen en toen we boven aan de trap stonden, kuste hij me en greep mijn borsten vast. Om te vrijen was ik helemaal niet in de stemming en dat had ik hem ook meerdere keren duidelijk gemaakt, maar hij bleef mijn afwijzingen negeren. Toen ik geen uitweg zag, hem ik hem op zijn gezicht geslagen om los te komen uit zijn greep. Als wraak heeft hij me met volle kracht naar achteren geduwd, helemaal de trap af.’
Elias slikte. Hij wist niet goed wat te doen behalve medelevend fronsen en geschokt kijken. Na een traan te hebben weggepinkt zette Denise haar verhaal verder.
‘Ik heb daar bijna een halfuur liggen kermen zonder dat meneer het nodig vond om te kijken of alles wel in orde was. Ik heb die nacht niet alleen veel bloed verloren, maar ook mijn kind. Hij had zelfs het lef om me dat achteraf kwalijk te nemen, de klootzak.’
‘Sorry,’ zei Elias zachtjes met een verontruste blik, ‘ik had het niet mogen vragen.’
‘Geeft niet,’ stelde Denise hem gerust, ‘je hoort juist af en toe over zulke ervaringen te praten. Zo lukt het beter om ze te verwerken. Je hebt geluk met Thomas en Alexander, koester dat geluk dan ook.’
Met een pijnlijke glimlach en rode ogen nam Denise een zakdoek om haar tranen te drogen en ging daarna aan het werk.

Iets langer dan een uur na haar therapiesessie met Thomas stond Roxanne op het punt een zeer riskante beslissing te nemen. Ze wist heel goed dat wat ze van plan was illegaal was en ze er haar job door kon verliezen, maar ze vond het te riskant om Thomas zijn roekeloze gedrag zomaar te laten voorzetten. Ze moest iemand ervan op de hoogte brengen en een tweede mening horen. Nerveus voelde ze zich zeker terwijl ze door het haar bekende gebouw liep, maar ze was vastberaden. Het nostalgische gevoel dat ze kreeg toen ze door de gangen wandelde voelde heel dubbel aan: aan die plek had ze enkele van haar beste, maar ook sommige van haar slechtste of zelfs traumatische herinneringen overgehouden. Toen ze voor de deur stond waarachter volgens de receptionist de persoon zat die ze zocht, haalde ze diep adem en klopte vervolgens aan. Nadat de man in het lokaal achter de deur haar de toestemming had gegeven om binnen te komen, opende Roxanne langzaam de deur. Zodra de man aan het bureau begreep wie hij voor zich had, keek hij tegelijkertijd verrast en verontwaardigd op.
‘Dag meneer De Coninck,’ zei Roxanne schijnbaar zelfverzekerd tegen haar ex-leraar.
Tja, hoe had ze haar oud-leraar, die zij en haar klasgenoten opgesloten en bedreigd hadden tot hij uiteindelijk toegaf hen te helpen om de doodslag op zijn collega te verdoezelen, anders moeten begroeten? Een enthousiaste high five was niet bepaald op zijn plaats geweest. Dit was de eerste keer dat meneer De Coninck opnieuw in contact kwam met een van de doodslagplegers sinds hun proclamatie; een weerzien waar hij niet meteen warm van liep.
‘Roxanne, wat doe jij in godsnaam hier?’ sprak de leraar die hard zijn best deed om de verontwaardiging in zijn stem te onderdrukken.
Meneer De Coninck zat ondertussen al op tram 4, maar dat betekende niet dat zijn verschijning door de jaren heen erop achteruitgegaan was. Met zijn charmante blik, verzorgde stoppelbaard en gespierd lichaam deed hij nog altijd vele tienerharten sneller slaan op de middelbare school. Hoewel uitzonderlijk, kwam het dan ook wel eens voor dat een van zijn leerlingen buiten de lesuren wanhopig naar hem toekwam om een alternatieve manier te vinden om diens schoolresultaten wat omhoog te krijgen. Geile pubers afwijzen was daardoor al iets waarin hij tactvol en effectief slaagde, maar plots geconfronteerd worden met een handlanger van een doodslag op een van zijn collega’s, die hij nota bene al dertien jaar lang niet gezien had,  was niet meteen iets waar hij veel ervaring mee had. Hij had dan ook gehoopt dat hij niemand van de vier misdadigers ooit nog zou weerzien.
‘Ik begrijp dat u wat in de war bent,’ reageerde Roxanne terwijl ze de deur van het lokaal achter zich sloot, ‘maar als u me de kans geeft om uit te leggen waarom ik naar hier gekomen ben zult u blij zijn dat ik dat gedaan heb.’
Het leek de leerkracht helemaal niet te kunnen schelen wat zijn oud-leerlinge te vertellen had. Onrustig stond hij recht uit zijn bureaustoel en probeerde Roxanne verbaal uit de school te verdrijven.
‘We hadden allemaal afgesproken dat we elkaar niet vaker zouden zien dan het geval zou zijn als dat hele gedoe met je-weet-wel-wie niet was gebeurd,’ zei hij onrustig, ‘Jij haatte deze school. Tijdens je proclamatiespeech heb je iedereen straalbezopen uitgescholden en gezegd dat je nog liever een hond met herpes zou tongen dan hier ooit nog een voet binnen te zetten!’
Roxanne glimlachte even. Zelf had ze zich dat moment nooit herinnerd, maar aangezien iedereen haar de dag erna zei dat ze dat wel degelijk gezegd had moest het wel waar zijn. Het klonk ook wel als Roxanne, dus het zou heel goed kunnen. Ze was daar echter niet om aan haar vele rebelse uitspattingen terug te denken en dat had meneer De Coninck ook niet gedacht.
‘Van iedereen die erbij betrokken was,’ ging hij door, ‘komt jouw bezoek aan de school zeker het verdachtst over! We hebben allemaal zo hard ons best gedaan om dat incident stil te houden en jij zet dat nu allemaal op het spel! Over anderhalf jaar zijn de feiten verjaard. Ik ga mijn leven echt nu niet verpesten achter de tralies omdat jij je niet nog heel even onverdacht kunt houden.’
‘Maar snap je het dan niet?’ onderbrak Roxanne hem, ‘Ik ben hier juist omdat ons geheim onthuld dreigt te raken.’
Ongerust bleef meneer De Coninck stil en gaf zijn oud-leerlinge zo de kans om zich nader te verklaren, waarna Roxanne het hele verhaal uitlegde. Voor de eerste en enige keer ooit leefde Roxanne het beroepsgeheim niet na, iets wat ze zichzelf gezworen had nooit te doen. Ze legde haar therapiesessies met Thomas haarfijn uit: de moorden, de boeken gebaseerd op die moorden, zijn roekeloosheid, zijn bekentenis dat hij niet van plan was er binnenkort mee op te houden … Ze wilde haar oud-leraar duidelijk maken wat voor risico Thomas vormde voor hen allemaal. Aan de blik van meneer de Coninck leek het ook te werken. Na Roxannes uitleg moest de onderwijzer even zitten om alles te verwerken. Ongeloof, angst en afkeer heersten doorheen zijn gedachten waardoor hij niet eens merkte hoelang de stilte tussen hem en Roxanne al had aangehouden.
‘Het is goed dat je me het verteld hebt,’ zei hij uiteindelijk, ‘Thomas moet inderdaad dringend in bedwang gehouden worden.’
Roxanne haalde opgelucht adem toen ze zag dat meneer De Coninck de ernst van de zaak inzag.
‘Maar hoe gaan we dat doen?’ vroeg ze op haar beurt, ‘Thomas beweert wel dat hij enkel mensen die het verdienen iets aandoet, maar hij is zo onvoorspelbaar. Wij hebben zelf tenslotte ook een dood op ons geweten, dus goede mensen kan je ons moeilijk noemen. Wat als hij ons dan iets aandoet als we hem confronteren?’
‘Als hij ons had willen vermoorden had hij dat ondertussen wel al gedaan,’ stelde meneer De Coninck haar gerust, ‘Ik zal de confrontatie zelf wel aangaan; jij zult wel al genoeg angst geleden hebben. Weet je toevallig waar ik hem nu kan vinden?’
‘Zou u niet beter even nadenken over hoe u dat gaat aanpakken? U bent bovendien ook nog overstuur. Mij lijkt het beter om er een nachtje over te slapen,’ raadde Roxanne aan.
‘Hoe langer we wachten, hoe groter het risico. Ik wil er zo snel mogelijk naartoe. Mijn lessen voor vandaag zijn toch afgelopen, dus kan ik meteen vertrekken. Weet je dus waar hij is of niet?’
‘Hij heeft nu een boeksignering in het cultureel centrum. Dat zou nog tot deze namiddag moeten duren.’
‘Dan ga ik daar nu naartoe. Bedankt voor de waarschuwing, Roxanne. De kans is trouwens groot dat we elkaar hierna nog vaker zullen moeten terugzien, dus laat die meneer De Coninck maar achterwege. Vanaf nu is het Daniël.’
Roxanne knikte en nam vervolgens haar spullen om terug naar huis te keren. Zonder te aarzelen raapte ook Daniël De Coninck zijn spullen bijeen, stapte daarna zijn auto in en begaf zich naar het cultureel centrum. Daar zat Thomas al een uur lang zijn boeken te signeren die lezers hadden aangekocht. Daniël was nog net een van de laatsten om in de rij aan te sluiten voor de toegang voor fans definitief gesloten werd. Terwijl hij de vele fans rondom zich bestudeerde vroeg hij zich af hoe ze zouden reageren als ze wisten dat hun favoriete thrillerschrijver zelf achter de moorden in zijn boeken zat. Daniël kon het zelf amper vatten. Hij wist wel dat Thomas het een en ander mankeerde; zijn oud-leerling had Daniël tenslotte in een kast opgesloten en daarna bedreigd met een glasscherf toen de leraar naar de politie dreigde te stappen om aangifte te doen over Vandenberghe. Maar Thomas werkte die dag natuurlijk niet alleen. Vandeberghes dood was zowel de verantwoordelijkheid van Thomas als die van Roxanne, Charlotte en Michael … en Daniël zelf, aangezien hij hen uiteindelijk geholpen had van het lijk af te raken. Je kon dus makkelijk stellen dat hun allemaal wel iets mankeerde. Voor zover Daniël wist was er echter niemand behalve Thomas die er een leven vol misdaad op na had gehouden. De moordenaar moest in toom gehouden worden wilde hij dat alles geheim zou blijven. Als Thomas tijdens een van zijn moordacties ook maar één keer iets te onvoorzichtig te werk ging, zou alles uitkomen. Natuurlijk was er ook nog het morele aspect, maar daar konden Daniël noch de drie andere medeplichtigen zich moeilijk over uitspreken zonder hypocriet over te komen. Toen er nog maar één lezer voor Daniël stond, kon hij moeiteloos het gesprek tussen de fan en Thomas afluisteren terwijl hij in zijn hoofd nog eens herhaalde wat hij tegen zijn oud-leerling en blijkbaar ook huidige seriemoordenaar zou zeggen.De fan vroeg zijn literair idool hoe hij toch steeds aan die inspiratie kwam om elke keer een ongewone, spectaculaire moord te verzinnen die te gek was voor woorden, maar toch overeenkwam met de toestand waarin het werkelijke slachtoffer door de politie werd gevonden.
‘Iemand kan de perfecte moord alleen maar bedenken als hij er zelf ervaring mee heeft,’ antwoordde de auteur.
Daniël fronste verward. Was Thomas nu net zelf aan het toegeven dat hij verantwoordelijk was voor de moorden in zijn boeken? Ook de lezer voor Daniël keek zijn favoriete schrijver verward aan en wachtte zwijgend tot hij zich nader verklaarde.
‘Dat is waarom uiterst aandachtige lezers regelmatig een foutje aantreffen in de werkwijze van het hoofdpersonage,’ vulde Thomas aan, ‘Zoveel stroken mijn boeken dus jammer genoeg niet met de werkelijkheid.’
De fan lachte opgelucht               .
‘Few, je had me even liggen! Het klonk even alsof je wou zeggen dat je die moorden allemaal zelf gepleegd had!’
‘Ha, stel je dat eens voor!’ lachte Thomas op zijn beurt, ‘Nee nee, je zou het misschien niet zeggen, maar daar ben ik veel te soft voor. Ik kan dan wel heel uitvoerig over gruwelijke dingen schrijven, maar in het echte leven ben ik eigenlijk nogal een watje. Bij het minste druppeltje bloed val ik al flauw!’
Terwijl fan en idool samen lachten rolde Daniël De Coninck hevig met zijn ogen. Hoe vals kon een mens zijn, dacht hij. Hoe langer hij de bullshit van zijn oud-leerling moest aanhoren, hoe groter de drang werd om hem met een rake klap het zwijgen op te leggen. Jammer genoeg had iemand ooit om de een of andere reden beslist dat zoiets niet sociaal acceptabel was, dus hield Daniël zich kalm. Toen de fan vlak voor hem eindelijk de rij verlaten had, stond Daniël oog in oog met Thomas. Die laatste had zijn oud-leraar meteen herkend.
‘Danny? Jij ook hier? Wauw, ik voel me wel iets beter over mezelf nu ik weet dat mijn favoriete leraar mijn boeken leest!’
Duidelijk geneerde Thomas zich veel minder tegenover Daniël dan Roxanne daarnet. Die familiariteit wekte bij Daniël de drang om de seriemoordenaar op z’n bek te slaan echter alleen maar meer op.
‘Ik zie dat je er door de jaren heen niet op achteruit bent gegaan,’ ging de iets te familiaire oud-leerling verder, ‘Je ziet er nog altijd even knap uit! Goh, ik weet nog dat ik een gigantische crush op je had in de middelbare school; echt grappig als ik er nu zo aan terugdenk!’
‘Ik wil je even onder vier ogen spreken,’ snauwde de leraar die duidelijk niet gediend was met Thomas’ poging tot smalltalk.
‘Tja, er staan wel nog een paar mensen achter je, dus dat zal moeilijk gaan. Kan je nog een halfuurtje wachten?’
‘Ik moet je nu spreken,’ hield Daniël vastberaden vol.
Omdat Thomas merkte dat het menens was, liet hij de familiaire toon achterwege en verontschuldigde zich tegenover de lezers dat ze even zouden moeten wachten. Vervolgens nam hij Daniël mee naar een ruimte waar ze even alleen konden zijn. Toen Thomas de deur achter zich sloot, verloor Daniël zijn belang voor de sociale normen en deed waar hij het laatste kwartier zoveel zin in had. Zonder een woord te zeggen verkocht hij de seriemoordenaar een krachtige klap in het gezicht. Verrast door die actie van zijn oud-leraar ondersteunde Thomas met zijn hand de geraakte kaak en richtte zich tot Daniël.
‘Waar was dat nu weer goed voor?’ schreeuwde hij het uit.
‘Dat was voor die keer dat je me bijna de keel had overgesneden, psycho! Aangezien ik nu je leerkracht niet meer ben is het voor mij nu wel gepast om je dat eindelijk betaald te zetten.’
‘Oké, daar kan ik inkomen,’ gaf Thomas eerlijk toe, ‘Het spijt me, maar ik had toen geen andere keuze.’
Daniël snoof ongelovig en reageerde: ‘Tja, da’s nogal laat, vind je ook niet? Maar goed, ik wil dat je beseft dat die klap van daarnet me niet spijt … En deze ook niet.’
Na die woorden balde hij opnieuw zijn vuist en mepte even hard op Thomas’ andere kaak.
‘Gast, wat nu weer?’ riep Thomas verontwaardigd terwijl hij op zijn tanden beet om de pijn te onderdrukken.
‘Die was voor wat er van je geworden is. Je moest je verdomme doodschamen! En als je me zoals daarnet ooit nog Danny durft te noemen sla ik je voor een derde keer!’
Terwijl de pijn in zijn gezicht maar niet wilde afnemen keek Thomas zijn gewelddadige oud-leraar vragend aan.
‘Hoe bedoel je, wat er van mij geworden is? Waar heb je het in hemelsnaam over?’
‘Over wat je in je boeken schrijft, Thomas. En over waar je die inspiratie vandaan haalt. Je bent echt ziek, weet je dat? Ik walg van je! Sommige mensen kan de wereld inderdaad missen als de pest, maar daarom moet je ze nog niet allemaal afmaken!’
‘Kan je ’t nog wat luider zeggen? Volgens mij hebben de mensen achteraan in de zaal hiernaast het nog niet gehoord,’ beet Thomas hem toe, ‘Blijkbaar is Roxanne dan toch niet te vertrouwen. We zijn verdomme maar twee weken ver en ze respecteert het beroepsgeheim nu al niet. Zonde.’
‘Daar gaat het helemaal niet om, Thomas! Jij moet stoppen met dat riskante gedrag, dáárom ben ik hier.’
Thomas zuchtte onverschillig.
‘Och, maak je toch niet zo druk! Ik ga jullie echt niks aandoen, hoor. Anders had ik dat allang gedaan. Ga dus maar gewoon terug in je klasje staan en laat mij m’n leven leiden. Dag Danny-el.’
‘Nee, dat ga ik niet doen,’ protesteerde Daniël, ‘want door jouw roekeloze gedrag kan alles over Vandenberghe binnen de kortste keren uitkomen. Als jij ook maar één keer onvoorzichtig bent, komt de politie jou op het spoor en zullen die agenten er niet alleen achter komen dat jij zelf achter al die moorden uit je boeken zit, maar zullen ze Vandenberghes dood ook aan jou linken, en uiteindelijk ook aan ons allemaal.’
Als een tegendraadse puber die net een preek had gekregen van zijn onredelijke moeder rolde Thomas hevig met zijn ogen.
‘Ik weet waar ik mee bezig ben, Daniël. Ik doe het nu al zo’n dertien jaar en ze hebben mij nog altijd niet gepakt. Dus nogmaals, maak je niet zo druk.’
‘Roxanne en ik gaan niet stoppen tot je geen risico meer voor ons vormt, dat besef je toch?’
Thomas slaakte een diepe zucht. Hij wist inderdaad dat zowel Daniël als Roxanne hem tot last zouden blijven zolang hij zijn misdadige praktijken voortzette. Na even diep nadenken kwam hij met een voorstel.
‘Ik vind dat we alle betrokken partijen erbij moeten halen.’
‘Hoe bedoel je?’ vroeg Daniël wantrouwig.
‘Daniël, ik nodig jou uit voor een etentje samen met Roxanne, Michael en Charlotte bij mij thuis. Zo kunnen we alles samen bespreken tijdens een gezellig onderonsje. Zie het als een spontane klasreünie waarvoor de oud-leerlingen hun favoriete leraar meevragen.’
Achterdochtig keek Daniël de seriemoordenaar aan die al uitkeek naar een heel ongewone klasreünie.

Wordt vervolgd …

Advertisements

One thought on “Het geweten van een moordenaar – hoofdstuk 3

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s